De kracht van etiketteren in de
hulpverlening: zegen of vloek?
4.2.2 Visie
Inholland Rotterdam
Social work bachelor
Naam: Shanned van Bruggen
Studentnummer: 664243
Cursusjaar: 4
Datum: 21/05/2024
Klas: SWB4A
Docent: Charlotte Konings
, Als mens, in een hokje geplaatst worden, is als een bloem in een vaas zetten –
het belemmert groei en bloei.
Tarik zit in de klas en is een ´drukke´ jongen die zich slecht kan concentreren, overal doorheen praat en
liever alle taken tegelijkertijd doet, maar deze niet afmaakt. Dit gedrag valt op in een klas met kinderen
die rustig aan hun tafel zitten en hun taken op tijd af hebben. Tarik zijn ouders worden aangesproken
door de juf over het ‘opvallend’ gedrag van hun kind en wordt het vermoeden van ADHD besproken en
wellicht medicatie gebruik. Zodoende gaan de ouders van Tarik hiermee naar de huisarts om te leren om
te gaan met het gedrag van Tarik. Thuis waren ze gewend aan zijn gedrag, maar zo kan hij mee met de
‘normale’ stroming van school. De diagnose van ADHD wordt geconstateerd door de kinderpsychiater,
medicatie is voor nu nog niet nodig, maar er wordt wel gekeken hoe ze anders om kunnen gaan met de
problemen waar Tarik tegen aanloopt.
Tarik zit weer in de klas omdat hij nog steeds hetzelfde gedrag vertoont als eerst, maar nu wordt zijn
gedrag verklaard door de diagnose ADHD, zo ook gestempeld. Doordat Tarik nu ‘gestempeld’ is met de
diagnose ADHD is het niet meer het probleem van de juf, maar van Tarik zelf, zodoende zal hij moeten
leren omgaan met zijn diagnose. Dit verhaal is gebaseerd op een voorbeeld uit het boek Professionaliteit
in de zorg van Dekker (2021, p. 182-183).
Classificaties als ADHD of depressie zijn oorspronkelijk niet meer dan verzamelnamen waarmee de
situatie van mensen worden beschreven die bepaald gedrag vertonen, maar in praktijk zoals bij Tarik,
wordt DSM-classificaties als oorzaak gezien. Wat maakt dat DSM-classificaties tot een ding worden
gemaakt; tot iets wat we hebben en in ons lijf of brein zit (Brabander, 2019). Dit wordt veel vaker
beschreven in verschillende vakliteratuur, dit fenomeen heet ‘reïficeren’ ook in het boek Professionaliteit
in de zorg van Dekker (2021, p. 183-183) wordt hierover gesproken. Wat resulteert in verschillende
houdingen van hulpverleners naar het individu toe, waaronder etiketteren of de labeltheorie.
Met labeltheorie wordt verwezen naar het labelen van gedrag, waarbij er niet zozeer gekeken wordt wat
mensen doen, maar hoe we reageren op iemand zijn gedrag. Zodoende wordt er ook gesproken over de
nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, omtrent de medicalisering van gedrag. We beoordelen
mensen of hun gedrag steeds minder vanuit een moreel perspectief als ‘goed’ of ‘slecht’, maar meer met
een de wetenschappelijke blik van de geneeskunde ‘ziek’ of ‘gezond´ (Macionis et al., 2019).
Dit is een veelal bekend fenomeen in de zorg, zie ook verschillende artikelen in de media die hierover
gaan. Zoals het verhaal van Natasha in een interview serie, waarbij er verschillende verhalen over het
krijgen van een diagnose. Zo zegt zij, na het krijgen van de diagnose ADHD dat het in de DSM-V, staat
als een psychiatrische aandoening of stoornis. Met zulke woorden suggereer je ook dat er iets mis is met
je is en zal je medicijnen ervoor moeten nemen (Tijhaar, 2024a). Ik vind het betreurend om dit te horen,
mensen die ziek zijn of pijn hebben, krijgen in een welvarend land als Nederland alle mogelijkheden in
de medische wereld. Maar zijn we als maatschappij niet te ver gegaan door gedrag te zien als een
probleem waarvoor medicatie de oplossing is? Vervreemden we dan niet de uniciteit van de mens? Als
sociaal werkers zijn we uiterst bezig om te kijken hoe we mensen met respect, gelijkheid en uniekheid
kunnen bevorderen (BPSW,2022). Ik vraag met hetzelfde af als van Langen in haar artikel: “Waarom
zouden we eigenschappen als creativiteit, empathie of vindingrijkheid willen koppelen aan een
psychiatrische stoornis?” (Van Langen, 2024).
"Als ik het label had en medicatie had gehad, was ik geen schrijfster geworden, denk ik. Dan was ik
misschien wel altijd op tijd geweest voor mijn afspraken, daar had ik mezelf niet kunnen ontplooien zoals
ik bedoeld was te zijn. (...) Ze zeggen dat mensen met ADHD zich niet kunnen focussen. Dat klopt niet. Je
focust je op een heleboel dingen, wat als gevolg heeft dat dat vaak hele creatieve, flexibele en
veerkrachtige mensen zijn. Maar het wordt niet gewaardeerd" Francine Oomen: één van de populairste
schrijfster van Nederlandse jeugdboeken (Wagemans, 2024).
hulpverlening: zegen of vloek?
