100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Uitgebreide aantekeningen burgerlijk recht 1 + alle arresten

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
48
Geüpload op
10-03-2025
Geschreven in
2023/2024

Dit document bevat uitgebreide aantekeningen van de colleges van het vak Burgerlijk recht 1 (B3) aan de Radboud Universiteit. Ook zijn alle voorgeschreven arresten in het document verwerkt. Door deze aantekeningen goed te bestuderen en bij het tentamen te gebruiken, heb ik een 7,5 gehaald op het tentamen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

HC Burgerlijk I


HC 1 en 2 (p. 2): basis, roerend en onroerend, stappenplan, duurzame vereniging,
bestanddeelvorming, zaakseenheid (en eigendom), gebruik luchtkolom, goederenrecht:
prioriteitsregel, zaaksgevolg.


HC 3 en 4 (p. 5): natrekking, vermenging, zaaksvorming, grens natrekking en zaaksvorming,
afhankelijke rechten (1), afhankelijke beperkte rechten.


HC 5 en 6 (p. 8): eigendomsrecht, burenrecht, beperkte/goederenrechtelijke rechten,
appartementsrecht (1), afhankelijke beperkte rechten (2), inhoud van beperkte rechten, stapelen
beperkte rechten, setje: erfdienstbaarheid, kwalitatieve verplichting en kettingbeding.


HC 7 en 8 (p. 12): overdracht, appartementsrecht (2) vestigen beperkt recht, gemeenschap, teniet
gaan beperkt recht, mandeligheid.


HC 9 en 10 (p. 15): levering roerend en onroerend, levering cp, longa manu en brevi manu, cessie,
levering bij voorbaat, dubbele levering bij voorbaat, onoverdraagbaarheid van vorderingen (uitleg
maatstaven), uitleg bij overdracht van vastgoed, handelen d.m.v. tussenpersonen.


HC 11 en 12 (p. 21): fiduciaire verhoudingen, derdenbescherming roerende zaken en
registergoederen, bescherming niet ingeschreven inschrijfbare feiten.


HC 13 en 14 (p. 26): verjaring, kwaliteitsrekening.


HC 15 en 16 (p. 29): repetitieweek, tentamenvragen.


HC 17 en 18 (p. 31): leverancierskrediet, eigendomsvoorbehoud, voorbehouden stil pandrecht,
vorderingen waarop eigendomsvoorbehoud kan worden toegepast, recht van reclame, faillissement.


HC 19 en 20 (p. 36): verhaal op goederen (executie), beslag, voorrang en voorrecht, retentierecht.


HC 21 en 22 (p. 42): pand en hypotheek, vestigen pand en hypotheek, executeren vordering,
verrekening, lossing.


HC 23 en 24 (p. 46): voorrang, voorrecht aanneming van werk, voorrecht wegens kosten tot behoud,
voorrecht fiscus, zaaksvervanging.

,HC 1 en 2 – Object en subject
Blauuboer/Berlips -> afspraak over verkoop grond. Berlips zou de grond die hij zelf houdt (maar
eigendom is van Max) hoog maken en bestraten. Dat doet Berlips niet en Blauuboer start juridische
procedure tegen Berlips op grond van wanprestatie. Berlips zegt mevr. Max moet dat doen want zij is
eigenaar. Vraag is of de verplichting is overgegaan naar de nieuwe eigenaar of bij Berlips is gebleven.
- HR zegt dat de verplichting niet mee over gaat op de nieuwe eigenaar: het onderscheid
tussen goederenrecht en verbintenissenrecht staat daaraan in de weg.

Basis:
Goederen zijn zaken en vermogensrechten, art. 3:1 BW. Zaken zijn voor menselijke beheersing
vatbare, stoffelijke objecten, art. 3:2 BW. Definitie van belang voor toepassing boek 5.

Is eigendom een zaak of vermogensrecht? Geen eenduidig antwoord. In BW worden eigendomsrecht
en de zaak mbt tot het eigendomsrecht vereenzelvigd: vaak wordt zaak gezegd waar eigendom wordt
bedoeld.

