HC13 Milieuproblemen en klimaatverandering 1 april 2020 – Maarten Wolsink
Deel 3 - Afwenteling
Maatschappelijke afwenteling: een actor (individu, of bedrijf, land, etc.) op het collectief (de totale
maatschappij).
Voorbeeld: afwenteling aanpakken raakt aan belangen
Profijt komt bij een ander deel terecht dan de lasten -> dit raakt aan belangen/ belangenstrijd
Voorbeeld Volkswagen: ‘sjoemel software’ -> slimme manier om ze te ontwijken, de uitstoot was in
werkelijkheid veel erger.
Ruimtelijke (geografie!!) afwenteling: voorbeeld van en via water -> schadelijke stoffen komen in de
rivier terecht, dit vuile water is een last voor de rest van de maatschappij die stroomafwaarts ligt.
Afwenteling betekent ALTIJD sociale en politieke conflicten.
Conflicterende belangen
Ongelijke verdeling van profijt en lasten
Sociale verdeling en geografische verdeling
Essentieel in Milieugeografie (kernbegrip) Environmental (in)justice
(Schlosberg):
Recognition: bijna altijd is het zo dat de lasten terecht komen ergens in de maatschappij en die
moeten ervoor vechten dat die milieuproblemen er ook echt zijn en dat het hen treft
Procedural justice:
Distributive justice: wat is uiteindelijk de verdeling van de lasten
Ruimtelijke dynamiek: proces van ruimtelijke verdeling en afwenteling: planologie speelt
hierbij een belangrijke rol
Bij voorbeeld:
- Locatiekeuze van milieubelastende activiteiten
- Wat is rechtvaardig
- Hoe we de lasten rechtvaardig verdelen
Verdelingsvragen -> conflicten -> beleid?
Afwenteling betekent altijd conflict
Dus ook in de stedelijke ontwikkeling gaat het constant over de environmental conflicts
Reacties op of acties tegen afwenteling (tegenwoordig veel environmental justice movement
genoemd) -> basis milieubeleid (ooit begonnen doordat delen van de maatschappij zich tegen
afwenteling begonnen te verzetten, begrip is ouder dan environmental justice, en
milieuproblemen)
VB. ‘Hygiënisten’ in Amsterdam (1840-60): acties voor afvalinzameling, drinkwater vanuit de duinen
en riolering -> dit hebben ze op de beleidsagenda gezet
Tegen deze afvalinzameling kwam ook verzet: Verzet tegen afvaldump A’dam in Naarrdermeer ->
oprichting ‘Vereniging Natuurmonumenten’ (1903-1904)
Verdeling van milieulasten in de stad
Risico’s en hinder
Gaat om:
Locatiekeuze/ beslissingen
Handhaving van normen
Vrijwel altijd: conflicten
Deel 4 – Mondiaal & klimaat
,Mondiaal: drivers, gebruiksruimte, ‘carrrying capacity’ -> gedaan voor aantal categorieën, wat volgens
hen de aarde kan verdragen.
Grootste milieuprobleem is niet klimaatverandering: biodiverrsity loss is het grootste milieuprobleem,
in zeer hoog tempo aantal teruglopende soorten, afname aan de biomassa -> dit heeft weer te maken
met de andere categorieën, zoals klimaatverandering.
Het hangt ook samen met de voedingsstoffencyclus: Stikstofcyclus = grote belasting voor de
biodiversiteit en ecosystemen.
Klimaatverandering
Vanaf 1970: tempo van temperatuurstijging neemt heel snel toe op de aarde
Is Klimaatverandering een Milieuprobleem?
Kijkend naar voorwaarde 2. Hebben we te maken met een verandering in de fysieke leefomgeving en
wat is het effect daarvan?
Geschiedenis:
Fourier: 1824 ontwikkeld theorie dat CO2 infrarood absorbeert
Onbestreden, onweerlegbare kennis.
Na Fourier ‘ontdekkers’ van het broeikaseffect.
John Tyndall (1860) toonde aan dat visueel transparante gassen infraroodstraling absorberen -> was t
eens met Fourier en waren dus samen de ontdekkers van de broeikaswerking van het gas CO2.
Kijkend naar voorwaarde 1 & 3: verandering menselijke oorzaak en heeft maatschappelijke gevolgen
‘uitvinding’ versterkte broeikaseffect 1896
Svante Arrhenius (1896) “On the influence of the carbonic acid in the air upon the
temperature on the ground”
Theorie: samenstelling atmosfeer verandert door overvloedige toevoeging van CO2 door
mensheid
Hij stelde dat de CO2 zou toenemen en daarmee ook de temperatuur op aarde
-> verleggen evenwicht broeikaseffect
-> beïnvloeding klimaat: mondiale opwarming
Opnieuw: onbestreden, onloochenbare kennis
Voorwaarde 1: twee categorieren ingrepen
Svante Arrhenius verwachte juist dat er meer mogelijkheden zouden zijn voor het verbouwen van
gewassen met het versterkte broeikaseffect/ opwarming van de aarde. Hij zag dit dus niet als iets
slechts.
Het broeikaseffect (greenhouse effect) is geen milieuprobleem, maar een ecosystem service
Het heeft een regulerende functie: klimaat-evenwicht: essentieel voor leven, anders zou het
veel te koud zijn op de aarde om te leven.
Verandering is versterking van broeikaseffect verschuiving evenwicht door:
- flow (stromen van koolstof naar atmosfeer -> gevolg van menselijke activiteit)
- sink (vermindering van vastgelegde koolstof -> door mensen, aantasting van de sink)
Wanneer er negatieve maatschappelijke gevolgen hierdoor zijn is het een milieuprobleem
Voorwaarde 4: Opwarming van de aarde heeft (ook) negatieve maatschappelijke gevolgen, globaal
overzicht:
Grote geografische verschillen -> ook grote verschillen in betekenis (vb. temperatuurstijging
in de stad en op het land)
Temperratuurstijgingen: problematisch in (sub)tropen + Urban Heat Island effect (HC16)
Sterke geografisch bepaalde impact waterhuishouding
Grotere turbulenties in de atmosfeer (met name wind)
Meer stromen (genuanceerd): toename sterkste klasse stormen tropisch; meer in gematigde
streken; zeer onzeker
, ‘Global greening’ (recent aangetoond, replicatie nodig): toenamen groen a.g.v toename CO2
concentratie (netto-effect nog altijd sterk negatief door ontbossing)
Samenvatting effecten:
Zeespiegelstijging (HC16)
Grote fluctuaties neerslagpatronen, dus in afstroom rivieren -> beïnvloeding beschikbaar zoet
water
Grote geografische verschillen in effecten op waterhuishouding
Verandering (verschuiving) klimaatzones -> hele steden komen in hele andere klimaatzones te
liggen
Daardoor beïnvloeden natuur en landbouw
Vele andere indirecte effecten
Altijd afhankelijk van de lokale fysische en sociale geografie
Zoals bij alle milieuproblemen
Twee hoofd strategieën die je kunt volgen om er wat aan te doen: mitigation (iets doen aan de
oorzaken) en adaptation (proberen de maatschappij aan te passen aan de effecten)
Mitigation: Beperken aantasting ecosysteem van klimaatregulatie (‘climate change
mitigation’) -> vooral door verandering in energiesystemen en energiegebruik
Adaptation: Aanpassen maatschappij (vooral ruimte en ruimtegebruik) aan de verandering in
klimaatregulatie (‘climate change adaptation’) -> sterk afhankelijk van regio en locatie
(effecten verschillend, betekenis afhankelijk van sociaal-economische geografie) Zit hem
vooral in ruimtelijke inrichting
HC14 Milieuproblemen en de stad 2 april 2020 – Maarten Wolsink
Deel 1 – Klimaatverandering
Deel 3 - Afwenteling
Maatschappelijke afwenteling: een actor (individu, of bedrijf, land, etc.) op het collectief (de totale
maatschappij).
