Strafprocesrecht
Week 1 Recapitulatie: het begin van een strafzaak en het gebruik van dwangmiddelen
- HR Aanslag op Hoog Catharijne
- HR Drugskoerier
Het materiële strafrecht
Welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn en met welke straf zij
worden bedreigd.
Het strafproces
De noodzakelijke schakel tussen het strafbaar feit en de door de rechter (of OvJ) op te
leggen strafrechtelijke sanctie.
Bepaalt dus hoe en door wie wordt onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door wie en
naar welke maatstaven daarover te verbinden strafrechtelijke sancties wordt beslist.
Het penitentiaire recht
Welke strafrechtelijke sancties er zijn, door wie en hoe deze ten uitvoer worden gelegd.
Functies van het strafproces;
Het hoofddoel van het strafproces → realiseren van de juiste toepassing van het materiële
strafrecht.
Daarnaast heeft het strafproces ook nevenfuncties:
1. Speciale preventie: voorkomen dat de verdachte nog een keer een strafbaar feit
pleegt.
2. Generale preventie: verdachten moeten terechtstaan en dwangmiddelen worden
toegepast. Dit is het aanzetten tot normconform gedrag.
3. Voorkomen eigenrichting: voorkomen dat medeburgers de verdachte zelf te lijf gaan.
Als er niet wordt opgetreden tegen de verdachte kan dit tot maatschappelijke onrust
en chaos leiden.
4. Orde scheppen: maatschappelijke onrust wordt gekanaliseerd, waarmee gevoel van
veiligheid wordt gecreëerd.
5. Genoegdoening slachtoffer: verschaft het slachtoffer gelegenheid voor participatie in
het strafproces; genoegdoening slachtoffer (recht van spreekrecht).
Bronnen strafprocesrecht
- Wetboek van strafvordering (Sv)
- Wetboek van strafrecht (Sr)
- Bijzondere wetten (politiewet, ambtsinstructie, Wet Wapen en Munitie, Opiumwet,
Internationale rechtsinstrumenten, lagere wetgeving en beleidsregels, ongeschreven
recht, zoals rechtsbeginselen).
Beginselen van het strafprocesrecht →
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel art 1 Sv;
Bepaalt dat strafvordering alleen plaats kan vinden op de wijze bij de wet voorzien (niet
alleen wet in formele zin).
,Zorgt voor rechtszekerheid van de burger; biedt een zekere bescherming tegen
strafvorderlijke willekeur en beschermt de vrijheid van de burger.
Opportuniteitsbeginsel;
Het OM kiest voor de wijze van vervolging. Niet elke inbreuk op de rechtsorde, ook al is zij
strafbaar, vereist strafrechtelijk ingrijpen.
Rechterlijke onafhankelijkheid en -onpartijdigheid;
Onafhankelijkheid van de uitvoerende macht. Onpartijdigheid houdt in dat hij geen speciale
bindingen mag hebben met een van de procespartijen en ook niet vooringenomen mag zijn.
De externe openbaarheid maakt dat de samenleving de rechtsgang kan controleren
(controleert dit beginsel dus).
Onschuldpresumptie art. 6 lid 2 EVRM en art. 14 lid 2 IVBPR;
Iedereen, beschuldigd van een strafbaar feit voor onschuldig wordt gehouden, totdat zijn
schuld overeenkomstig de wet is bewezen.
Vervolgingsmonopolie OM;
Alleen Openbaar Ministerie mag strafzaken bij de strafrechter aanbrengen (behoudens de
procedure in art. 12 Sv).
Waarborgen positie van de verdediging;
Verdachte heeft verdedigingsrechten art. 6 EVRM (zwijgrecht, bijstand, vertaling enz).
Beginsel van goede procesorde;
Belangrijkste beginselen zijn die van redelijke en billijke belangenafweging, ook wel de
proportionaliteit en subsidiariteit (HR Braak bij binnentreden noemen!!!)
- Vertrouwensbeginsel: Verdachten mogen vertrouwen op uitspraken van politie en
justitie.
- Equality of arms: Verdachten en OM hebben dezelfde middelen en dossiers.
- Ne bis in idem: Verbiedt dubbele vervolging voor hetzelfde feit (art. 68 Sr).
- Recht op een eerlijk proces: Geregeld in art. 6 lid 1 EVRM.
- Zuiverheid van oogmerk: Publieke bevoegdheid niet misbruiken voor andere
doeleinden (art. 160 WVW).
- Gelijkheidsbeginsel: Gelijke behandeling van gelijke gevallen in strafrecht.
