Samenvatting bestuurs(proces)recht
Week 1
639 Begrip
Handhaving als juridisch begrip kan worden omschreven als het toezien op de naleving van
wettelijke voorschriften en het sanctioneren van handdelingen die in strijd zijn met die
wettelijke voorschriften. Bestuurlijke handhaving is de handhaving die geschiedt door
bestuursorganen.
643 Toezicht op de naleving
Toezicht op de naleving is het actief onderzoeken, door of vanwege een bestuursorgaan of
een norm wordt nageleefd.
644 Sancties
De sancties kunnen naar hun doel en strekking worden onderverdeeld in twee vormen,
namelijk:
1. Herstelsancties;
Deze sancties zijn gericht op herstel van de rechtmatige situatie.
2. Bestraffende of punitieve sancties.
Deze sancties zijn gericht op leedtoevoeging.
Om adequate handhaving te bewerkstellingen, is het in het algemeen nodig dat een
overtreding zowel met een herstelsanctie als met een bestraffende sanctie wordt bedreigd.
Dit verklaart ook waarom vaak ter zake van dezelfde overtreding een punitieve sanctie en
een herstelsanctie wordt opgelegd en dat dit niet alleen aanvaardbaar is, maar voor een
goede handhaving ook noodzakelijk kan zijn.
645 Handhavingstekort
Als regels niet worden gehandhaafd, zal in het algemeen de bereidheid om ze na te leven,
afnemen. Daarnaast is duidelijk dat een overheid die haar regels niet handhaaft, haar
geloofwaardigheid verliest. In dit verband wordt gesproken van een bestaand of
verondersteld handhavingstekort. Dit handhavingstekort manifesteert zich het duidelijkst als
de overheid, nadat is vastgesteld dat sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift,
afziet van het sanctioneren daarvan of zelfs afziet van het controleren of wettelijke
voorschriften wel worden nageleefd. Het tekort kan ook ontstaan doordat wettelijke
voorschriften zodanig gebrekkig zijn, dat zij met de beste wil van de wereld niet te
handhaven zijn. Het gaat dan over handhaafbaarheid, die eigenlijk vooral een
normstellingsprobleem is.
648 Bestuursrechtelijke handhaving en besluiten
De meeste sanctiebeslissingen leveren ook weer besluiten op en die moeten voldoen aan de
normen die de bijzondere wet en de Awb stellen over het nemen van besluiten.
649 Begrip
Er is geen definitie van toezicht opgenomen. Art. 5:11 Awb omschrijft alleen de
toezichthouder als een persoon die bij of krachtens wettelijk voorschrift is belast met het
houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk
voorschrift.
650 Toezicht en opsporing
De Awb gaat uit van een onderscheid tussen toezicht en opsporing. Toezicht wordt
uitgeoefend zonder dat er sprake hoeft te zijn van een redelijk vermoeden van een strafbaar
feit, terwijl die verdenking wel is vereist voor het kunnen uitvoeren van opsporingsactiviteiten.
Opsporing vormt daarmee een element uit het strafrecht en toezicht draagt een
bestuursrechtelijk karakter.
,651 Regeling in de Awb
In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Awb is een algemene regeling opgenomen over het toezicht
op de naleving. Deze titel is steeds van toepassing als er sprake is van een toezichthouder
(art. 5:11 Awb).
652 Begrip
Op grond van art. 5:11 Awb is een toezichterhouder een persoon die bij of krachtens wettelijk
voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens enig wettelijk voorschrift.
653 Bevoegdheden van de toezichthouder
Als een persoon bij of krachtens de wet is aangewezen als toezichthouder, dan heeft hij een
aantal bevoegdheden. Deze bevoegdheden kunnen bij wettelijk voorschrift of bij besluit van
het bestuursorgaan dat de betreffende toezichthouder als zodanig aanwijst, worden beperkt
(art. 5:14 Awb). Deze bevoegdheden kunnen alleen bij wet in formele zin worden uitgebreid.
