Enacarbil bij behandeling van
postherpetische neuralgie (PHN)
, De effectiviteit van Gabapentine Enacarbil bij
behandeling van postherpetische neuralgie (PHN)
Introductie
Postherpetische neuralgie (PHN) is een chronische pijnaandoening die kan
ontstaan na infectie met het herpes zoster virus [3]. De behandeling van
PHN is vooral gericht op pijnverlichting. Anticonvulsiva zoals pregabaline
en gabapentine worden vaak voorgeschreven in de medische praktijk,
maar worden qua werkzaamheid beperkt door hun korte werkingsduur en
bijwerkingen die de therapietrouw beïnvloeden [1]. Gabapentine enacarbil
(GEn) is een prodrug van gabapentine en kan een rol spelen bij
vermindering van deze beperkingen. In dit verslag wordt onderzocht: Hoe
effectief is GEn bij de behandeling van PHN bij volwassenen? Hierbij wordt
gebruik gemaakt van de studies van Zhang et al. (2013) en Backonja et al.
(2011). Als deelvragen worden onderzocht: Wat is de mate van
pijnvermindering door GEn ten opzichte van een placebo, en wat zijn de
bijwerkingen van GEn in vergelijking met andere behandelingen?
Pijnvermindering door GEn in vergelijking met placebo
Zhang et al. (2013) voerden een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-
gecontroleerde studie uit bij 410 volwassen patiënten met PHN [1]. De
deelnemers werden in vier groepen verdeeld: een placebogroep en
behandelgroepen met een dosering van 1200 mg/dag, 2400 mg/dag of
3600 mg/dag GEn. De pijnintensiteit werd beoordeeld met een 11-
puntsschaal (0-10), waarbij hogere scores ernstigere/intensere pijn
aangeven. De pijnscores werden door de deelnemers dagelijks
bijgehouden in een elektronisch dagboek (eDiary).
Uit de resultaten, gepresenteerd in Tabel 3 en Figuur 2 van de studie,
bleek dat GEn in alle doseringen een significante pijnvermindering
opleverde ten opzichte van de placebo. Patiënten die 1200 mg/dag GEn
gebruikten, hadden een gemiddelde afname ten opzichte van baseline van
2,47 punten op de pijnschaal, terwijl de groep van 2400 mg/dag afname
van 2,36 punten liet zien en de 3600 mg/dag een afname van 2,76 punten
liet zien. De placebogroep liet slechts een afname van 1,66 punt zien.
Figuur 3 toont daarnaast visueel aan dat de pijnreducties relatief
consistent bleven gedurende de behandelperiode [1].
De studie van Backonja et al. (2011) ondersteunt deze bevindingen. Net
als Zhang et al. Werd gebruik gemaakt van een pijnintensiteitsschaal en
een eDairy. Tabel 2 laat zien dat patiënten in de GEn-groep significant
vaker een klinisch relevante pijnvermindering bereikten (≥30%) dan de
placebogroep. Daarnaast blijkt uit deze studie dat dankzij de verbeterde
farmacokinetische werking van GEn stabielere plasmaconcentraties
werden bereikt, wat resulteerde in langdurigere pijnverlichting.