- Onschuldpresumptie: Verdachte is onschuldig tot schuld bewezen is (art. 6 lid 1
EVRM).
- Legaliteitsbeginsel: Overheidshandelen moet op bestaande wetten gebaseerd zijn,
zonder terugwerkende kracht.
Strafzaak;
1. Start van een Strafzaak
- Strafbaar feit ontdekt via aangifte, melding, politie waarnemingen,
opsporingsonderzoek, controles, of signalen van andere instanties (HR
Aanslag Hoog Catharijne: anonieme meldingen strafbare feiten ).
2. Politie doet onderzoek
- gebruikt dwangmiddelen en opsporingsbevoegdheden.
- Dossier samengesteld (art. 152 en 149a Sv).
, - OvJ besluit over afdoening of seponering.
1. Vooronderzoek (voorbereidend onderzoek);
- Verkennend onderzoek (art. 126gg-126ii SV): Voorbereiding op opsporing.
- Opsporingsonderzoek (art. 132a SV): Onderzoek naar strafbare feiten (gezag OvJ).
- Rechter-commissaris onderzoek (art. 181-183 SV): Toezicht op rechtmatigheid
dwangmiddelen, door bv machtiging R-C.
- Strafrechtelijk financieel onderzoek (art. 126-126fa SV): Bepalen van financieel
voordeel uit criminaliteit.
2. Vervolgbeslissing;
OM beslist over vervolging of seponering (opportuniteitsbeginsel).
3. Eindonderzoek (onderzoek ter terechtzitting) (art. 348 en 350 Sv)
Het onderzoek ter terechtzitting wordt wel gezien als het centrale deel van het strafproces.
Rechter wordt nu met de zaak geconfronteerd.
- Rechter nu ipv OvJ de baas. Tijdens de terechtzitting is de verdachte
‘gelijkwaardiger’ aan de OvJ (geen echte gelijke posities).
- Rechters: Kantonrechter (overtredingen), Politierechter (eenvoudige misdrijven),
Meervoudige kamer (lastige misdrijven).
➢ Griffier maakt proces-verbaal (wat er op de zitting gebeurt).
➢ Externe openbaarheid (art. 121 GW): ziet op de toegankelijkheid van het onderzoek
ter terechtzitting en de uitspraak voor de burgers.
➢ Interne openbaarheid (art. 121 GW): ziet op de toegankelijkheid van het onderzoek
voor alle procesdeelnemers.
➢ De rechter gebruikt het rechterlijk beslissingsschema van art. 348 en 350 Sv om tot
eindvonnis/uitspraak te komen.
● Art. 348 Sv: rechter zich eerst beraden over de geldigheid van de
dagvaarding, zijn competentie, de ontvankelijkheid van de officier van justitie
en of er redenen zijn tot schorsing van de vervolging (formele vragen).
● Art. 350 Sv: de rechter beraden of bewezen is dat de verdachte het ten laste
gelegde feit heeft begaan, zo ja, welk strafbaar feit dit oplevert, of het feit en
of de verdachte strafbaar zijn, en of een straf of een maatregel moet worden
opgelegd, en zo ja, welke.
Dwangmiddelen;
Dwangmiddelen zijn aan te wenden bevoegdheden die de rechten en vrijheden van
personen schenden (personen geven geen toestemming voor de handeling; ‘vrije
wilsuiting’).
Dwang wordt, in belang van het onderzoek, rechtmatig geacht, mits de inbreuk
‘gelegitimeerd’ is door een wet in formele zin art. 1 Sv. Verzetten tegen dwangmiddelen is
strafbaar art. 180 en 184 Sr.
*** een redelijke en billijke belangenafweging vereist. Het belang van een effectieve
strafrechtspleging moet worden afgewogen tegen de vrijheid van het betrokken individu
(subsidiariteit en proportionaliteit).
Steundwangmiddelen;
Is erop gericht de uitoefening van een bevoegdheid te faciliteren. Een dwangmiddel in teken
van het doel van het andere dwangmiddel.
, bv: Het aanhouden van de verdachte gebeurt niet met het oog op het aanhouden, maar met
het oog op het ophouden voor onderzoek.
*** dwangmiddelen niet alleen maar in het Sv, ook in bijzondere wetten:
- Opiumwet: art. 9 Opiumwet.
- Wet Wapens en Munitie: art. 49 WWM.
- Politiewet: art. 9 Politiewet.