Bij het uitoefenen van deze bevoegdheden spelen de beginselen van behoorlijk bestuur een
belangrijke rol. Zo is het evenredigheidsbeginsel in art. 5:13 Awb toegespitst op het
nalevingstoezicht.
654 Specifieke bevoegdheden
De toezichthouders hebben op grond van de Awb de bevoegdheid om:
Elke plaats te betreden met uitzondering van een woning (art. 5:15 Awb);
Inzage te vorderen van zakelijke gegevens ben bescheiden en daarvan kopieën te
maken (art. 5:17 Awb);
Zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te
nemen, daarvoor zijn zij ook bevoegd verpakkingen te openen (art. 5:18 Awb);
Vervoermiddelen en hun lading te onderzoeken, inzage te vorderen van een wettelijk
voorgeschreven bescheiden en te vorderen dat de bestuurder van een voertuig of de
schipper van een vaartuig hun vervoermiddelen stilhouden en naar een aangewezen
plaats overbrengen (art. 5:19 Awb).
Een ieder is verplicht aan de toezichthouder medewerking te verlenen, tenzij men een
beroep kan doen op een geheimhoudingsplicht (art. 5:20 Awb).
655 De medewerkingsplicht en art. 6 EVRM
Centraal in de grondrechtelijke waarborgen rond toezicht en sancties is het recht om niet te
hoeven meewerken aan de eigen veroordeling en de daaruit afgeleide verplichting voor de
overheid hierop te wijzen. Deze waarborgen hoeven aan uitoefening van bevoegdheden in
het kader van nalevingstoezicht niet in de weg te staan, zolang er geen sprake is van een
redelijk vermoeden van een strafbaar feit.
656 Sanctionering van het toezicht
De regeling van het toezicht in de Awb kent geen handhavingsbepalingen. Een belangrijke
sanctie op het niet-naleven van de verplichting jegens toezichthouders wordt gevormd door
art. 184 Sr. Op grond van art. 184 Sr is het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of
vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een toezichthoudend of
opsporingsambtenaar of het opzettelijk beletten, belemmeren of verijdelen van handelingen
van deze ambtenaren ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, strafbaar.
657 Rechtsbescherming
Tegen toezichthandelingen staat in de meeste gevallen geen bestuursrechtelijke
rechtsbescherming open. De bescherming wordt ten eerste geboden door de
bestuursrechter die moet oordelen over sanctiebesluiten, genomen op basis van een
handhavingsonderzoek. Een soortgelijke belemmering wordt geboden door de strafrechter
,als de sanctie van strafrechtelijke aard is, of de overheid vervolgt wegens schending van art.
184 Sr. Als de restrechter kan de burgerlijke rechter een aanvullende rol spelen.
658 Geen onderscheid
De toezichthouder kan zijn bevoegdheden ook uitoefenen jegens overheidslichamen. De
regelingen in de Awb maakt geen onderscheid waar het gaat om nalevingstoezicht tegen
particulieren of tegen de overheid.
659 Begrip
Een sanctie kan in juridische zin worden omschreven als een belastende maatregel die
rechtens kan worden opgelegd als reactie op het niet-naleven van rechtsregels.
Bestuursrechtelijke sancties betreffen sancties waarvan de bevoegdheid tot opleggen bij
bestuursorganen ligt.
660 Twee hoofdvormen en een restcategorie
De bestuurlijke handhaving kan primair zijn gericht op het ongedaan maken van een situatie
die in strijd is met de geldende voorschriften, dan wel op het toedelen van leed als reactie op
een normovertreding.
De eerste categorie ziet op herstelsancties (art. 5:2 lid 1 onder b Awb en bij de tweede
categorie gaat het om bestraffende sancties (art. 5:2 lid 1 onder c Awb). Dit onderscheid is
van belang voor de toepasselijkheid van art. 6 en 7 EVRM en art. 14 en 15 IVBPR, maar ook
wat betreft rechterlijke toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur en de gevolgen van
samenloop.
