Eeuwwisseling en moderniteit (1895-1930)
De tijd tussen de eeuwwisseling en WO1 en de levensstijl die daarmee gepaard gaat, wordt
ook wel het fin de siècle genoemd (= eind van de eeuw). WO1 en de economische crisis
hebben de kunstwereld geradicaliseerd. Aan het eind van de 19e eeuw was er een snelle
ontwikkeling van wetenschap en techniek. De impressionisten en symbolisten breken zich
met de realiteit van de wereld. De nieuwe kunst moet geen extern doel dienen: ‘l’art pour
l’art’. Het expressionisme komt met felle kleuren en gekke perspectieven in opstand tegen
de kijkgewoonten van de burgerlijke wereld. Het hectische leven in de grote stad (trams,
auto’s) en WO1 zijn centrale thema’s. De dadaïsten komen met antikunst in opstand tegen
conventies, tegen kunst, tegen regels (shock, chaos, schandalen). Hugo Ball schreef
Lautgedichten = klankgedicht, gedicht met geluid. Na de schokken van WO1 gingen veel
auteurs over op een feitelijke, nuchtere, observerende stijl (Nieuwe Zakelijkheid). Bertolt
Brecht schreef Epischen Theaters (geen eenheid van tijd etc, toeschouwer erbij houden
door lichteffecten en muziek, het V-Effekt = Verfremdung).
Alfred Wolfenstein
Hij was expressionist.
Simultantechnik (= simultane techniek)/Reigungsstil (= sequencing-stijl) = in plaats van
een chronologische volgorde worden de gebeurtenissen gelijktijdig getoond. Scènes en
beelden worden als een collage aan elkaar geregen. Expressionistische dichters gebruiken
dit om de snelheid en chaos te verbeelden. Sonnett = twee kwatrijnen (Quartetten) en twee
drieregelige (Terzetten), verschillende tijdschema’s mogelijk, tegenspraak (These en
Antithese) volgt tot een conclusie (Synthese).
Städter
= stedeling. Huizen en mensen worden met elkaar vergeleken. Voelt zich alleen. Gaat over
anonimiteit en eenzaamheid in een grote stad. Sonnet, ABBA.
Erich Maria Remarque
In 1916 werd hij opgeroepen voor militaire dienst en in juni 1917 werd hij als soldaat naar het
Westelijk Front gestuurd. Boeken en films werden in Nazi-Duitsland verboden. In 1933 ging
hij in ballingschap.
Im Westen nichts Neues
Deze antioorlogsroman over een verloren generatie werd gevierd als een pacifistische
aanklacht tegen de oorlog.
Nationaalsocialisme en literatuur na de oorlog (1930-1967)
In 1933 Hitler aan de macht, Weimarrepubliek werd dictatuur, mensen vervolgd en in
kampen opgesloten/vermoord. In 1941 begon de Holocaust. Er vonden veel
boekverbrandingen plaats. Veel Duitse schrijvers vluchtten naar het buitenland. De
literatuur die daar wordt geschreven heet Exilliteratur (= ballingschapsliteratuur). Een van
de belangrijkste dichters uit die tijd is Paul Celan met zijn gedicht Todesfuge. Oorlog was
voorbij en Duitsland werd verdeeld in de BRD en de DDR. De socialistische ballingen Bertolt
Brecht en Anna Seghers keren terug naar Oost-DU en werken aan het opbouwen van een
nieuwe samenleving. Sinds 1951 propageert de SED (politieke partij) het Sozialistischen
Realismus: literaire werken moeten in dienst staan van het socialisme (positieve helden van
het dagelijks leven, optimisme, socialistisch bewustzijn genereren. Sommige schrijvers
proberen voort te bouwen op de vooroorlogse periode, anderen zien het einde van de oorlog
als Stunde Null (= niet alleen het land is verwoest, maar ook de taal en moet vernieuwd
worden). Dit heette Trümmerliteratur (= puinliteratuur). Sommige auteuren van deze
1