4.2.2 Visie
Inholland Rotterdam
Social work bachelor
Naam: Shanned van Bruggen
Studentnummer: 664243
Cursusjaar: 4
Datum: 21/05/2024
Klas: SWB4A
Docent: Charlotte Konings
, Als mens, in een hokje geplaatst worden, is als een bloem in een vaas zetten –
het belemmert groei en bloei.
Tarik zit in de klas en is een ´drukke´ jongen die zich slecht kan concentreren, overal doorheen praat en
liever alle taken tegelijkertijd doet, maar deze niet afmaakt. Dit gedrag valt op in een klas met kinderen
die rustig aan hun tafel zitten en hun taken op tijd af hebben. Tarik zijn ouders worden aangesproken
door de juf over het ‘opvallend’ gedrag van hun kind en wordt het vermoeden van ADHD besproken en
wellicht medicatie gebruik. Zodoende gaan de ouders van Tarik hiermee naar de huisarts om te leren om
te gaan met het gedrag van Tarik. Thuis waren ze gewend aan zijn gedrag, maar zo kan hij mee met de
‘normale’ stroming van school. De diagnose van ADHD wordt geconstateerd door de kinderpsychiater,
medicatie is voor nu nog niet nodig, maar er wordt wel gekeken hoe ze anders om kunnen gaan met de
problemen waar Tarik tegen aanloopt.
Tarik zit weer in de klas omdat hij nog steeds hetzelfde gedrag vertoont als eerst, maar nu wordt zijn
gedrag verklaard door de diagnose ADHD, zo ook gestempeld. Doordat Tarik nu ‘gestempeld’ is met de
diagnose ADHD is het niet meer het probleem van de juf, maar van Tarik zelf, zodoende zal hij moeten
leren omgaan met zijn diagnose. Dit verhaal is gebaseerd op een voorbeeld uit het boek Professionaliteit
in de zorg van Dekker (2021, p. 182-183).
Classificaties als ADHD of depressie zijn oorspronkelijk niet meer dan verzamelnamen waarmee de
situatie van mensen worden beschreven die bepaald gedrag vertonen, maar in praktijk zoals bij Tarik,
wordt DSM-classificaties als oorzaak gezien. Wat maakt dat DSM-classificaties tot een ding worden
gemaakt; tot iets wat we hebben en in ons lijf of brein zit (Brabander, 2019). Dit wordt veel vaker
beschreven in verschillende vakliteratuur, dit fenomeen heet ‘reïficeren’ ook in het boek Professionaliteit
in de zorg van Dekker (2021, p. 183-183) wordt hierover gesproken. Wat resulteert in verschillende
houdingen van hulpverleners naar het individu toe, waaronder etiketteren of de labeltheorie.
Met labeltheorie wordt verwezen naar het labelen van gedrag, waarbij er niet zozeer gekeken wordt wat
mensen doen, maar hoe we reageren op iemand zijn gedrag. Zodoende wordt er ook gesproken over de
nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, omtrent de medicalisering van gedrag. We beoordelen
mensen of hun gedrag steeds minder vanuit een moreel perspectief als ‘goed’ of ‘slecht’, maar meer met
een de wetenschappelijke blik van de geneeskunde ‘ziek’ of ‘gezond´ (Macionis et al., 2019).
Dit is een veelal bekend fenomeen in de zorg, zie ook verschillende artikelen in de media die hierover
gaan. Zoals het verhaal van Natasha in een interview serie, waarbij er verschillende verhalen over het
krijgen van een diagnose. Zo zegt zij, na het krijgen van de diagnose ADHD dat het in de DSM-V, staat
als een psychiatrische aandoening of stoornis. Met zulke woorden suggereer je ook dat er iets mis is met
je is en zal je medicijnen ervoor moeten nemen (Tijhaar, 2024a). Ik vind het betreurend om dit te horen,
mensen die ziek zijn of pijn hebben, krijgen in een welvarend land als Nederland alle mogelijkheden in
de medische wereld. Maar zijn we als maatschappij niet te ver gegaan door gedrag te zien als een
probleem waarvoor medicatie de oplossing is? Vervreemden we dan niet de uniciteit van de mens? Als
sociaal werkers zijn we uiterst bezig om te kijken hoe we mensen met respect, gelijkheid en uniekheid
kunnen bevorderen (BPSW,2022). Ik vraag met hetzelfde af als van Langen in haar artikel: “Waarom
zouden we eigenschappen als creativiteit, empathie of vindingrijkheid willen koppelen aan een
psychiatrische stoornis?” (Van Langen, 2024).
"Als ik het label had en medicatie had gehad, was ik geen schrijfster geworden, denk ik. Dan was ik
misschien wel altijd op tijd geweest voor mijn afspraken, daar had ik mezelf niet kunnen ontplooien zoals
ik bedoeld was te zijn. (...) Ze zeggen dat mensen met ADHD zich niet kunnen focussen. Dat klopt niet. Je
focust je op een heleboel dingen, wat als gevolg heeft dat dat vaak hele creatieve, flexibele en
veerkrachtige mensen zijn. Maar het wordt niet gewaardeerd" Francine Oomen: één van de populairste
schrijfster van Nederlandse jeugdboeken (Wagemans, 2024).