661 Het onderscheid nader bezien. Criminal charge
Het onderscheid tussen punitieve sancties en andere sancties heeft grote gevolgen voor de
toepasselijke waarborgen. Dit vloeit voort uit art. 6 en 7 EVRM en 14 en 15 IVBRP. De
vuistregel is dat als de overtreding naar nationaal recht tot het strafrecht wordt gerekend, dat
een belangrijke aanwijzing is dat zij onder de waarborgen van art. 6 EVRM valt. Voor het
overige hangt het af van het materiële karakter van de vervolging, waarbij het gaat om
criteria als de reikwijdte van de geschonden norm en het doel, de aard en de zwaarte van de
opgelegde sanctie. Of er sprake is van een charge is vooral van belang voor het moment
waarop de waarborgen van dat artikel hun betekenis krijgen.
662 Gevolgen van het onderscheid
Het onderscheid tussen herstelsancties en punitieve sancties is met name van belang
vanwege de bijzondere waarborgen die aan het opleggen van punitieve sancties verbonden
zijn en die voor een groot deel terug te voeren zijn op art. 6 en 7 EVRM, art. 48 t/m 50
Handvest en art. 15 en 15 IVBPR. Art. 6 EVRM garandeert bij het bepalen van de
gegrondheid van een ingestelde vervolging het recht op een eerlijke en openbare
behandeling van de zaak, binnen een redelijke termijn door een onafhankelijke en
onpartijdige rechter. De waarborgen bij een criminal charge kunnen worden onderverdeeld in
de waarborgen betreffende de grondslag van de straf, de procedure van vervolging en
strafoplegging en de toegang tot de rechter.
664 Toetsing door de rechter
Het onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties doet zich ook voor bij de
manier waarop de rechter het betrokken sanctiebesluit toetst. Grofweg kan men zeggen dat
de rechter een bestraffende sanctie naar haar inhoud vol toets en een herstelsanctie
marginaal.
665 Wettelijke grondslag
De bevoegdheid om een bestuurlijke sanctie op te leggen dient op een wettelijke grondslag
te berusten (art. 5:4 Awb). Bij bestraffende sancties dient dit uit een specifieke wettelijke
grondslag te zijn (art. 7 EVRM). Bij herstelsancties wordt in de jurisprudentie een algemene
grondslag voldoende geacht.
, 666 Overtreding en overtreder
Een sanctie kan alleen worden opgelegd als een overtreding heeft plaatsgevonden en zij kan
vaak ook alleen aan een overtreder worden opgelegd. Op grond van art. 5:1 lid 2 Awb is een
overtreder degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Daaronder valt niet alleen de
natuurlijke persoon die zelf het wettelijk voorschrift heeft overtreden, maar ook de natuurlijke
persoon die een ander opdracht geeft of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
rechtspersoon en de persoon of personen die daaraan feitelijk leiding geeft of geven (art. 5:1
lid 3 Awb).
675 Sancties in de Awb
De Awb bevat allereerst een algemeen deel inzake handhaving. Daarnaast bevat zij een
regeling van bestuursdwang en dwangsom, van de bestuurlijke boete en van de intrekking
van subsidies. Een algemene regeling inzake intrekking en wijziging van beschikkingen staat
al vanaf het begin op de agenda van de Awb, maar is nog steeds in zicht.
676 Begrip en karakter
Bestuursdwang is de meest feitelijke vorm van bestuursrechtelijke handhaving. De
uitoefening van bestuursdwang houdt in dat een bestuursorgaan door feitelijk op te treden
een situatie die in strijd is met een bestuursrechtelijke norm, daarmee weer in
overeenstemming brengt. Als regel gebeurt dit op kosten van de overtreden. Voordat de
bestuursdwang daadwerkelijk kan worden toegepast, moet eerst een last worden opgelegd.
Deze last geldt als een sanctiebesluit.
