100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Inleiding psychologie

Rating
5.0
(1)
Sold
1
Pages
63
Uploaded on
18-03-2025
Written in
2024/2025

Dit is een uitgebreide samenvatting over inleiding psychologie over de benoemde hoofdstukken (bijna alles). Dit is het eerst vak wat je hebt als je de studie toegepast psychologie gaat doen op het saxion in Deventer.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1,2, 4 t/m 6, h7 alleen kernvraag 1 en 2, 8 t/m 10 en h14 alleen kernvraag 2/3/4
Uploaded on
March 18, 2025
Number of pages
63
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Inleiding in de psychologie
Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische wetenschap

Wat is psychologie?
Wetenschap van gedrag en geestelijke processen.
Psyche = geest
-ologie= gebied van studie

Soorten psychologen:
- Experimenteel psychologen  psycholoog die onderzoek doet naar
elementaire psychologische processen.
- Docenten psychologie  psycholoog met als primaire taak het
geven van onderwijs op bijvoorbeeld een hbo- of bacheloropleiding
of aan een uni.
- Toegepast psychologen  psycholoog die de door experimenteel
psychologen vergaarde kennis gebruikt om problemen van mensen
op te lossen.

Psychiatrie  een medisch specialisme en maakt geen deel uit van de
psychologie.
Pseudopsychologie  niet-onderbouwde psychologische aannamen die als
wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd. (Horoscoop)

Kritisch denken:
Vaardigheden:
1. Wat is de bron?  Heeft diegene die de bewering doet feitelijke
kennis over het onderwerp.
2. Is de bewering redelijk of extreem?  Sceptisch als er wordt
gesproken over een ‘doorbraak’ of ‘revolutionaire’. Alarmbellen als
de bewering in strijdt staat met bestaande kennis.
3. Wat is het bewijsmateriaal?  Om zeker te weten dat een bepaalde
oplossing werkt is er wetenschappelijk bewijsmateriaal nodig.
Anekdotisch bewijsmateriaal is niet voldoende  Getuigenissen die
de ervaringen van iemand of enkele personen schetsen, maar ten
onrechte voor wetenschappelijk bewijs wordt gezien.
4. Kan de conclusie zijn beïnvloed door bias?  Een vooroordeel,
vervorming of vertekening van een situatie, meestal op basis van
persoonlijke ervaringen.
Confirmation bias  De neiging hebben om informatie te zoeken die
bevestigd wat je al denkt te weten, informatie die hier niet bij past wordt
genegeerd.
Emotionele bias  De neiging om oordelen te vellen gebaseerd op
attitudes en gevoelens in plaats van op een rationele analyse van het
bewijsmateriaal.
5. Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden?  Alleen een
zorgvuldige analyse van bewijzen voor en tegen de stelling kan
leiden tot een betrouwbaar antwoord.
6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken
nodig?  Voor een probleem dat uit meerdere facetten bestaat, is
een complexere oplossing nodig.

,6 perspectieven binnen de psychologie:
Biologisch  Het psychologische perspectief dat de oorzaken van gedrag
zoekt in het functioneren van de genen, de hersenen en het zenuwstelsel
en hormoonstelsel.
De Franse filosoof René Descartes stelde een scheiding voor tussen de
spirituele geest en het fysieke lichaam.

Cognitief  Een van de belangrijkste psychologische perspectieven,
waarbij de nadruk ligt op mentale processen, zoals leren, geheugen,
perceptie en denken als vormen van informatieverwerking.
Het periodiek systeem met scheikundige elementen inspireerde Wilhelm
Wundt. Hij onderzocht of het mogelijk was dat de menselijke geest ook op
dergelijke wijze kon worden opgebroken in elementen. (Introspectie 
Beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen.)
Structuralisme  De elementaire ‘structuren’ of onderdelen van de geest.
(Titchener en Wundt)
Functionalisme  De functie van het bewustzijn. (William James)

Behavioristisch  Een psychologische invalshoek die de bron van onze
handelingen zoekt in stimuli vanuit de omgeving, in plaats van innerlijke
mentale processen.
Streven om van psychologie een objectieve wetenschap te maken, ze
richten zich op waarneembare dingen.
Skinnerbox  leren door belonen en straffen

Gehele persoon Een aantal psychologische perspectieven die draaien
om een globaal inzicht in de persoonlijkheid, waaronder de
psychodynamische, humanistische en psychologie van karaktertrekken en
temperament.
Psychodynamische psychologie (Sigmund Freud) Een benadering die de
nadruk legt op het begrijpen van het menselijk functioneren in termen van
onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en conflicten.
Humanistisch psychologie  nadruk op mogelijkheden, groei, potentie en
vrije wil van de mens.
Karaktertrekken en temperament  Perspectief dat gedrag en
persoonlijkheid ziet als de producten van fundamentele psychologische
kenmerken.

Ontwikkelings  Onderscheidt zich door de nadruk op erfelijkheid en
omgeving, en op voorspelbare veranderingen die zich voordoen tijdens de
levensloop. Mensen veranderen op voorspelbare wijze naar mate nature
en nurture (erfelijkheid en omgeving) in de loop van de tijd ontplooien.
Biologische perspectief (nature) en behavioristische perspectief (nurture)
komen hier samen.

Sociocultureel  Legt de nadruk op het belang van sociale interactie,
sociaal leren en een cultureel perspectief.

,Sociale invloed staat centraal
Invloed van cultuur.
Invloed van de omgeving.
Crosscultureel psycholoog  Een psycholoog die werkt in dit specialisme
is geïnteresseerd in de manieren waarop psychologische processen
verschillen tussen mensen van verschillenden culturen.

Samen helpen deze 6 perspectieven allemaal om een holistisch beeld van
menselijk gedrag te ontwikkelen  Visie die totaliteit altijd belangrijker
vindt dat de som der delen.

Wetenschappelijke methode:
1. Hypothese ontwikkelen
Voorspelling van de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek. Het
moet falsificeerbaar zijn (juist of onjuist)
2. Objectieve data verzamelen
Experimentele groep  groep om te kijken of iets effect heeft
Controlegroep  de groep om de experimentele groep mee te controleren
voor een verschil.
Onafhankelijke variabele  factor die gewijzigd wordt, andere
omstandigheden blijven constant.
Afhankelijke variabele  het variabele waar je hoopt dat het effect
optreedt.
Randomiseren  indeling volgens toeval.
3. De resultaten analyseren
Berekenen of de waargenomen resultaten significant zijn  geeft aan dat
het waargenomen effect niet door toeval is ontstaan maar door de
onafhankelijke variabele te veranderen.
Een hypothese verwerken of verwerpen.
4. De resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
Delen met andere mensen. Als er iets uit het onderzoek komt het herhalen
ergens anders.

5 soorten psychologisch onderzoek
1. Experiment  oorzaak – gevolg relaties achterhalen
2. Correlationeel onderzoek  toevallig experiment
3. Survey  vragenlijst
4. Natuurlijke observatie  als onderzoeker iets observeren
5. Gevalstudie  studie van individuen met zeldzame aandoening of
talent.

Correlatie:
Lijn rechts omhoog  positieve correlatie  evenredig
Lijn recht omlaag  negatieve correlatie  onevenredig
Het is een verband maar niet een oorzaak gevolg.

Expectancy bias  Als je verwacht dat bepaalde gebeurtenissen leiden tot
bepaalde resultaten ga je op zoek naar bewijs voor je verwachting.
Daarom:
 Placebo’s

,  Dubbelblindonderzoek: pp + onderzoeker weten niet in welke groep
iemand is geplaatst.

Ethiek
 Altijd een geïnformeerd toestemmingsverklaring, iemand mag altijd
stoppen tijden onderzoek.
 Misleiding  je mag niet liegen tegen de proefpersoon.
 Sociale media
 Dierstudies




Hoofdstuk 2: Biopsychologie, neurowetenschappen en de
menselijke aard

Evolutie  geleidelijk proces van biologische verandering van een soort
als gevolg van zijn aanpassing aan de omgeving
Natuurlijke selectie  grootste kans op overleven en voortplanten hebben
individuen die zich het beste aangepast hebben aan hun omgeving.
(Survival of the fittest)

Evolutie en psychologie:
Menselijke fobieën en voorkeuren zijn veroorzaak door voorouders: hoogte,
bliksem, ’s nachts slapen, voorkeuren voor zoet en vet eten.
Adaptieve kenmerken  ze zijn ontstaan door aanpassing van specifieke
omgeving.

Genotype Fenotype
Kenmerken van een organisme Waarneembare fysieke kenmerken
zoals die genetisch zijn vastgelegd  kan beïnvloed worden door de
(genetische code) omgeving
$7.91
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
isabelknoppers
5.0
(1)

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
2 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
isabelknoppers Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
9 months
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
2 months ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions