Lecture 1: Thinking hard about social science
Filosofie van de sociale wetenschappen
Filosofie van de sociale wetenschappen betekent kritisch nadenken over sociale wetenschappen.
Bijvoorbeeld: Wat is wetenschap en wat maakt het bijzonder?
Hoe werkt wetenschap? Welke aannames maken we wanneer we (groepen) mensen bestuderen, hun denken,
gedrag, organisaties, culturen, enz.?
Hoe verhoudt sociale wetenschap zich tot de bredere sociale wereld?
Filosofie van de sociale wetenschappen: kernvragen
Wat onderscheidt wetenschap van niet-wetenschap?
Hoe kom je van waarnemingen tot theorieën, modellen en verklaringen?
Wat is een (goede) wetenschappelijke theorie, verklaring of model?
Is wetenschappelijke kennis objectief? Wat betekent objectiviteit?
Welke rol spelen waarden in wetenschap, als die er al is?
Zijn er ethische of andere grenzen aan wetenschap?
Welke doelen moet wetenschap dienen?
In de meeste andere cursussen:
Leer je over belangrijke resultaten van sociaalwetenschappelijk onderzoek (verschijnselen, theorieën,
verklaringen).
Leer je hoe je sociaalwetenschappelijk onderzoek uitvoert (methodologie).
Leer je hoe je sociaalwetenschappelijk onderzoek kunt toepassen op echte vraagstukken en problemen.
De filosofie van de sociale wetenschappen gaat over reflectie op de sociale wetenschappen zelf, om ze beter te
begrijpen.
Het demarcatieprobleem
Hoe trekken we de grens tussen wetenschap en niet-wetenschap?
Waarom is dit relevant?
De samenleving zoekt wetenschap (en bewijs) voor beleidsadvies.
Wetenschappelijke kennis is betrouwbare kennis.
Lecture notes Wetenschapsfilosofie 1
, Logisch positivisme
Wiener Kreis: een groep wetenschappers (in het begin van de 20e eeuw in Wenen) die nadachten over
filosofische vragen over wetenschap.
Doel: ontwikkeling van een strikt wetenschappelijk wereldbeeld.
Tegen speculatieve filosofie, religieuze ideeën en traditionele wereldbeelden.
Waarom de term 'positivisme'?
Afgeleid van 'positief', in de zin van 'wat gegeven is', 'wat is vastgesteld'.
Niet in de betekenis van 'vrolijk' of 'constructief'.
Kernideeën van logisch positivisme
Strikt empirisme
Alleen empirische waarneming kan kennis opleveren.
Geen plaats voor speculatieve of puur theoretische claims die niet op observatie zijn gebaseerd.
Gebruik van formele logica en wiskunde
Om een ideale en precieze taal voor de wetenschap te creëren.
Bescherming tegen ongegronde terminologie en voorbarige conclusies.
Kernideeën: verifieerbaarheid
Een ideale en precieze wetenschappelijke taal
Alleen uitspraken die stevig gebaseerd zijn op empirische waarneming mogen tot de wetenschappelijke
taal behoren.
Het verifieerbaarheidscriterium: de betekenis van een uitspraak is de manier waarop deze kan worden
geverifieerd.
Voorbeeld: Beschrijf waarnemingen of experimenten om te bewijzen dat de uitspraak waar is.
Voorbeelden van verifieerbare en niet-verifieerbare uitspraken:
✅ “Deze steen valt naar beneden met een versnelling van 9,8 m/s².”
❌ “De opkomst bij de laatste verkiezingen was historisch laag.” (Te vaag, moet preciezer worden
geformuleerd.)
❌ “Deze cultuur is sterk matriarchaal.” (Wat betekent 'cultuur' en 'matriarchaal'? Maak het
observeerbaar.)
❌ “Het niets nietigt.” (Te speculatief.)
❌ “God is almachtig, alwetend en algoed.” (Niet empirisch waarneembaar.)
Demarcatie
Verifieerbaarheid als demarcatiecriterium
Alleen uitspraken die voldoen aan het verifieerbaarheidscriterium zijn wetenschappelijk.
Andere uitspraken zijn niet-wetenschappelijk.
Logica, wiskunde en statistiek zijn niet verifieerbaar, maar worden gezien als hulpmiddelen om
wetenschappelijke uitspraken nauwkeurig te formuleren.
Inductie
Inductieve methode: van waarnemingen naar algemene theorieën en empirische wetten.