*** dwangmiddelen in SV ingedeeld naar mate ingrijpendheid en plaats die zij in chronologie
van strafprocesrecht innemen. Getrapt systeem van wetboek Sv:
- Burger (heterdaad situaties);
- Opsporingsambtenaar;
- Hulpofficier van Justitie;
- Officier van Justitie ;
- Rechter-commissaris;
- Raadkamer rechtbank;
Dwangmiddelen met betrekking tot personen:
1. Staande houden (art. 52 Sv);
2. Aanhouden verdachte (art. 53/54 Sv);
○Betreden en doorzoeken (steundwangmiddel) (art. 53/54 Sv);
3. Ophouden voor onderzoek (art. 56a Sv);
4. Maatregelen ter identificatie;
○ Fouilleren ter identificatie (art. 55b Sv);
5. Inverzekeringstelling (art. 57 Sv);
6. Maatregelen in het belang van onderzoek (art. 61 Sv);
7. Voorlopige hechtenis (art. 63 Sv e.v.);
8. Opnemen van vertrouwelijke communicatie (zie art. 126l, 126s en 126zf Sv);
9. Onderzoek van communicatie via een aanbieder van een communicatiedienst (art.
126m e.v. Sv);
10. Stelselmatige observatie (art. 126g, 126o en 126zd Sv);
11. Informanten (art. 126v en 126zt lid 1 Sv);
12. Stelselmatige inwinning van informatie (art. 126j Sv);
13. Infiltratie (art. 126h Sv);
14. Afnemen van lichaamsmateriaal t.b.v. DNA-onderzoek en een bloedtest (zie o.a. art.
151a-151da Sv).
Dwangmiddelen met betrekking tot voorwerpen, gegevens en vorderingen:
1. Inbeslagneming (zie art. 134 lid 1 & art. 94/94a Sv).
1. Doorzoeking ter inbeslagneming (zie art. 96b e.v. Sv);
2. Doorzoeking ter vastlegging van gegevens (zie art. 125i-125p & art. 126nba,
126uba en 126zpa Sv);
2. Onderzoek aan kleding en lichaam (steundwangmiddel)
3. Onderzoek van voorwerpen, vervoersmiddelen en kleding (steundwangmiddel)
Dwangmiddelen met betrekking tot plaatsen:
1. Schouw (art. 151 en 192 Sv);
Week 1 Recapitulatie: het begin van een strafzaak en het gebruik van dwangmiddelen
- HR Aanslag op Hoog Catharijne
- HR Drugskoerier
Het materiële strafrecht
Welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn en met welke straf zij
worden bedreigd.
Het strafproces
De noodzakelijke schakel tussen het strafbaar feit en de door de rechter (of OvJ) op te
leggen strafrechtelijke sanctie.
Bepaalt dus hoe en door wie wordt onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door wie en
naar welke maatstaven daarover te verbinden strafrechtelijke sancties wordt beslist.
Het penitentiaire recht
Welke strafrechtelijke sancties er zijn, door wie en hoe deze ten uitvoer worden gelegd.
Functies van het strafproces;
Het hoofddoel van het strafproces → realiseren van de juiste toepassing van het materiële
strafrecht.
Daarnaast heeft het strafproces ook nevenfuncties:
1. Speciale preventie: voorkomen dat de verdachte nog een keer een strafbaar feit
pleegt.
2. Generale preventie: verdachten moeten terechtstaan en dwangmiddelen worden
toegepast. Dit is het aanzetten tot normconform gedrag.
3. Voorkomen eigenrichting: voorkomen dat medeburgers de verdachte zelf te lijf gaan.
Als er niet wordt opgetreden tegen de verdachte kan dit tot maatschappelijke onrust
en chaos leiden.
4. Orde scheppen: maatschappelijke onrust wordt gekanaliseerd, waarmee gevoel van
veiligheid wordt gecreëerd.
5. Genoegdoening slachtoffer: verschaft het slachtoffer gelegenheid voor participatie in
het strafproces; genoegdoening slachtoffer (recht van spreekrecht).
Bronnen strafprocesrecht
- Wetboek van strafvordering (Sv)
- Wetboek van strafrecht (Sr)
- Bijzondere wetten (politiewet, ambtsinstructie, Wet Wapen en Munitie, Opiumwet,
Internationale rechtsinstrumenten, lagere wetgeving en beleidsregels, ongeschreven
recht, zoals rechtsbeginselen).
Beginselen van het strafprocesrecht →
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel art 1 Sv;
Bepaalt dat strafvordering alleen plaats kan vinden op de wijze bij de wet voorzien (niet
alleen wet in formele zin).