Zaken worden onderscheiden in roerende en onroerende zaken. Het onderscheid is van belang om
meerdere redenen. Zie bijv. 5:24: onroerende zaken zonder eigenaar zijn van de staat, of bijv. bij
erfpacht (art. 5:85).

Op onroerende zaken (registergoederen) kan hypotheek worden gevestigd, en op de meeste roerende
zaken (niet-registergoederen) kan een pandrecht worden gevestigd. Echter, sommige roerende zaken
zijn ook registergoederen (bijv. te boek geschreven schepen en vliegtuigen). Het onderscheid tussen
roerend en onroerend is hierin dus niet beslissend. Hetzelfde is van belang voor de levering van een
goed. Art. 3:89 lid 1 legt uit hoe je een onroerende zaak levert.

Roerend en onroerend:
Art. 3:3 BW beschrijft onderscheid roerend en onroerend. Definieert onroerend, de rest is roerend.

Bij gebouwen en werken gaat het erom dat deze duurzaam zijn verenigd. Bij planten gaat het er
slechts om dat deze zijn verenigd met de grond. Als een gebouw of werk niet duurzaam is verenigd,
dan is het dus een onroerende zaak.

Van belang zijn de arresten Portacabin, Woonark en Rijdende havenkranen.

Eerste vraag die je moet stellen is of sprake is van een vereniging (HR Woonark). Als er geen
vereniging is, dan is de zaak roerend en kom je ook niet aan de volgende vraag toe. Beantwoorden
aan de hand van verkeersopvattingen (HR Rijdende Havenkranen).
- Hof zei een woonark is in beginsel een schip en dus roerend (vgl. art. 8:1). Dat de woonark is
verbonden aan allemaal kabels doet daar niet aan af; bestemd om te drijven. Maar HR wijst
terug dus kan ook onroerend zijn.
- Rijdende havenkraan wel verenigd met de grond, want er is een permanente verbinding met
de bodem (indirecte vereniging, door de rails).

Ander voorbeeld indirecte vereniging: een mast op een gebouw is geen bestanddeel van het gebouw,
want het gebouw is niet incompleet zonder de mast, maar wordt via art. 5:20 lid 1 sub e toch indirect
nagetrokken door de grond.

De volgende vraag is of de vereniging duurzaam is (HR Portacabin). Regel duurzame vereniging: of
een zaak duurzaam verenigd is met de grond, hangt af van de vraag of de zaak bestemd is om op die
plaats te blijven (bestemmingscriterium). Het gaat om de duurzame bestemming, de bedoeling van
de bouwer, voor zover die naar buiten kenbaar is (gaat om de kenbare bedoeling).
- HR: verkeeropvatting is geen zelfstandig criterium, maar helpt mee bij de vraag of sprake is
van vereniging en duurzaamheid. Wat denken de meeste mensen als ze erlangs lopen; zit het
aan elkaar of niet?
- Technische mogelijkheid om te kunnen verplaatsen is niet relevant.




2

,Dus stappen roerend en onroerend:
Vraag 1: is de zaak verenigd met de grond? (Woonark).
- Verkeersopvatting is beslissend (Rijdende Havenkranen).
- Nee: roerende zaak.

Vraag 2: is sprake van duurzame verbinding?
- Ja: onroerend.
- Nee: roerend.

Nauwe samenhang tussen art. 3:3 en 5:20 BW. Art. 3:3 gaat over roerend en onroerend, art. 5:20 over
wie eigenaar is.

Verschillen art. 3:3 en 5:20 lid 1:
1. Aanhef in art. 5:20 lid 1 bevat een uitzondering. Verticale natrekking kan worden doorbroken,
maar het gebouw blijft wel onroerend (bijv. d.m.v. vestigen opstalrecht).
2. Tweede lid art. 5:20 wijkt af van de hoofdregel van verticale natrekking.
3. Slot van art. 5:20 lid 1 sub e gaat over horizontale natrekking.