Waarnemingen leiden tot hypothesen en theorieën.
En dienen om deze te ondersteunen of te bevestigen.
Lecture notes Wetenschapsfilosofie 2
, "Laat de data voor zichzelf spreken."
Van individuele waarnemingen naar algemene theorieën:
“Alle zwanen die ik heb gezien zijn wit → Alle zwanen zijn wit.”
Toepassing van logisch positivisme op de sociale wetenschappen: behaviorisme
Exclusieve focus op observeerbaar gedrag in reactie op externe stimuli.
Geen aandacht voor interne cognitieve processen (omdat die niet observeerbaar/verifieerbaar zijn).
Karl Poppers kernideeën
Mensen maken fouten en kennis is feilbaar.
Dogmatisch denken vs. kritisch denken
Dogmatisch denken = geloven dat je gelijk hebt en vasthouden aan je standpunt.
Kritisch denken = nadenken over de manieren waarop je ongelijk zou kunnen hebben.
Probleem van inductie
Inductief redeneren is logisch ongeldig.
Vanuit individuele waarnemingen een algemene conclusie trekken gaat altijd verder dan de bewijsvoering
toestaat.
Popper: inductie is niet bruikbaar in de wetenschap!
Falsifieerbaarheid als demarcatiecriterium
Wetenschappelijke kennis moet falsifieerbaar zijn.
Theorieën moeten zo worden geformuleerd dat ze kunnen worden weerlegd door empirische observaties.
Voorbeelden van (niet-)falsifieerbare uitspraken:
❌ “Eenhoorns bestaan en bestaan niet.” (Niet falsifieerbaar.)
❌ “Eenhoorns bestaan.” (Niet te weerleggen: je zou het hele universum moeten doorzoeken.)
✅ “Eenhoorns bestaan niet.” (Kan weerlegd worden als we een eenhoorn vinden.)
Voorbeelden van niet-falsifieerbare theorieën:
Freud: “Elke jongen heeft een Oedipuscomplex, of hij ontkent het.”
Marx: “Veranderingen in productiemiddelen leiden tot veranderingen in politiek en ideologie.”
Voorbeeld van een gefalsifieerde theorie:
Secularisatietheorie: voorspelde dat religie zou verdwijnen naarmate de samenleving moderniseerde →
weerlegd door het voortbestaan en de opkomst van religie in moderne samenlevingen.
Vergelijking: Popper vs. Logisch Positivisme
Lecture notes Wetenschapsfilosofie 3
, Popper Logisch Positivisme
Feilbaarheid en risicovolle hypotheses Streven naar zekerheid
Theorieën als startpunt Observaties als startpunt
Verkeerde ideeën elimineren door falsificatie Slechte ideeën niet toelaten door verificatie
Overzicht van de cursus:
Thema 1: Naturalisme
Zijn de sociale wetenschappen anders dan de natuurwetenschappen?
Insider- versus outsiderperspectief.
Verklaren versus begrijpen.
Zijn er natuurwetten en causaliteit in de sociale wetenschappen?
Thema 2: Reductionisme
Zijn sociale fenomenen terug te brengen tot individuele handelingen?
Is sociale wetenschap uiteindelijk te reduceren tot psychologie en neurologie?
Thema 3: Normativiteit
Normativiteit in sociale wetenschap: Welke rol spelen normen en waarden in verklaringen?
Normativiteit van sociale wetenschap: Moet wetenschap waardevrij zijn? Wat betekent objectiviteit?
Lecture 2: Science and Values
Recap:
Philosophy of Science
De sociale wereld en sociale wetenschappen
Filosofie van sociale wetenschappen: onderzoekt sociale wetenschappen zelf
Demarcation Problem
Hoe onderscheid je wetenschap van niet-wetenschap?
Verifieerbaarheidscriterium (Verifiability criterion): Alleen uitspraken die empirisch geverifieerd kunnen
worden, zijn wetenschappelijk.
Falsifieerbaarheidscriterium (Falsifiability criterion): Alleen uitspraken die empirisch weerlegd kunnen
worden, zijn wetenschappelijk.
Objectivity and Values
Risjord Ch. 2
The Value-Free Ideal: Wetenschap zou waardevrij moeten zijn.
Strong thesis of value-freedom: Wetenschap is objectief zolang waarden geen rol spelen in onderzoek.
Lecture notes Wetenschapsfilosofie 4