Voorbeeld: afwenteling aanpakken raakt aan belangen
Profijt komt bij een ander deel terecht dan de lasten -> dit raakt aan belangen/ belangenstrijd
Voorbeeld Volkswagen: ‘sjoemel software’ -> slimme manier om ze te ontwijken, de uitstoot was in
werkelijkheid veel erger.
Ruimtelijke (geografie!!) afwenteling: voorbeeld van en via water -> schadelijke stoffen komen in de
rivier terecht, dit vuile water is een last voor de rest van de maatschappij die stroomafwaarts ligt.
Afwenteling betekent ALTIJD sociale en politieke conflicten.
Conflicterende belangen
Ongelijke verdeling van profijt en lasten
Sociale verdeling en geografische verdeling
Essentieel in Milieugeografie (kernbegrip) Environmental (in)justice
(Schlosberg):
Recognition: bijna altijd is het zo dat de lasten terecht komen ergens in de maatschappij en die
moeten ervoor vechten dat die milieuproblemen er ook echt zijn en dat het hen treft
Procedural justice:
Distributive justice: wat is uiteindelijk de verdeling van de lasten
Ruimtelijke dynamiek: proces van ruimtelijke verdeling en afwenteling: planologie speelt
hierbij een belangrijke rol
Bij voorbeeld:
- Locatiekeuze van milieubelastende activiteiten
- Wat is rechtvaardig
- Hoe we de lasten rechtvaardig verdelen
Verdelingsvragen -> conflicten -> beleid?
Afwenteling betekent altijd conflict
Dus ook in de stedelijke ontwikkeling gaat het constant over de environmental conflicts
Reacties op of acties tegen afwenteling (tegenwoordig veel environmental justice movement
genoemd) -> basis milieubeleid (ooit begonnen doordat delen van de maatschappij zich tegen
afwenteling begonnen te verzetten, begrip is ouder dan environmental justice, en
milieuproblemen)
VB. ‘Hygiënisten’ in Amsterdam (1840-60): acties voor afvalinzameling, drinkwater vanuit de duinen
en riolering -> dit hebben ze op de beleidsagenda gezet
Tegen deze afvalinzameling kwam ook verzet: Verzet tegen afvaldump A’dam in Naarrdermeer ->
oprichting ‘Vereniging Natuurmonumenten’ (1903-1904)
Verdeling van milieulasten in de stad
Risico’s en hinder
Gaat om:
Locatiekeuze/ beslissingen
Handhaving van normen
Vrijwel altijd: conflicten
Deel 4 – Mondiaal & klimaat
,Mondiaal: drivers, gebruiksruimte, ‘carrrying capacity’ -> gedaan voor aantal categorieën, wat volgens
hen de aarde kan verdragen.
Grootste milieuprobleem is niet klimaatverandering: biodiverrsity loss is het grootste milieuprobleem,
in zeer hoog tempo aantal teruglopende soorten, afname aan de biomassa -> dit heeft weer te maken
met de andere categorieën, zoals klimaatverandering.
Het hangt ook samen met de voedingsstoffencyclus: Stikstofcyclus = grote belasting voor de
biodiversiteit en ecosystemen.
Klimaatverandering
Vanaf 1970: tempo van temperatuurstijging neemt heel snel toe op de aarde
Is Klimaatverandering een Milieuprobleem?
Kijkend naar voorwaarde 2. Hebben we te maken met een verandering in de fysieke leefomgeving en
wat is het effect daarvan?
Geschiedenis:
Fourier: 1824 ontwikkeld theorie dat CO2 infrarood absorbeert
Onbestreden, onweerlegbare kennis.
Na Fourier ‘ontdekkers’ van het broeikaseffect.