Zaken worden verticaal door de grond nagetrokken, maar kan ook horizontaal worden nagetrokken
vgl. art. 5:20 lid 1 sub e slot. Daarvoor is nodig dat de gebouwen bestanddeel van eens anders
onroerende zaak vgl. art. 3:4. Art. 3:4 is dus nodig om de horizontale natrekking uit art. 5:20 lid 1 sub e
te kunnen toepassen.

Netten als bedoeld in art. 5:20 lid 2 zijn onroerend. Deze netten, zoals waterleidingen, lopen onder
allerlei huizen etc. door. Het tweede lid van art. 5:20 doorbreekt de natrekking, maar alleen zolang
deze netten bevoegd zijn aangelegd.

Zaakseenheid (bestanddeelvorming):
Lid 1 van art. 3:4 (bestanddeelvorming) wordt uitgelegd in HR Depex/curatoren. In dit arrest zijn twee
aanwijzingen gegeven dat sprake is van zaakseenheid:
1. Indien de zaken specifiek op elkaar zijn afgestemd (specifieke constructieve afstemming). Een
zaak is gemaakt voor die specifieke situatie.
2. Als een zaak als onvoltooid moet worden beschouwd als je een specifiek onderdeel daarvan
weghaalt (incompleetheid). Ook als je de zaken even uit elkaar haalt, bijv. een fiets is
incompleet zonder zadel.

Als een zaak een tijdelijke hulpfunctie heeft, ligt het voor de hand om aan te nemen dat geen sprake is
van een bestanddeel vgl. HR Groutankers: als iets verbonden is aan iets anders, maar het heeft een
tijdelijke hulpfunctie, dan is dat een aanwijzing dat geen sprake is van één zaak.

Bovengenoemde aanwijzingen zijn gezichtspunten, de verkeersopvattingen blijven uiteindelijk wel
bepalend!

Art. 3:2 definieert wat een zaak is, terwijl art. 3:4 gaat over de vraag wanneer iets één zaak is, en dat
is van belang omdat één zaak correspondeert met één recht. Twee manieren om te bepalen of iets
één zaak is vgl. art. 3:4: verkeersopvatting en beschadiging van betekenis (zie HR Glencore/UTB).

In HR Glencore/UTB (Zalco II) kwamen twee vragen aan de orde. De eerste vraag was hoe lid 1 en 2
van art. 3:4 zich tot elkaar verhouden. Antwoord is dat ze aan elkaar zijn nevengeschikt, dus als is
voldaan aan een van de twee leden, dan is het één zaak. De een gaat niet voor op de ander.

De tweede vraag die in Glencore/UTB aan de orde was in het kader van lid 2, was of en in hoeverre
rekening moet worden gehouden met de kosten die je moet maken voor het zonder beschadiging uit
elkaar houden. Het antwoord is dat het in principe om een puur feitelijke beoordeling gaat of het in
fysieke zin kan om het los te maken zonder schade van betekenis, dus niet economisch, maar met het
geval dat het niet los kan worden gemaakt zonder schade van betekenis moet worden gelijkgesteld de
situatie dat het wel kan, maar alleen tegen onevenredig hoge kosten.

In de meeste gevallen zullen zaken wel uit elkaar kunnen worden gehaald zonder schade van
betekenis. In die gevallen moet worden gekeken naar het eerste lid van art. 3:4.

3

, Als je verkeersopvatting gaat toepassing, moet je in ogenschouw nemen de verkeersopvatting van
een specifieke beroepsgroep; van mensen die er verstand van hebben.

Als iets bestanddeel is, is het geen zaak in de zin van art. 3:2. Iets verliest zijn zaakskarakter zodra
het wordt nagetrokken. Als natrekking wordt doorbroken, wordt het wel weer een zaak.

Het eigendom van een roerende zaak die bestanddeel wordt van een andere (on)roerende zaak, gaat
teniet. Geldt ook voor beperkte rechten: indien er bijvoorbeeld een pandrecht is gevestigd op een deur
en die deur wordt bestanddeel van een gebouw, dan gaat het pandrecht teniet.
- Het beperkte op een voormalig zelfstandig object gaat, net zoals eigendomsrecht, teniet!

