Week 1: Interne markt, vrij verkeer van goederen I
Drie factoren spelen een belangrijke rol bij verwezenlijking van marktintegratie:
1. Vier fundamentele vrijheden:
a. Vrij verkeer van goederen
b. Vrij verkeer van diensten
c. Vrij verkeer van (rechts)personen
d. Vrij verkeer van kapitaal
2. Mededingingsregels
3. Economische en Monetaire Unie (EMU)
Voor het bestaan van de interne markt moeten dus interne belemmeringen worden
opgeruimd. Ook moet er gezorgd worden dat er geen aanzienlijke concurrentieverschillen
zijn.
Er zijn vier fasen van economische integratie:
1. Vrijhandelszone: staat vrij verkeer van goederen tussen lidstaten toe.
2. Douane-unie: heeft gemeenschappelijke buitentarieven voor binnenkomende
goederen.
3. Interne markt: staat de economische productiefactoren toe zich vrij te bewegen
tussen de lidstaten.
4. Economische en monetaire unie: doet zich voor als er een gemeenschappelijke munt
en gecoördineerd economisch beleid is.
Integratie is het bijeenbrengen van afzonderlijke delen onder een gemeenschappelijke
noemer. Er valt een onderscheid te maken:
- Negatieve integratie: wordt nagestreefd door regels van lidstaten die het vrije
verkeer belemmeren te verbieden.
- Positieve integratie: wordt nagestreefd door het vervangen van verschillende
nationale regels door één Europese norm.
Positieve integratie bestaat dus uit het vervangen van de onderlinge verschillende regels van
de lidstaten door een uniforme Europese regel (harmonisatie).
Zodra de Unie harmoniserend is opgetreden m.b.t. een bepaald onderwerp, is de
soevereiniteit van de lidstaat binnen dit onderwerp overgedragen. Maatregelen van de
lidstaten moeten op dit onderwerp verenigbaar zijn met de harmonisatiemaatregel.
Bij totale harmonisatie is de harmonisatie zo volledig dat de richtlijn geen speelruimte
overlaat aan de lidstaten zelf. Zij moeten de voorgeschreven Europese normen eenvoudig in
hun eigen wetgeving opnemen en mogen niet inhoudelijk daarvan afwijken, noch de
doelstelling van de regel anders behartigen.
Minimumharmonisatie houdt in dat de Europese wetgever een basisnorm stelt waaraan de
lidstaten moeten voldoen.
Nog drie vormen van harmonisatie:
, - Wederzijdse erkenning: de lidstaat van ontvangst moet rekening houden met het feit
dat het geïmporteerde goed al voldoet aan regelgeving van het land van herkomst.
- Optionele harmonisatie: indien een Europese norm wordt vastgesteld die naast de
nationale normen blijft bestaan.
- Spontane harmonisatie: als een lidstaat op eigen initiatief overgaat tot harmonisatie.
Kernpunten van de ‘nieuwe methode’ van harmonisatie:
1. Wederzijdse erkenning van de normen van de lidstaten.
2. De Unie dient zich te beperken tot de vaststelling van de basiseisen t.a.v. veiligheid.
3. De precieze normen van deze veiligheidseisen moeten worden overgelaten aan
gespecialiseerde instanties.
4. De producten die aan deze normen voldoen moeten per definitie toegelaten worden
tot de markt.
De vier vrijheden en hun bijbehorende regelingen zijn:
- Vrij verkeer van goederen (art. 26-37 VWEU)
- Vrij verkeer van personen (art. 45-55 VWEU)
- Vrij verkeer van diensten (art. 56-62 VWEU)
- Vrij verkeer van kapitaal (art. 63-66 VWEU)
Twee vormen van discriminatie:
- Directe/openlijke discriminatie: als een maatregel direct onderscheid maakt tussen
binnenlandse en ingevoerde producten.
- Indirecte/verkapte discriminatie: als een maatregel niet direct onderscheid maakt
tussen binnenlandse en ingevoerde producten, maar waarbij de maatregel de
ingevoerde producten/diensten/werknemers alsnog belemmert (bijv. taaleis voor alle
werknemers).
Om de bepalingen inzake het vrije verkeer te kunnen toepassen is allereerst een
grensoverschrijdend element vereist. Als er geen grensoverschrijdend element aanwezig is,
wordt gesproken van een volledig interne situatie. Deze beperking heeft twee redenen:
1. Werkdruk van het Hof zou te hoog worden als Hof ook moest oordelen over interne
aangelegenheden.
2. Zou inbreuk vormen op de soevereiniteit van lidstaten als volledig interne
aangelegenheden door het Hof zouden worden getoetst.
Tarifaire belemmeringen zijn geldelijke belemmeringen en non-tarifaire belemmeringen zijn
niet-geldelijke belemmeringen.
Art. 30 VWEU bepaalt m.b.t. tarifaire belemmeringen dat onder heffingen van gelijke
werking volgens het hof wordt verstaan ‘een eenzijdig opgelegde geldelijke last die wordt
opgelegd vanwege grensoverschrijding van goederen en geen douanerecht is.’ Het
onderscheid tussen heffingen van gelijke werking i.d.z.v. art. 30 VWEU en belastingen i.d.z.v.
art. 110 VWEU is zeer relevant, omdat belastingen uitdrukkelijk niet zijn verboden, maar
heffingen van gelijke werking wel. Het Hof definieert een heffing als een belasting als deze
‘behoort tot een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen waardoor categorieën
producten stelselmatig worden getroffen volgens objectieve, onafhankelijke van de