,Zorgt voor rechtszekerheid van de burger; biedt een zekere bescherming tegen
strafvorderlijke willekeur en beschermt de vrijheid van de burger.
Opportuniteitsbeginsel;
Het OM kiest voor de wijze van vervolging. Niet elke inbreuk op de rechtsorde, ook al is zij
strafbaar, vereist strafrechtelijk ingrijpen.
Rechterlijke onafhankelijkheid en -onpartijdigheid;
Onafhankelijkheid van de uitvoerende macht. Onpartijdigheid houdt in dat hij geen speciale
bindingen mag hebben met een van de procespartijen en ook niet vooringenomen mag zijn.
De externe openbaarheid maakt dat de samenleving de rechtsgang kan controleren
(controleert dit beginsel dus).
Onschuldpresumptie art. 6 lid 2 EVRM en art. 14 lid 2 IVBPR;
Iedereen, beschuldigd van een strafbaar feit voor onschuldig wordt gehouden, totdat zijn
schuld overeenkomstig de wet is bewezen.
Vervolgingsmonopolie OM;
Alleen Openbaar Ministerie mag strafzaken bij de strafrechter aanbrengen (behoudens de
procedure in art. 12 Sv).
Waarborgen positie van de verdediging;
Verdachte heeft verdedigingsrechten art. 6 EVRM (zwijgrecht, bijstand, vertaling enz).
Beginsel van goede procesorde;
Belangrijkste beginselen zijn die van redelijke en billijke belangenafweging, ook wel de
proportionaliteit en subsidiariteit (HR Braak bij binnentreden noemen!!!)
- Vertrouwensbeginsel: Verdachten mogen vertrouwen op uitspraken van politie en
justitie.
- Equality of arms: Verdachten en OM hebben dezelfde middelen en dossiers.
- Ne bis in idem: Verbiedt dubbele vervolging voor hetzelfde feit (art. 68 Sr).
- Recht op een eerlijk proces: Geregeld in art. 6 lid 1 EVRM.
- Zuiverheid van oogmerk: Publieke bevoegdheid niet misbruiken voor andere
doeleinden (art. 160 WVW).
- Gelijkheidsbeginsel: Gelijke behandeling van gelijke gevallen in strafrecht.
- Onschuldpresumptie: Verdachte is onschuldig tot schuld bewezen is (art. 6 lid 1
EVRM).
- Legaliteitsbeginsel: Overheidshandelen moet op bestaande wetten gebaseerd zijn,
zonder terugwerkende kracht.
Strafzaak;
1. Start van een Strafzaak
- Strafbaar feit ontdekt via aangifte, melding, politie waarnemingen,
opsporingsonderzoek, controles, of signalen van andere instanties (HR
Aanslag Hoog Catharijne: anonieme meldingen strafbare feiten ).
2. Politie doet onderzoek
- gebruikt dwangmiddelen en opsporingsbevoegdheden.
- Dossier samengesteld (art. 152 en 149a Sv).
, - OvJ besluit over afdoening of seponering.
1. Vooronderzoek (voorbereidend onderzoek);
- Verkennend onderzoek (art. 126gg-126ii SV): Voorbereiding op opsporing.
- Opsporingsonderzoek (art. 132a SV): Onderzoek naar strafbare feiten (gezag OvJ).
- Rechter-commissaris onderzoek (art. 181-183 SV): Toezicht op rechtmatigheid
dwangmiddelen, door bv machtiging R-C.
- Strafrechtelijk financieel onderzoek (art. 126-126fa SV): Bepalen van financieel
voordeel uit criminaliteit.
2. Vervolgbeslissing;
OM beslist over vervolging of seponering (opportuniteitsbeginsel).
3. Eindonderzoek (onderzoek ter terechtzitting) (art. 348 en 350 Sv)
Het onderzoek ter terechtzitting wordt wel gezien als het centrale deel van het strafproces.
Rechter wordt nu met de zaak geconfronteerd.
- Rechter nu ipv OvJ de baas. Tijdens de terechtzitting is de verdachte
‘gelijkwaardiger’ aan de OvJ (geen echte gelijke posities).
- Rechters: Kantonrechter (overtredingen), Politierechter (eenvoudige misdrijven),
Meervoudige kamer (lastige misdrijven).
➢ Griffier maakt proces-verbaal (wat er op de zitting gebeurt).
➢ Externe openbaarheid (art. 121 GW): ziet op de toegankelijkheid van het onderzoek
ter terechtzitting en de uitspraak voor de burgers.