Zaakseenheid en eigendom:
Art. 3:4 staat in nauw verband met art. 5:3. Als sprake is van één zaak volgens art. 3:4, is er ook maar
één eigendomsrecht. Je kunt geen eigenaar zijn van een bestanddeel, dus je verliest je eigendom.
- Denk aan bijv. rijtjeshuizen. Het zijn meerdere huizen aan elkaar en hebben allemaal een
eigen eigenaar, dus het zijn allemaal verschillende gebouwen, want één zaak kan maar één
eigendomsrecht hebben.

Art. 5:21 gebruik van luchtkolom:
Je kan geen eigenaar zijn van de luchtkolom, want lucht is geen zaak. Volgens art. 5:21 heeft een
eigenaar van een stuk grond wel een exclusief gebruiksrecht van de luchtkolom boven die grond (en
de ruimte onder de grond). Het tweede lid bepaalt wel dat anderen gebruik mogen maken van die
ruimte als de eigenaar van de grond geen belang heeft zich tegen het gebruik te verzetten.

Indien de takken van de boom van de buren in een de luchtkolom van een ander hangen, wordt de
eigenaar van het andere stuk grond geen eigenaar van die takken, omdat geen sprake is van verticale
natrekking en je dus ook niet toekomt aan horizontale natrekking. De takken zijn gewoon bestanddeel
van de boom van de buurman. De vraag is echter of de takken daar wel mogen hangen. Dat komt
later in het burenrecht aan de orde.

Goederenrecht:
Het goederenrecht is belangrijk in het faillissementsrecht. Dit is terug te zien in HR Depex/curatoren
waarin de vraag aan de orde was of de waterinstallatie bestanddeel was van de fabriek. Dit was van
belang omdat de eigenaar van het fabrieksgebouw failliet was. Alle goederen die niet van de eigenaar
van het fabrieksgebouw waren, vielen niet onder het faillissement. Het is dus van belang om te
bepalen van wie de zaken zijn. De eigenaar van het fabrieksgebouw had de waterinstallatie nog niet
(volledig) betaald. De verkoper had een vorderingsrecht tot betaling van de koopsom. Dit is een
relatief recht en kwetsbaar in faillissement. De verkoper kan de installatie echter ophalen omdat die
nog niet is betaald, tenzij deze wordt nagetrokken door het gebouw. De verkoper moet zorgen dat hij
een goederenrechtelijk recht krijgt.

Goederenrechtelijke rechten hebben zaaksgevolg. Een beperkt recht gevestigd op een ander recht/op
een zaak, gaat automatisch mee indien het recht/de zaak wordt overgedragen.

Het goederenrecht heeft een prioriteitsregel. De volgorde van totstandkoming van de
goederenrechtelijke rechten, zijn cruciaal voor de onderlinge verhouding. Het beperkte recht dat
eerder is gevestigd, gaat voor op het beperkte recht dat later is gevestigd.
- Stel dat eerst een hypotheek is gevestigd en daarna een opstalrecht, en de hypotheekhouder
wil executeren, dan kan de hypotheekhouder executeren zonder opstalrecht. Indien eerst
opstal was gevestigd, kan slecht worden geëxecuteerd met het opstalrecht.
- Of: eerdere hypotheekhouder gaat voor latere.

Bij verbintenisrechtelijke rechten zit dit anders: de sterkte van vorderingen wordt niet bepaalt door de
volgorde van ontstaan. De vorderingen zijn gelijk in rang, tenzij de wet bepaalde vorderingen voorrang
geeft.

Dus: gesloten stelsel goederenrechtelijke rechten, zaaksgevolg en prioriteitsregel.




4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
10 maart 2025
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2023/2024
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Steven bartels
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$9.23
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
demigielink

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
demigielink Radboud Universiteit Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
1 week geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen