- Welke uitspraak over de marketingcommunicatie en promotiemix is niet waar?
a. Publiciteit valt onder marketingcommunicatie en onder promotie;
b. PR maakt onderdeel uit van de promotiemix;
c. Via marketingcommunicatie proberen marketeers een duurzame relatie op te bouwen met
hun afnemers.
2. Sommige farmaceutische bedrijven zetten beroemdheden in om in televisieprogramma’s over de
door hen geproduceerde medicijnen te praten. Deze beroemdheden krijgen hiervoor betaald, maar
de consumenten die de televisieprogramma’s kijken, zijn hiervan niet op de hoogte. - In dit geval is er
sprak van:
a. buzzmarketing;
b. stealth marketing;
c. virusmarketing.
3. - Volgens de dissonantiereductiehiërarchie verloopt de respons van een consument als volgt:
a. cognitief, affectief, conatief;
b. cognitief, conatief, affectief;
c. conatief, affectief, cognitief.
4. - Als een bedrijf bij het bepalen van zijn marketingcommunicatiebudget anticyclisch budgetteert,
dan wil dat zeggen dat:
a. het bedrijf in periodes dat het slecht gaat met de economie meer uitgeeft aan
marketingcommunicatie dan in periodes dat het goed gaat met de economie;
b. het bedrijf geen duidelijk plan maakt voor het marketingcommunicatiebudget, maar aan het
eind van het jaar kijkt naar welk bedrag er na het betalen van alle kosten en een bepaalde
winstreservering overblijft. Dit bedrag wordt het marketingcommunicatiebudget voor het
volgende jaar;
c. het bedrijf naarmate het langer op de markt is steeds minder aan marketingcommunicatie
gaat uitgeven.
5. Nivea richt zich met Nivea for Men uitsluitend direct op de mannelijke consument tussen de 18 en
65 jaar. Ze proberen deze consument te stimuleren tot het kopen van de Nivea for Men-producten
door sampling en het gebruik van actiecodes. Ook maakt de consument kans op een skydive bij
aankoop van een Nivea for Men-product. - Er is in dit geval sprake van:
a. een pushstrategie, sales promotie en direct marketing;
b. een pullstrategie en sales promotie;
c. een pullstrategie en direct marketing.
, 6. Het effect van reclame is vaak moeilijk te meten. Dit komt onder andere door het carryover-effect.
- Wat houdt het carry-over-effect in?
a. Oudere onderzoekers dragen hun werkzaamheden niet goed over aan jongere onderzoekers,
waardoor zij niet in staat zijn hun werk goed te doen;
b. Reclamecampagnes van andere merken hebben ook invloed op het effect van een
reclamecampagne;
c. Het effect van in het verleden gemaakte reclame werkt nog door in de toekomst.
7. Onlangs lanceerde het Verbond van Verzekeraars de reclamecampagne ‘Fijn dat we verzekerd
zijn’. Lees de informatie hieronder:
VERBOND VAN VERZEKERAARS - Het Verbond van Verzekeraars is de vereniging van
verzekeringsmaatschappijen in Nederland. Bijna alle verzekeraars zijn bij het Verbond aangesloten.
Het Verbond is namens die verzekeraars gesprekspartner voor de politiek, media en andere
relevante partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over het verbeteren van communicatie met klanten,
het verzekeren van zelfstandigen, de ontwikkelingen op de woningmarkt, verkeersveiligheid of ons
pensioenstelsel.
WAAROM DOEN WE DEZE CAMPAGNE? - Verzekeren is voor velen een noodzakelijk kwaad.
Vervelend om te regelen. Het kost vooral geld. En er is zoveel negatieve berichtgeving. Soms lijken
we de belangrijke functie van verzekeren uit het oog te zijn verloren. Terwijl verzekeringen er juist
voor zorgen dat je kunt doen wat jij wilt. Zonder al te grote belemmeringen. Om dat duidelijk te
maken halen we heel even de vanzelfsprekendheid weg. We laten een wereld zien waarin we geen
verzekeringen hebben. Wat blijkt? In een wereld zonder verzekeringen werkt het allemaal een stuk
minder...Fijn dat we verzekerd zijn.
Bron: www.fijndatweverzekerdzijn.nl
- Hier is sprake van:
a. actiereclame;
b. collectieve reclame;
c. combinatiereclame.
8. Lees de volgende twee stellingen over reclame:
1) Bij coöperatieve reclame is sprake van een samenwerking van meerdere producenten die
in dezelfde branche actief zijn en zich richten op dezelfde doelgroep. Door hun krachten te
bundelen hopen zij dat de vraag naar hun producten stijgt.
2) We spreken van aanhakende reclame als de adverteerder daarin benadrukt welke
(positieve) kwaliteiten zijn product met dat van concurrenten gemeen heeft, maar de
verschillen verdoezelt.
-Welke van deze stellingen over reclame is juist?
a. Stelling 1;
b. Stelling 2;
c. Beide stellingen zijn juist.