Samenvatting Filosofie SE week 1
H1 - Wijsgerige antropologie
§1.2
Dualisme:
Socrates en Plato: De ziel is niet sterfelijk en verschilt daarin van lichamen en dingen. De ziel bestaat
uit drie delen: een menner met twee paarden. Het ene paard is goed (eerzuchtig en bescheiden) en
de ander slecht (onstuimig en onbescheiden) een goede menner moet beide in bedwang houden.
Het lichaam is de ziel tot last, het overvalt deze met ziektes en gebreken. De scheiding tussen lichaam
en geest heet dualisme.
Sloterdijk: De mens is een wezen dat door te oefenen en voortdurend aan zichzelf te werken zichzelf
verandert.
Substantiedualisme:
Descartes: Hij onderscheidt de res extensa (stoffelijke) met het res cogitans (de denkende geest). De
geest brengt je lichaam in beweging interactieprobleem.
Materialisme:
Offray de la Mettrie: Geen ziel en lichaam, maar één materie monisme
Putnam: Verhouding tussen hardware en software van computer om wisselwerking tussen lichaam
en geest te vatten.
Turing: Maakte een test om te zien of machines zelfstandig kunnen denken.
Searle: Ook al lijkt het alsof een computer denkt, volgt hij eigenlijk gewoon instructies op zonder
deze te begrijpen. (voorbeeld Chinese tekens)
Swaab: de geest is het product van materie. Materiële processen doen ons denken en aansturen. Het
brein is een biologische machine die razendsnel en rationeel info verwerkt. De vrije wil is een illusie,
wat gebeurt ligt vast deterministisch
Het gesitueerde lichaam:
Maurice Merleau-Ponty: Omdat je een lichaam hebt, ben je wie je bent. Hij verwerpt het dualistische
idee. Het denken/ bewustzijn ontstaat door gebeurtenissen en mensen om je heen.
fenomenologie: interactie tussen lichaam en omgeving. Een bewustzijn is altijd van iets. Het lichaam
is het voertuig voor de waarnemingen die ons bewust maken en de wereld en ons bestaan daarin.
Cyborg
Latour: Mensen zijn een mengsel van lichaam en geest, cultuur en natuur. Van menselijke en niet-
menselijke elementen. Symmetrische antropologie: mensen en dingen worden aan elkaar
gelijkgesteld. We staan niet tegenover de wereld, maar zijn er een onderdeel van.
§1.3
Emoties als menselijke natuur:
Spinoza: Drie primaire emoties: Begeerte, blijdschap en droefheid. naturalistische benadering,
emoties behoren tot menselijke natuur.
Descartes: Emoties zijn passies, ze overvallen ons, maar je moet je er nooit te veel aan toe geven. Je
moet ze met rede in bedwang houden.
, Emoties als lichamelijke reactie:
James: emoties worden veroorzaakt door lichamelijke reacties op iets wat we meemaken of zien.
Emoties zijn verschijnselen die gepaard gaan met duidelijk zichtbare lichamelijke veranderingen.
Emoties als historisch en cultureel verschijnsel:
in de sociaal constructivistische visie zijn de fysiologische verschijnselen slechts bijzaak. Het gaat
erom dat emoties historisch en cultureel zijn bepaald, iedere cultuur andere emoties.
Brigss: verbleef bij Eskimo’s en zag dat hun taal geen woorden voor boosheid kende kende de
emotie niet.
De cognitieve benadering van emoties:
De manier waarop mensen de situatie waarin ze verkeren beoordelen: is dat wat we meemaken
belangrijk genoeg om er kwaad, verdrietig of blij van te worden.
Nussbaum: emoties zijn intelligente reacties op dat wat we waardevol vinden. Emoties zijn cognitief
en evaluatief. Ze hangt emotie en verstand samen. 4 stappen:
1. emoties gaan altijd ergens over (intentioneel)
2. Het object wordt op een bepaalde manier waargenomen, altijd selectief (sommige dingen zien we
scherp en andere niet).
3. Overtuigingen in het geding, je bent ervan overtuigd dat…
4. Waarden in het geding, bijvoorbeeld waarde dat elk mens rechtvaardig behandelt wordt los van
geslacht en ras.
Emoties hebben volgen Nussbaum altijd met evaluatieve kennis- en waardeoordelen te maken: we
hechten aan iets of iemand waarde.
§1.4
Verschillen tussen mens en dier:
Wanneer het verschil tussen mens en dier centraal staat, noemen filosofen vaak de rede als
onderscheiden kenmerk.
Descartes: Deelde de wereld in tweeën en alleen de mens behoort tot beide werelden: hij kan
denken en heeft een lichaam. Dieren hebben alleen een lichaam
Aristoteles: De mens is een redelijk dier, mensen komen overeen met dieren, maar verstand maakt
het mogelijk om daar over te oordelen. Bij Aristoteles bezielt de geest het levende lichaam.
Nietzsche: de mens is de enige diersoort die beschikt over rede, maar we zijn onaffe dieren. We
hebben de intellectuele gave nodig om te kunne overleven.
Zelfbewustzijn:
Plessner: Dieren kunnen ook denken maar hebben geen zelfbewustzijn zoals mensen. Plessner
spreekt van centriciteit en excentriciteit. Het dier is centrische en de mens excentrisch. Doordat wij
lichaam zijn en lichaam hebben, kunnen wij ons verhouden tot ons lichaam en zijn wij excentrisch.
Dier valt samen met lichaam en is daarom centrisch, dier heeft alleen intentioneel bewustzijn
(bewust van omgeving, maar niet zichzelf).
Heidegger: Dieren hebben een soort zelfbewustzijn, maar zijn niet bewust van het feit dat ze een
eindig wezen zijn, dat ze doodgaan.
Dieren handelen instinctief, mensen juist bewust. Het dierlijke leven verloopt volgens een vast plan,
terwijl menselijk leven een project is wat hij zelf kan vormgeven.
H1 - Wijsgerige antropologie
§1.2
Dualisme:
Socrates en Plato: De ziel is niet sterfelijk en verschilt daarin van lichamen en dingen. De ziel bestaat
uit drie delen: een menner met twee paarden. Het ene paard is goed (eerzuchtig en bescheiden) en
de ander slecht (onstuimig en onbescheiden) een goede menner moet beide in bedwang houden.
Het lichaam is de ziel tot last, het overvalt deze met ziektes en gebreken. De scheiding tussen lichaam
en geest heet dualisme.
Sloterdijk: De mens is een wezen dat door te oefenen en voortdurend aan zichzelf te werken zichzelf
verandert.
Substantiedualisme:
Descartes: Hij onderscheidt de res extensa (stoffelijke) met het res cogitans (de denkende geest). De
geest brengt je lichaam in beweging interactieprobleem.
Materialisme:
Offray de la Mettrie: Geen ziel en lichaam, maar één materie monisme
Putnam: Verhouding tussen hardware en software van computer om wisselwerking tussen lichaam
en geest te vatten.
Turing: Maakte een test om te zien of machines zelfstandig kunnen denken.
Searle: Ook al lijkt het alsof een computer denkt, volgt hij eigenlijk gewoon instructies op zonder
deze te begrijpen. (voorbeeld Chinese tekens)
Swaab: de geest is het product van materie. Materiële processen doen ons denken en aansturen. Het
brein is een biologische machine die razendsnel en rationeel info verwerkt. De vrije wil is een illusie,
wat gebeurt ligt vast deterministisch
Het gesitueerde lichaam:
Maurice Merleau-Ponty: Omdat je een lichaam hebt, ben je wie je bent. Hij verwerpt het dualistische
idee. Het denken/ bewustzijn ontstaat door gebeurtenissen en mensen om je heen.
fenomenologie: interactie tussen lichaam en omgeving. Een bewustzijn is altijd van iets. Het lichaam
is het voertuig voor de waarnemingen die ons bewust maken en de wereld en ons bestaan daarin.
