AFWEER
Thema 4 VWO 6
Thom Willeman
,Basisstof 1
Bescherming
Lichaamsvreemd: Stoffen en cellen die niet in je lichaam thuis horen, het
afweersysteem beschermt je ertegen.
Lichaamseigen: Stoffen of cellen die door je lichaam gemaakt worden of onderdeel zijn
van je lichaam.
Infectie: Het binnendringen en vermenigvuldigen van pathogenen (ziekteverwekkers) in
je lichaam.
Virussen
Virussen bevatten DNA of RNA met daaromheen een
eiwitmantel (capside). Na aanhechting van een virus
aan de receptoren van een gastheercel vindt er een
proces plaats waarbij het DNA of RNA van het virus
terechtkomt in het cytoplasma van de gastheercel.
Daarna vindt in de gastheercel vermenigvuldiging van
het virus plaats.
Manieren om gastheer ziek te maken:
- Virussen kunnen cellen doden of beschadigen
door afgiften van eiwitverterende enzymen.
- Virussen kunnen geïnfecteerde cellen Figuur 1 Virus die zich vermenigvuldigt
toxinen laten produceren, waardoor de cel
beschadigd raakt of sterft.
Mechanische afweer: Afweer met behulp van fysieke aanpassingen, zoals de huid en
de slijmvliezen.
Chemische afweer: Het gebruik van stoffen om indringers buiten te houden, zoals
maagzuur of zweet, met allebei een lage pH.
In de kiemlaag liggen melanocyten, dit zijn pigmentvormende cellen. Ze vormen
melanine, dat ze via hun uitlopers afgeven aan de nabijgelegen opperhuidcellen.
Melanine beschermt delende cellen in de kiemlaag tegen de schadelijke invloed van uv-
straling van zonlicht.
1
, Basisstof 2
Afweer
Aangeboren afweer: Afweer gericht tegen verschillende typen ziekteverwekkers, dient
als een snelle eerste afweer en is de basis voor de verworven afweer.
Verworven afweer: Dit is het deel van je immuunsysteem die je gedurende je leven
ontwikkelt, deze afweer is gericht tegen 1 type ziekteverwekker.
Lymfoïde organen:
- Beenmerg → In het rode beenmerg ontstaan uit
stamcellen verschillende typen witte bloedcellen,
zoals fagocyten, mestcellen en lymfocyten.
o De fagocyten en mestcellen behoren tot de
aangeboren afweer en de lymfocyten behoren
tot de verworven afweer.
- Thymus
- Milt
- Lymfeknopen
Aangeboren afweer Figuur 2 Lymfoïde organen
Er zijn twee typen fagocyten:
granulocyten en monocyten. Beide
kunnen de wand van een haarvat
passeren, hierdoor kunnen ze overal in
het lichaam komen. Granulocyten
reageren snel op pathogenen en
vernietigen deze binnen enkele minuten
na het binnendringen, ze fagocyteren de
pathogenen, maar gaan hier zelf ook
dood door.
Mestcellen zijn witte bloedcellen die
histamine afgeven als ze in aanraking
komen met lichaamsvreemde stoffen of Figuur 3 Schema witte bloedcellen
ziekteverwekkers. Histamine zorgt voor
een verwijding van de bloedvaten,
waardoor er snel andere witte bloedcellen ter plaatse kunnen komen.
Monocyten worden gemaakt in het beenmerg, een deel wordt opgeslagen in de milt en
de rest gaat via de bloedbaan naar de weefsels. Uit monocyten ontwikkelen zich
macrofagen en dendritische cellen. Macrofagen verplaatsen zich door het hele
lichaam en kunnen in hun leven meerdere pathogenen onschadelijk maken.
Dendritische cellen bevinden zich vooral op plaatsen waar pathogenen kunnen
binnendringen, zoals de slijmvliezen en de huid.
2
Thema 4 VWO 6
Thom Willeman
,Basisstof 1
Bescherming
Lichaamsvreemd: Stoffen en cellen die niet in je lichaam thuis horen, het
afweersysteem beschermt je ertegen.
Lichaamseigen: Stoffen of cellen die door je lichaam gemaakt worden of onderdeel zijn
van je lichaam.
Infectie: Het binnendringen en vermenigvuldigen van pathogenen (ziekteverwekkers) in
je lichaam.
Virussen
Virussen bevatten DNA of RNA met daaromheen een
eiwitmantel (capside). Na aanhechting van een virus
aan de receptoren van een gastheercel vindt er een
proces plaats waarbij het DNA of RNA van het virus
terechtkomt in het cytoplasma van de gastheercel.
Daarna vindt in de gastheercel vermenigvuldiging van
het virus plaats.
Manieren om gastheer ziek te maken:
- Virussen kunnen cellen doden of beschadigen
door afgiften van eiwitverterende enzymen.
- Virussen kunnen geïnfecteerde cellen Figuur 1 Virus die zich vermenigvuldigt
toxinen laten produceren, waardoor de cel
beschadigd raakt of sterft.
Mechanische afweer: Afweer met behulp van fysieke aanpassingen, zoals de huid en
de slijmvliezen.
Chemische afweer: Het gebruik van stoffen om indringers buiten te houden, zoals
maagzuur of zweet, met allebei een lage pH.
In de kiemlaag liggen melanocyten, dit zijn pigmentvormende cellen. Ze vormen
melanine, dat ze via hun uitlopers afgeven aan de nabijgelegen opperhuidcellen.
Melanine beschermt delende cellen in de kiemlaag tegen de schadelijke invloed van uv-
straling van zonlicht.
1
, Basisstof 2
Afweer
Aangeboren afweer: Afweer gericht tegen verschillende typen ziekteverwekkers, dient
als een snelle eerste afweer en is de basis voor de verworven afweer.
Verworven afweer: Dit is het deel van je immuunsysteem die je gedurende je leven
ontwikkelt, deze afweer is gericht tegen 1 type ziekteverwekker.
Lymfoïde organen:
- Beenmerg → In het rode beenmerg ontstaan uit
stamcellen verschillende typen witte bloedcellen,
zoals fagocyten, mestcellen en lymfocyten.
o De fagocyten en mestcellen behoren tot de
aangeboren afweer en de lymfocyten behoren
tot de verworven afweer.
- Thymus
- Milt
- Lymfeknopen
Aangeboren afweer Figuur 2 Lymfoïde organen
Er zijn twee typen fagocyten:
granulocyten en monocyten. Beide
kunnen de wand van een haarvat
passeren, hierdoor kunnen ze overal in
het lichaam komen. Granulocyten
reageren snel op pathogenen en
vernietigen deze binnen enkele minuten
na het binnendringen, ze fagocyteren de
pathogenen, maar gaan hier zelf ook
dood door.
Mestcellen zijn witte bloedcellen die
histamine afgeven als ze in aanraking
komen met lichaamsvreemde stoffen of Figuur 3 Schema witte bloedcellen
ziekteverwekkers. Histamine zorgt voor
een verwijding van de bloedvaten,
waardoor er snel andere witte bloedcellen ter plaatse kunnen komen.
Monocyten worden gemaakt in het beenmerg, een deel wordt opgeslagen in de milt en
de rest gaat via de bloedbaan naar de weefsels. Uit monocyten ontwikkelen zich
macrofagen en dendritische cellen. Macrofagen verplaatsen zich door het hele
lichaam en kunnen in hun leven meerdere pathogenen onschadelijk maken.
Dendritische cellen bevinden zich vooral op plaatsen waar pathogenen kunnen
binnendringen, zoals de slijmvliezen en de huid.
2