John Tyndall (1860) toonde aan dat visueel transparante gassen infraroodstraling absorberen -> was t
eens met Fourier en waren dus samen de ontdekkers van de broeikaswerking van het gas CO2.
Kijkend naar voorwaarde 1 & 3: verandering menselijke oorzaak en heeft maatschappelijke gevolgen
‘uitvinding’ versterkte broeikaseffect 1896
Svante Arrhenius (1896) “On the influence of the carbonic acid in the air upon the
temperature on the ground”
Theorie: samenstelling atmosfeer verandert door overvloedige toevoeging van CO2 door
mensheid
Hij stelde dat de CO2 zou toenemen en daarmee ook de temperatuur op aarde
-> verleggen evenwicht broeikaseffect
-> beïnvloeding klimaat: mondiale opwarming
Opnieuw: onbestreden, onloochenbare kennis
Voorwaarde 1: twee categorieren ingrepen
Svante Arrhenius verwachte juist dat er meer mogelijkheden zouden zijn voor het verbouwen van
gewassen met het versterkte broeikaseffect/ opwarming van de aarde. Hij zag dit dus niet als iets
slechts.
Het broeikaseffect (greenhouse effect) is geen milieuprobleem, maar een ecosystem service
Het heeft een regulerende functie: klimaat-evenwicht: essentieel voor leven, anders zou het
veel te koud zijn op de aarde om te leven.
Verandering is versterking van broeikaseffect verschuiving evenwicht door:
- flow (stromen van koolstof naar atmosfeer -> gevolg van menselijke activiteit)
- sink (vermindering van vastgelegde koolstof -> door mensen, aantasting van de sink)
Wanneer er negatieve maatschappelijke gevolgen hierdoor zijn is het een milieuprobleem
Voorwaarde 4: Opwarming van de aarde heeft (ook) negatieve maatschappelijke gevolgen, globaal
overzicht:
Grote geografische verschillen -> ook grote verschillen in betekenis (vb. temperatuurstijging
in de stad en op het land)
Temperratuurstijgingen: problematisch in (sub)tropen + Urban Heat Island effect (HC16)
Sterke geografisch bepaalde impact waterhuishouding
Grotere turbulenties in de atmosfeer (met name wind)
Meer stromen (genuanceerd): toename sterkste klasse stormen tropisch; meer in gematigde
streken; zeer onzeker
, ‘Global greening’ (recent aangetoond, replicatie nodig): toenamen groen a.g.v toename CO2
concentratie (netto-effect nog altijd sterk negatief door ontbossing)
Samenvatting effecten:
Zeespiegelstijging (HC16)
Grote fluctuaties neerslagpatronen, dus in afstroom rivieren -> beïnvloeding beschikbaar zoet
water
Grote geografische verschillen in effecten op waterhuishouding
Verandering (verschuiving) klimaatzones -> hele steden komen in hele andere klimaatzones te
liggen
Daardoor beïnvloeden natuur en landbouw
Vele andere indirecte effecten
Altijd afhankelijk van de lokale fysische en sociale geografie
Zoals bij alle milieuproblemen
Twee hoofd strategieën die je kunt volgen om er wat aan te doen: mitigation (iets doen aan de
oorzaken) en adaptation (proberen de maatschappij aan te passen aan de effecten)
Mitigation: Beperken aantasting ecosysteem van klimaatregulatie (‘climate change
mitigation’) -> vooral door verandering in energiesystemen en energiegebruik
Adaptation: Aanpassen maatschappij (vooral ruimte en ruimtegebruik) aan de verandering in
klimaatregulatie (‘climate change adaptation’) -> sterk afhankelijk van regio en locatie
(effecten verschillend, betekenis afhankelijk van sociaal-economische geografie) Zit hem
vooral in ruimtelijke inrichting
HC14 Milieuproblemen en de stad 2 april 2020 – Maarten Wolsink
Deel 1 – Klimaatverandering