Cyborg
Latour: Mensen zijn een mengsel van lichaam en geest, cultuur en natuur. Van menselijke en niet-
menselijke elementen. Symmetrische antropologie: mensen en dingen worden aan elkaar
gelijkgesteld. We staan niet tegenover de wereld, maar zijn er een onderdeel van.
§1.3
Emoties als menselijke natuur:
Spinoza: Drie primaire emoties: Begeerte, blijdschap en droefheid. naturalistische benadering,
emoties behoren tot menselijke natuur.
Descartes: Emoties zijn passies, ze overvallen ons, maar je moet je er nooit te veel aan toe geven. Je
moet ze met rede in bedwang houden.
, Emoties als lichamelijke reactie:
James: emoties worden veroorzaakt door lichamelijke reacties op iets wat we meemaken of zien.
Emoties zijn verschijnselen die gepaard gaan met duidelijk zichtbare lichamelijke veranderingen.
Emoties als historisch en cultureel verschijnsel:
in de sociaal constructivistische visie zijn de fysiologische verschijnselen slechts bijzaak. Het gaat
erom dat emoties historisch en cultureel zijn bepaald, iedere cultuur andere emoties.
Brigss: verbleef bij Eskimo’s en zag dat hun taal geen woorden voor boosheid kende kende de
emotie niet.
De cognitieve benadering van emoties:
De manier waarop mensen de situatie waarin ze verkeren beoordelen: is dat wat we meemaken
belangrijk genoeg om er kwaad, verdrietig of blij van te worden.
Nussbaum: emoties zijn intelligente reacties op dat wat we waardevol vinden. Emoties zijn cognitief
en evaluatief. Ze hangt emotie en verstand samen. 4 stappen:
1. emoties gaan altijd ergens over (intentioneel)
2. Het object wordt op een bepaalde manier waargenomen, altijd selectief (sommige dingen zien we
scherp en andere niet).
3. Overtuigingen in het geding, je bent ervan overtuigd dat…
4. Waarden in het geding, bijvoorbeeld waarde dat elk mens rechtvaardig behandelt wordt los van
geslacht en ras.
Emoties hebben volgen Nussbaum altijd met evaluatieve kennis- en waardeoordelen te maken: we
hechten aan iets of iemand waarde.
§1.4
Verschillen tussen mens en dier:
Wanneer het verschil tussen mens en dier centraal staat, noemen filosofen vaak de rede als
onderscheiden kenmerk.
Descartes: Deelde de wereld in tweeën en alleen de mens behoort tot beide werelden: hij kan
denken en heeft een lichaam. Dieren hebben alleen een lichaam
Aristoteles: De mens is een redelijk dier, mensen komen overeen met dieren, maar verstand maakt
het mogelijk om daar over te oordelen. Bij Aristoteles bezielt de geest het levende lichaam.
Nietzsche: de mens is de enige diersoort die beschikt over rede, maar we zijn onaffe dieren. We
hebben de intellectuele gave nodig om te kunne overleven.
Zelfbewustzijn:
Plessner: Dieren kunnen ook denken maar hebben geen zelfbewustzijn zoals mensen. Plessner
spreekt van centriciteit en excentriciteit. Het dier is centrische en de mens excentrisch. Doordat wij
lichaam zijn en lichaam hebben, kunnen wij ons verhouden tot ons lichaam en zijn wij excentrisch.
Dier valt samen met lichaam en is daarom centrisch, dier heeft alleen intentioneel bewustzijn
(bewust van omgeving, maar niet zichzelf).
Heidegger: Dieren hebben een soort zelfbewustzijn, maar zijn niet bewust van het feit dat ze een
eindig wezen zijn, dat ze doodgaan.
Dieren handelen instinctief, mensen juist bewust. Het dierlijke leven verloopt volgens een vast plan,
terwijl menselijk leven een project is wat hij zelf kan vormgeven.