677 Bevoegdheid
De Awb geeft een omschrijving van de bestuursdwang, maar het bepaalt niet wie daartoe
bevoegd is. Art. 5:5 Awb bepaalt wel dat een bestuursdwangbevoegdheid bij of krachtens de
wet dient te zijn toegekend. Gemeentebesturen, provinciale besturen en
waterschapsbesturen beschikken over een algemene bestuursdwangbevoegdheid op grond
van de Gemeentewet, Provinciewet en Waterschapswet. In diezelfde wetgeving is bepaald
welke organen van deze openbare lichamen over deze bevoegdheid beschikken.
678 Belangenafweging
De vraag of bij een geconstateerde overtreding een sanctie moet worden opgelegd, is door
de beginselplicht tot handhaving beantwoord. Een belangenafweging is alleen aan de orde in
het kader van de uitzonderingen op die beginselplicht.
679 Oplegging van de last. Beschikking
De Awb schrijft voor dat de beslissing tot oplegging van een last onder bestuursdwang
bekend wordt gemaakt aan de overtreder, de rechthebbende op het gebruik van de zaak ten
aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast en aan de aanvrager (art. 5:24 lid 3
Awb). De beslissing draagt het karakter van een beschikking (art. 5:9 Awb).
680 Tenuitvoerlegging
Om een bestuursdwang op een effectieve wijze te kunnen uitvoeren, dient een
bestuursorgaan over een aantal bijkomende bevoegdheden te beschikken. De Awb geeft
daartoe aan de door het bestuursorgaan aangewezen personen de bevoegdheid de nodige
plaatsen te betreden, terwijl de wet ook bepaalt dat het verzegelen van gebouwen en
terreinen en het meevoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken tot de uitoefening van
de bestuursdwang behoort. Het bestuursorgaan is verder gerechtigd de meegevoerde zaken
als ze niet binnen dertien weken kunnen worden teruggegeven, aan derden te verkopen of
over te dragen of te vernietigen. Met het opleggen van de last onder bestuursdwang ontstaat
een beginselplicht om, als de overtreding ook na afloop van de begunstigingstermijn
voortduur ook handhavend op te treden. Voor derde-belanghebbenden voorziet de Awb in
een bevoegdheid om het bestuursorgaan te verzoeken daadwerkelijk tot uitvoering over te
Week 1
639 Begrip
Handhaving als juridisch begrip kan worden omschreven als het toezien op de naleving van
wettelijke voorschriften en het sanctioneren van handdelingen die in strijd zijn met die
wettelijke voorschriften. Bestuurlijke handhaving is de handhaving die geschiedt door
bestuursorganen.
643 Toezicht op de naleving
Toezicht op de naleving is het actief onderzoeken, door of vanwege een bestuursorgaan of
een norm wordt nageleefd.
644 Sancties
De sancties kunnen naar hun doel en strekking worden onderverdeeld in twee vormen,
namelijk:
1. Herstelsancties;
Deze sancties zijn gericht op herstel van de rechtmatige situatie.
2. Bestraffende of punitieve sancties.
Deze sancties zijn gericht op leedtoevoeging.
Om adequate handhaving te bewerkstellingen, is het in het algemeen nodig dat een
overtreding zowel met een herstelsanctie als met een bestraffende sanctie wordt bedreigd.
Dit verklaart ook waarom vaak ter zake van dezelfde overtreding een punitieve sanctie en
een herstelsanctie wordt opgelegd en dat dit niet alleen aanvaardbaar is, maar voor een
goede handhaving ook noodzakelijk kan zijn.
645 Handhavingstekort
Als regels niet worden gehandhaafd, zal in het algemeen de bereidheid om ze na te leven,
afnemen. Daarnaast is duidelijk dat een overheid die haar regels niet handhaaft, haar
geloofwaardigheid verliest. In dit verband wordt gesproken van een bestaand of
verondersteld handhavingstekort. Dit handhavingstekort manifesteert zich het duidelijkst als
de overheid, nadat is vastgesteld dat sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift,
afziet van het sanctioneren daarvan of zelfs afziet van het controleren of wettelijke
voorschriften wel worden nageleefd. Het tekort kan ook ontstaan doordat wettelijke
voorschriften zodanig gebrekkig zijn, dat zij met de beste wil van de wereld niet te
handhaven zijn. Het gaat dan over handhaafbaarheid, die eigenlijk vooral een
normstellingsprobleem is.
