Hoorcollege 1 - Beeldvorming 2
Hoorcollege 2 - Cognitieve veroudering 4
Hoorcollege 3 - Sociale veroudering 8
Hoorcollege 4 - Geriatrische syndromen, delier en geriatrisch onderzoek 13
Hoorcollege 5 - Functionele veroudering 18
Hoorcollege 6 - Demografie 23
Hoorcollege 7 - Verouderingstheorieën 26
Hoorcollege 8 - Zorg 31
Hoorcollege 9 - Diversiteit - Sociaal economische verschillen 36
Hoorcollege 10 - Emotionele veroudering 39
Hoorcollege 11 - Diversiteit - Gender 46
Hoorcollege 12 - Leefstijl 53
Hoorcollege 12 - Multimorbiditeit en Polyfarmacie 58
Hoorcollege 13 - Levenseinde 62
,Hoorcollege 1 - Beeldvorming
Hoofdstuk 38
Geriatrie: Pathologie van veroudering; alles rondom ziekte bij ouderen
Veroudering: gerontologie; het normale proces van ouder worden, buiten ziekte om
Je hebt 4 type veroudering die met elkaar samenhangen:
- Lichamelijke veroudering
- Psychische veroudering
- Sociale veroudering
- Functionele veroudering
Voorbeeld van samenhang type veroudering:
Een oudere persoon ontwikkelt artrose in de knieën (lichamelijk domein), wat leidt tot pijn en
moeite met lopen. Hierdoor gaat de persoon minder vaak de deur uit en stopt bijvoorbeeld
met het bezoeken van de wekelijkse kaartclub (sociaal domein). Dit kan gevoelens van
eenzaamheid en somberheid veroorzaken of versterken (psychisch domein) en leiden tot
een afname in motivatie om actief te blijven. Uiteindelijk kan de
verminderde activiteit ook leiden tot een achteruitgang in dagelijkse bezigheden, zoals
boodschappen doen of koken (functioneel domein).
Beeldvorming loopt langs 2 dimensies: warmte en competentie
Competentie: Het gaat om hoe intelligent, krachtig, vaardig iemand is.
- Je ligt naar rechts op de x-as als je dit bent.
- Je ligt links op de x-as als je niet krachtig, slecht horen/zien
bent.
Warmte: Het gaat om hoe vriendelijk, zorgzaam, lief iemand is.
- Je ligt hoog op de y-as als je aardig/lief/schattig bent
Door de media is een bepaald beeld geschetst van ouderen dan er vaak maar 2 type zijn:
1. De afhankelijke, zorgbehoevende ouderen
2. De onafhankelijke, vitale, actieve ouderen.
Waar komt de negatieve beeldvorming vandaan? Je hebt 3 theorieën:
1. Terror management theory (TMT): confrontatie met sterfelijkheid, angst voor de
dood. Dit speelt vooral onder jongeren, deze zijn relatief banger voor de dood dan
ouderen. Als je dus iemand tegenkomt die ouder is, dan neem je afstand van hun
omdat je dit associeert met de dood.
2. Social Identity Theory: Deze theorie gaat ervan uit dat leden uit een sociale groep
hun eigen groep (leeftijdsgroep) positiever beoordelen dan een andere groep.
Hierdoor nemen jongeren afstand van ouderen.
, 3. Social Role Theory: Deze theorie stelt dat bepaalde mensen in bepaalde rollen
worden gezien en dat de basis vormt voor ideeën over sociale rollen. Beeldvorming
wordt gevormd door de posities en functies van een individu. Als je een baan hebt
dan heb je een bepaalde status, als je stopt met werken ben je dan ook die rol kwijt
waardoor er een negatief beeld komt.
Hoe kunnen we deze beeldvorming beïnvloeden/veranderen?
De contacthypothese stelt dat contact tussen groepen, onder bepaalde voorwaarden,
beeldvorming kan veranderen.
Interventies:
I. Intergenerationeel contact: Dit zijn projecten waarbij ouderen en jongeren in
contact zijn, voorbeelden zijn onderwijs, zorgprojecten bijvoorbeeld huurwoningen
(lagere kosten in ruil voor verzorging)
II. Interventies die het beeld van ouderen zelf beïnvloed. Hierbij wordt ingezet om
de kennis en het versterken van zelfbeeld en positieve beelden over ouder worden.
Dit kan gedaan worden door middel van gespreksgroepen of coaching.
III. Het veranderen van maatschappelijke rollen en rollen die ouderen innemen. Dit
kan gedaan worden zodat de rollen die oudere innemen positiever en gewaardeerd
worden. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door middel van nationale
publiekscampagnes
Leerdoelen:
● weet welke beelden er bestaan over ouderen en ouder worden
● kan effecten van deze beeldvorming benoemen
● heeft kennis van de theorieën die deze beeldvorming proberen te verklaren
● is bekend met verschillende manieren om deze beeldvorming te veranderen
, Hoorcollege 2 - Cognitieve veroudering
Hoofdstuk 28, 29
Wat is cognitie? Mentale processen die optreden waarbij je je 'hoofd/hersenen' nodig hebt;
wanneer mensen waarnemen, informatie verwerken, leren, denken en problemen oplossen.
Wat is het verschil tussen normale cognitieve achteruitgang en dementie?
Cognitieve achteruitgang: je functies zwakken gewoon wat af, geheugen, tempo (verwerking
van informatie), maar je woordenschat zal wel verbeteren.
Er zijn wel verschillen tussen individuen, er is een sterke samenhang met opleiding (hogere
opleiding kan het langer opvangen, worden minder snel minder), kan verschillen door de tijd
(8.00 of 11.00), veranderd gedurende het leven
Wat is dementie? Er zijn meervoudige stoornissen in cognitieve functies en/of gedrag. Het
interfereert met het functioneren in het algemeen dagelijks leven.
Milde cognitieve impairment:
Dit zijn milde cognitieve stoornissen die niet intefereren in het dagelijks leven.
Maar 50% van de mild cognitieve achteruitgang veranderd in 3 jaar naar dementie
DSM-5 wordt gebruikt om dementie aan te tonen