1.Je kunt uitleggen waarom we voedsel nodig hebben (brandstof en bouwstof).
we hebben voedsel nodig om ons lichaam van energie en bouwstoffen te voorzien. Voedsel levert
ons lichaam de energie die het nodig heeft om te kunnen bewegen, denken, groeien en alle andere
processen in ons lichaam uit te voeren. Daarnaast hebben we voedsel nodig als bouwstof voor ons
lichaam.
2.Je kent de volgende voedingsstoffen met hun belangrijkste functies: eiwitten,
koolhydraten, vetten (verzadigd en onverzadigd), water, mineralen en
sporenelementen (natrium, kalium, calcium, magnesium, ijzer), en vitamines (A, B1,
foliumzuur, B12, C, D, E, K).
Eiwitten: opbouw en reparatie van lichaamsweefsel, aanmaak van enzymen, hormonen en
afweerstoffen.
Koolhydraten: belangrijkste bron van energie, leveren ook vezels.
Vetten (verzadigd en onverzadigd): opname van bepaalde vitamines, isolatie en bescherming van
organen, leveren energie.
Water: transport van voedingsstoffen en afvalstoffen, regulering van lichaamstemperatuur, behoud
van vochtbalans.
Mineralen en sporenelementen (natrium, kalium, calcium, magnesium, ijzer): opbouw van botten,
spieren en tanden, werking van zenuwen en spieren, transport van zuurstof in bloed.
Vitamines (A, B1, foliumzuur, B12, C, D, E, K): opbouw van weefsel, stofwisseling, immuunsysteem,
opname van andere voedingsstoffen.
3.Je kunt uitleggen wat het Voedingscentrum doet.
Het doel van het Voedingscentrum is om consumenten te helpen bij het maken van gezonde en
duurzame voedingskeuzes.
Ze bieden wetenschappelijk onderbouwde informatie en praktische tips over gezonde voeding en
een gezonde leefstijl.
Ook geven ze advies over veilig en duurzaam voedsel en stimuleren ze een duurzame
voedselproductie en -consumptie.
4.Je kunt uitleggen wat de Schijf van Vijf is.
De Schijf van Vijf is een richtlijn voor gezonde voeding die is ontwikkeld door het
Voedingscentrum, een onafhankelijke voorlichtingsorganisatie die in Nederland actief is. De
Schijf van Vijf geeft aan welke producten en hoeveelheden je dagelijks zou moeten eten om
gezond te blijven.
-groenten en fruit
-volkoren graanproducten en aardappelen
-vis-peulvruchten ,vlees ,ei en vegetarische producten
-zuivel
-vetten en oliën
,6.Je kunt het verschil uitleggen tussen koemelkeiwitallergie en lactose-intolerantie.
Koemelkeiwitallergie en lactose-intolerantie zijn beide aandoeningen die te maken
hebben met de verwerking van melk in ons lichaam, maar ze zijn verschillend.
Koemelkeiwitallergie is een allergische reactie op de eiwitten in koemelk.
Dit kan leiden tot symptomen zoals huiduitslag, zwelling van het gezicht, buikpijn,
braken en diarree.
Mensen met koemelkeiwitallergie moeten koemelk en alle producten die koemelk
bevatten vermijden.
Lactose-intolerantie is een aandoening waarbij het lichaam niet in staat is om
lactose af te breken, een suiker dat voorkomt in melk en zuivelproducten.
Dit kan leiden tot symptomen zoals buikpijn, een opgeblazen gevoel, winderigheid en
diarree. Mensen met lactose-intolerantie moeten melk en zuivelproducten met een
hoog lactosegehalte vermijden of beperken, of enzymen nemen die de afbraak van
lactose vergemakkelijken.
7.Je kunt aangeven bij welk BMI er sprake is van ondergewicht, overgewicht, obesitas
en morbide obesitas.
8.Je kunt de belangrijkste oorzaken, gevolgen en behandelingen van obesitas
benoemen.
Oorzaken: een ongezonde levensstijl met te weinig lichaamsbeweging en te veel calorieën en vetrijk
voedsel. Erfelijke factoren en bepaalde medicijnen kunnen ook bijdragen
Gevolgen: een verhoogd risico op hartaandoeningen, diabetes type 2, hoge bloeddruk, bepaalde
vormen van kanker, slaapapneu en gewrichtspijn
Behandeling: veranderingen in de levensstijl, zoals gezonde voeding, lichaamsbeweging en
gedragsverandering. In sommige gevallen kan een operatie, zoals een maagverkleining, nodig zijn om
gewicht te verliezen en gezondheidsproblemen te verminderen.
,9.Je kunt het verschil uitleggen tussen een gastric sleeve, gastric bypass en gastric
band (maagbandje).
Een gastric sleeve, gastric bypass en gastric band zijn allemaal chirurgische ingrepen die worden
gebruikt om gewichtsverlies te bevorderen, maar ze werken allemaal op verschillende manieren.
Bij een gastric sleeve wordt een groot deel van de maag verwijderd, waardoor de maag kleiner wordt
en er minder voedsel kan worden geconsumeerd.
Bij een gastric bypass wordt de maag verdeeld in een kleine bovenste maagzak en een grotere
onderste maagzak, en wordt de dunne darm opnieuw gerouteerd om deze aan te sluiten op de
kleine bovenste maagzak. Hierdoor wordt de opname van voedsel en calorieën verminderd.
Bij een gastric band wordt er een bandje om de bovenste maag geplaatst om deze kleiner te maken,
waardoor er minder voedsel kan worden geconsumeerd en het gevoel van verzadiging sneller
optreedt.
WEEK 2
1.Je kunt een tekening van het spijsverteringsstelsel maken en daarin aangeven waar zich de
volgende structuren bevinden en wat hun belangrijkste functies zijn: mondholte, speekselklieren,
keelholte, strottenklepje (epiglottis), slokdarm (oesofagus), maag, lever, galblaas, alvleesklier
(pancreas), twaalfvingerige darm (duodenum), dunne darm, blindedarm (appendix), dikke darm
(colon), endeldarm (rectum), anus.
Mondholte:
Functie:
de mondholte is de plek waar de eerste fase van het voedselverwerkingsproces plaatsvindt. Hier
worden ook enzymen aan het eten toegevoegd
Speekselklieren:
Functie:
speeksel te produceren en af te geven in de mondholte. Dit speeksel bevat enzymen die helpen bij
het afbreken van voedsel, en het maakt slikken en spreken gemakkelijker door het vochtig houden
van de mond en keel.
, Keelholte:
Functie:
Door de keelholte passeren zowel ingeademende lucht als eten en drinken
strottenklepje (epiglottis)
Functie:
Sluit de luchtpijp af tijdens het doorslikken van voedsel
slokdarm (oesofagus)
Functie:
Via de slokdarm gaat het voedsel naar de maag
luchtpijp (trachea)
Functie:
Dit is de toegangsweg van lucht naar de longen toe
Maag:
Functie:
is om voedsel op te slaan en te mengen met maagsappen, waaronder zuur en enzymen, die helpen
bij de afbraak van voedsel en de sterilisatie van de voedselbrij. De maag speelt ook een rol bij de
regulatie van de afgifte van voedsel in de dunne darm.