648 Bestuursrechtelijke handhaving en besluiten
De meeste sanctiebeslissingen leveren ook weer besluiten op en die moeten voldoen aan de
normen die de bijzondere wet en de Awb stellen over het nemen van besluiten.
649 Begrip
Er is geen definitie van toezicht opgenomen. Art. 5:11 Awb omschrijft alleen de
toezichthouder als een persoon die bij of krachtens wettelijk voorschrift is belast met het
houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk
voorschrift.
650 Toezicht en opsporing
De Awb gaat uit van een onderscheid tussen toezicht en opsporing. Toezicht wordt
uitgeoefend zonder dat er sprake hoeft te zijn van een redelijk vermoeden van een strafbaar
feit, terwijl die verdenking wel is vereist voor het kunnen uitvoeren van opsporingsactiviteiten.
Opsporing vormt daarmee een element uit het strafrecht en toezicht draagt een
bestuursrechtelijk karakter.
,651 Regeling in de Awb
In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Awb is een algemene regeling opgenomen over het toezicht
op de naleving. Deze titel is steeds van toepassing als er sprake is van een toezichthouder
(art. 5:11 Awb).
652 Begrip
Op grond van art. 5:11 Awb is een toezichterhouder een persoon die bij of krachtens wettelijk
voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens enig wettelijk voorschrift.
653 Bevoegdheden van de toezichthouder
Als een persoon bij of krachtens de wet is aangewezen als toezichthouder, dan heeft hij een
aantal bevoegdheden. Deze bevoegdheden kunnen bij wettelijk voorschrift of bij besluit van
het bestuursorgaan dat de betreffende toezichthouder als zodanig aanwijst, worden beperkt
(art. 5:14 Awb). Deze bevoegdheden kunnen alleen bij wet in formele zin worden uitgebreid.
Bij het uitoefenen van deze bevoegdheden spelen de beginselen van behoorlijk bestuur een
belangrijke rol. Zo is het evenredigheidsbeginsel in art. 5:13 Awb toegespitst op het
nalevingstoezicht.
654 Specifieke bevoegdheden
De toezichthouders hebben op grond van de Awb de bevoegdheid om:
Elke plaats te betreden met uitzondering van een woning (art. 5:15 Awb);
Inzage te vorderen van zakelijke gegevens ben bescheiden en daarvan kopieën te
maken (art. 5:17 Awb);
Zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te
nemen, daarvoor zijn zij ook bevoegd verpakkingen te openen (art. 5:18 Awb);
Vervoermiddelen en hun lading te onderzoeken, inzage te vorderen van een wettelijk
voorgeschreven bescheiden en te vorderen dat de bestuurder van een voertuig of de
schipper van een vaartuig hun vervoermiddelen stilhouden en naar een aangewezen
plaats overbrengen (art. 5:19 Awb).
Een ieder is verplicht aan de toezichthouder medewerking te verlenen, tenzij men een
beroep kan doen op een geheimhoudingsplicht (art. 5:20 Awb).
655 De medewerkingsplicht en art. 6 EVRM
Centraal in de grondrechtelijke waarborgen rond toezicht en sancties is het recht om niet te
hoeven meewerken aan de eigen veroordeling en de daaruit afgeleide verplichting voor de
overheid hierop te wijzen. Deze waarborgen hoeven aan uitoefening van bevoegdheden in
het kader van nalevingstoezicht niet in de weg te staan, zolang er geen sprake is van een
redelijk vermoeden van een strafbaar feit.
656 Sanctionering van het toezicht
De regeling van het toezicht in de Awb kent geen handhavingsbepalingen. Een belangrijke
sanctie op het niet-naleven van de verplichting jegens toezichthouders wordt gevormd door
art. 184 Sr. Op grond van art. 184 Sr is het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of
vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een toezichthoudend of
opsporingsambtenaar of het opzettelijk beletten, belemmeren of verijdelen van handelingen
van deze ambtenaren ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, strafbaar.
657 Rechtsbescherming
Tegen toezichthandelingen staat in de meeste gevallen geen bestuursrechtelijke
rechtsbescherming open. De bescherming wordt ten eerste geboden door de
bestuursrechter die moet oordelen over sanctiebesluiten, genomen op basis van een
handhavingsonderzoek. Een soortgelijke belemmering wordt geboden door de strafrechter
,als de sanctie van strafrechtelijke aard is, of de overheid vervolgt wegens schending van art.
184 Sr. Als de restrechter kan de burgerlijke rechter een aanvullende rol spelen.
658 Geen onderscheid
De toezichthouder kan zijn bevoegdheden ook uitoefenen jegens overheidslichamen. De
regelingen in de Awb maakt geen onderscheid waar het gaat om nalevingstoezicht tegen
particulieren of tegen de overheid.
659 Begrip
Een sanctie kan in juridische zin worden omschreven als een belastende maatregel die
rechtens kan worden opgelegd als reactie op het niet-naleven van rechtsregels.
Bestuursrechtelijke sancties betreffen sancties waarvan de bevoegdheid tot opleggen bij
bestuursorganen ligt.
660 Twee hoofdvormen en een restcategorie
De bestuurlijke handhaving kan primair zijn gericht op het ongedaan maken van een situatie
die in strijd is met de geldende voorschriften, dan wel op het toedelen van leed als reactie op
een normovertreding.
De eerste categorie ziet op herstelsancties (art. 5:2 lid 1 onder b Awb en bij de tweede
categorie gaat het om bestraffende sancties (art. 5:2 lid 1 onder c Awb). Dit onderscheid is
van belang voor de toepasselijkheid van art. 6 en 7 EVRM en art. 14 en 15 IVBPR, maar ook
wat betreft rechterlijke toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur en de gevolgen van
samenloop.
661 Het onderscheid nader bezien. Criminal charge
Het onderscheid tussen punitieve sancties en andere sancties heeft grote gevolgen voor de
toepasselijke waarborgen. Dit vloeit voort uit art. 6 en 7 EVRM en 14 en 15 IVBRP. De
vuistregel is dat als de overtreding naar nationaal recht tot het strafrecht wordt gerekend, dat
een belangrijke aanwijzing is dat zij onder de waarborgen van art. 6 EVRM valt. Voor het
overige hangt het af van het materiële karakter van de vervolging, waarbij het gaat om
criteria als de reikwijdte van de geschonden norm en het doel, de aard en de zwaarte van de
opgelegde sanctie. Of er sprake is van een charge is vooral van belang voor het moment
waarop de waarborgen van dat artikel hun betekenis krijgen.
662 Gevolgen van het onderscheid
Het onderscheid tussen herstelsancties en punitieve sancties is met name van belang
vanwege de bijzondere waarborgen die aan het opleggen van punitieve sancties verbonden
zijn en die voor een groot deel terug te voeren zijn op art. 6 en 7 EVRM, art. 48 t/m 50
Handvest en art. 15 en 15 IVBPR. Art. 6 EVRM garandeert bij het bepalen van de
gegrondheid van een ingestelde vervolging het recht op een eerlijke en openbare
behandeling van de zaak, binnen een redelijke termijn door een onafhankelijke en
onpartijdige rechter. De waarborgen bij een criminal charge kunnen worden onderverdeeld in
de waarborgen betreffende de grondslag van de straf, de procedure van vervolging en
strafoplegging en de toegang tot de rechter.
664 Toetsing door de rechter
Het onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties doet zich ook voor bij de
manier waarop de rechter het betrokken sanctiebesluit toetst. Grofweg kan men zeggen dat
de rechter een bestraffende sanctie naar haar inhoud vol toets en een herstelsanctie
marginaal.
665 Wettelijke grondslag
De bevoegdheid om een bestuurlijke sanctie op te leggen dient op een wettelijke grondslag
te berusten (art. 5:4 Awb). Bij bestraffende sancties dient dit uit een specifieke wettelijke
grondslag te zijn (art. 7 EVRM). Bij herstelsancties wordt in de jurisprudentie een algemene
grondslag voldoende geacht.
, 666 Overtreding en overtreder
Een sanctie kan alleen worden opgelegd als een overtreding heeft plaatsgevonden en zij kan
vaak ook alleen aan een overtreder worden opgelegd. Op grond van art. 5:1 lid 2 Awb is een
overtreder degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Daaronder valt niet alleen de
natuurlijke persoon die zelf het wettelijk voorschrift heeft overtreden, maar ook de natuurlijke
persoon die een ander opdracht geeft of de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
rechtspersoon en de persoon of personen die daaraan feitelijk leiding geeft of geven (art. 5:1
lid 3 Awb).
675 Sancties in de Awb
De Awb bevat allereerst een algemeen deel inzake handhaving. Daarnaast bevat zij een
regeling van bestuursdwang en dwangsom, van de bestuurlijke boete en van de intrekking
van subsidies. Een algemene regeling inzake intrekking en wijziging van beschikkingen staat
al vanaf het begin op de agenda van de Awb, maar is nog steeds in zicht.
676 Begrip en karakter
Bestuursdwang is de meest feitelijke vorm van bestuursrechtelijke handhaving. De
uitoefening van bestuursdwang houdt in dat een bestuursorgaan door feitelijk op te treden
een situatie die in strijd is met een bestuursrechtelijke norm, daarmee weer in
overeenstemming brengt. Als regel gebeurt dit op kosten van de overtreden. Voordat de
bestuursdwang daadwerkelijk kan worden toegepast, moet eerst een last worden opgelegd.
Deze last geldt als een sanctiebesluit.
677 Bevoegdheid
De Awb geeft een omschrijving van de bestuursdwang, maar het bepaalt niet wie daartoe
bevoegd is. Art. 5:5 Awb bepaalt wel dat een bestuursdwangbevoegdheid bij of krachtens de
wet dient te zijn toegekend. Gemeentebesturen, provinciale besturen en
waterschapsbesturen beschikken over een algemene bestuursdwangbevoegdheid op grond
van de Gemeentewet, Provinciewet en Waterschapswet. In diezelfde wetgeving is bepaald
welke organen van deze openbare lichamen over deze bevoegdheid beschikken.
678 Belangenafweging
De vraag of bij een geconstateerde overtreding een sanctie moet worden opgelegd, is door
de beginselplicht tot handhaving beantwoord. Een belangenafweging is alleen aan de orde in
het kader van de uitzonderingen op die beginselplicht.
679 Oplegging van de last. Beschikking
De Awb schrijft voor dat de beslissing tot oplegging van een last onder bestuursdwang
bekend wordt gemaakt aan de overtreder, de rechthebbende op het gebruik van de zaak ten
aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast en aan de aanvrager (art. 5:24 lid 3
Awb). De beslissing draagt het karakter van een beschikking (art. 5:9 Awb).
680 Tenuitvoerlegging
Om een bestuursdwang op een effectieve wijze te kunnen uitvoeren, dient een
bestuursorgaan over een aantal bijkomende bevoegdheden te beschikken. De Awb geeft
daartoe aan de door het bestuursorgaan aangewezen personen de bevoegdheid de nodige
plaatsen te betreden, terwijl de wet ook bepaalt dat het verzegelen van gebouwen en
terreinen en het meevoeren en opslaan van daarvoor vatbare zaken tot de uitoefening van
de bestuursdwang behoort. Het bestuursorgaan is verder gerechtigd de meegevoerde zaken
als ze niet binnen dertien weken kunnen worden teruggegeven, aan derden te verkopen of
over te dragen of te vernietigen. Met het opleggen van de last onder bestuursdwang ontstaat
een beginselplicht om, als de overtreding ook na afloop van de begunstigingstermijn
voortduur ook handhavend op te treden. Voor derde-belanghebbenden voorziet de Awb in
een bevoegdheid om het bestuursorgaan te verzoeken daadwerkelijk tot uitvoering over te