➢ Interne openbaarheid (art. 121 GW): ziet op de toegankelijkheid van het onderzoek
voor alle procesdeelnemers.
➢ De rechter gebruikt het rechterlijk beslissingsschema van art. 348 en 350 Sv om tot
eindvonnis/uitspraak te komen.
● Art. 348 Sv: rechter zich eerst beraden over de geldigheid van de
dagvaarding, zijn competentie, de ontvankelijkheid van de officier van justitie
en of er redenen zijn tot schorsing van de vervolging (formele vragen).
● Art. 350 Sv: de rechter beraden of bewezen is dat de verdachte het ten laste
gelegde feit heeft begaan, zo ja, welk strafbaar feit dit oplevert, of het feit en
of de verdachte strafbaar zijn, en of een straf of een maatregel moet worden
opgelegd, en zo ja, welke.
Dwangmiddelen;
Dwangmiddelen zijn aan te wenden bevoegdheden die de rechten en vrijheden van
personen schenden (personen geven geen toestemming voor de handeling; ‘vrije
wilsuiting’).
Dwang wordt, in belang van het onderzoek, rechtmatig geacht, mits de inbreuk
‘gelegitimeerd’ is door een wet in formele zin art. 1 Sv. Verzetten tegen dwangmiddelen is
strafbaar art. 180 en 184 Sr.
*** een redelijke en billijke belangenafweging vereist. Het belang van een effectieve
strafrechtspleging moet worden afgewogen tegen de vrijheid van het betrokken individu
(subsidiariteit en proportionaliteit).
Steundwangmiddelen;
Is erop gericht de uitoefening van een bevoegdheid te faciliteren. Een dwangmiddel in teken
van het doel van het andere dwangmiddel.
, bv: Het aanhouden van de verdachte gebeurt niet met het oog op het aanhouden, maar met
het oog op het ophouden voor onderzoek.
*** dwangmiddelen niet alleen maar in het Sv, ook in bijzondere wetten:
- Opiumwet: art. 9 Opiumwet.
- Wet Wapens en Munitie: art. 49 WWM.
- Politiewet: art. 9 Politiewet.
*** dwangmiddelen in SV ingedeeld naar mate ingrijpendheid en plaats die zij in chronologie
van strafprocesrecht innemen. Getrapt systeem van wetboek Sv:
- Burger (heterdaad situaties);
- Opsporingsambtenaar;
- Hulpofficier van Justitie;
- Officier van Justitie ;
- Rechter-commissaris;
- Raadkamer rechtbank;
Dwangmiddelen met betrekking tot personen:
1. Staande houden (art. 52 Sv);
2. Aanhouden verdachte (art. 53/54 Sv);
○Betreden en doorzoeken (steundwangmiddel) (art. 53/54 Sv);
3. Ophouden voor onderzoek (art. 56a Sv);
4. Maatregelen ter identificatie;
○ Fouilleren ter identificatie (art. 55b Sv);
5. Inverzekeringstelling (art. 57 Sv);
6. Maatregelen in het belang van onderzoek (art. 61 Sv);
7. Voorlopige hechtenis (art. 63 Sv e.v.);
8. Opnemen van vertrouwelijke communicatie (zie art. 126l, 126s en 126zf Sv);
9. Onderzoek van communicatie via een aanbieder van een communicatiedienst (art.
126m e.v. Sv);
10. Stelselmatige observatie (art. 126g, 126o en 126zd Sv);
11. Informanten (art. 126v en 126zt lid 1 Sv);
12. Stelselmatige inwinning van informatie (art. 126j Sv);
13. Infiltratie (art. 126h Sv);
14. Afnemen van lichaamsmateriaal t.b.v. DNA-onderzoek en een bloedtest (zie o.a. art.
151a-151da Sv).
Dwangmiddelen met betrekking tot voorwerpen, gegevens en vorderingen:
1. Inbeslagneming (zie art. 134 lid 1 & art. 94/94a Sv).
1. Doorzoeking ter inbeslagneming (zie art. 96b e.v. Sv);
2. Doorzoeking ter vastlegging van gegevens (zie art. 125i-125p & art. 126nba,
126uba en 126zpa Sv);
2. Onderzoek aan kleding en lichaam (steundwangmiddel)
3. Onderzoek van voorwerpen, vervoersmiddelen en kleding (steundwangmiddel)
Dwangmiddelen met betrekking tot plaatsen:
1. Schouw (art. 151 en 192 Sv);