1. Hindoeisme:
1.1 ontstaan van het Hindoeïsme in historische context
De naam hindoeïsme is afgeleid van Indus, naar de zogenaamde
Indusbeschaving. Het is onduidelijk wanneer het hindoeïsme als religie precies is
ontstaan. Voor het gemak gaat men ervan uit dat het 'officiële' hindoeïsme is
ontstaan met het op schrift stellen van de Veda's, de belangrijkste teksten in het
hindoeïsme. Dit gebeurde rond 1000 vóór Christus, maar het is waarschijnlijk dat
de teksten al veel langer mondeling werden doorverteld en het hindoeïsme dus al
veel ouder is. Duidelijk is echter wel dat het hindoeïsme een van de oudste
godsdiensten ter wereld is. Dit op schrift stellen van de Veda's gebeurde in
dezelfde tijd dat de Ariërs, een bevolkingsgroep uit Zuid-Rusland/Centraal-Azië,
de Indusbeschaving vernietigde. Deze Indusbeschaving was gesitueerd in het
huidige Pakistan en India. Uit opgravingen is gebleken dat deze beschaving
vooral was gebaseerd op landbouw en handel. Daarnaast zijn er ook
overblijfselen van grote steden in het gebied gevonden.
De Ariërs waren echter nomadenstammen en erg bedreven in oorlog voeren.
Daardoor kon het gebeuren dat een betrekkelijk laagontwikkeld volk een cultuur
kon overwinnen die veel hoger ontwikkeld was. Beide bevolkingsgroepen hadden
hun eigen religie en rituelen.
In de Induscultuur werd de moedergodin aanbeden, een
vruchtbaarheidssymbool. Daarnaast werden vooral dieren en vaak ook
bomen aanbeden.
De Ariërs aanbaden vooral natuurfenomenen zoals donder, bliksem, de
maan en de zon. Hun samenleving was sterk patriarchaal dus mannen
hadden het voor het zeggen. Ze hadden een aparte groep priesters die in
hoog aanzien stonden. Na de verovering van de Induscultuur werden de
Ariërs steeds minder een nomadenvolk en bleven ze wonen in eenzelfde
gebied.
Langzamerhand vermengden de religies van de Indusbeschaving en de Ariërs
zich met elkaar en ontstond geleidelijk de religie die wij nu hindoeïsme noemen.
Omdat de Ariërs zich door hun overwinning verheven voelden boven de andere
bewoners, voelden zij de behoefte om zich te onderscheiden van de rest. Zo
ontstond het kastenstelsel.
1.1.2 Het kastenstelsel
Het kastenstelsel houdt in dat de samenleving is verdeeld in groepen. Voor deze
groepen gelden eigen regels op sociaal en religieus gebied. Belangrijk is in ieder
geval dat:
• je alleen mag trouwen met iemand uit je eigen kaste
• je alleen mag eten met mensen uit je eigen kaste
• beroepen zijn verbonden aan een bepaalde kaste
• de religieuze plichten (dharma) waaraan je moet voldoen, zijn verbonden aan je
kaste.
Er zijn vier groepen binnen het kastenstelsel. De hoogste kaste is tegelijkertijd
ook de belangrijkste en heeft het meeste aanzien. Hoe lager de kaste, hoe lager
het aanzien.
De vier officiële kasten zijn:
1. De priesters en geestelijken (brahmanen,
2. De strijders/de wereldlijke macht (kshatriya's)
3. Handelaren, handwerkers en boeren (vaishya's)
4. De dienaren/onderdanen (shudra's).
5. onofficiële kaste, die van de onaanraakbaren (chandala's).
,Officieel is deze groep kasteloos, wat betekent dat ze formeel ook niet tot het
kastenstelsel behoren. De priesters en geestelijken horen tot de hoogste kaste en
zij hebben de geestelijke en religieuze macht. Zij hebben ook de
verantwoordelijkheid voor het onderwijs aan de twee kasten onder hen: de
kshatriya's en de vaishya's.
Voor brahmanen geldt een totaal verbod op geweld. Dat is ook de reden dat
brahmanen streng vegetarisch zijn. De kshatriya's zijn van oudsher de strijders,
de vechters. Tegenwoordig horen daar ook de bestuurders bij. Zij hebben de taak
om het land te verdedigen en besturen. In tegenstelling tot de geweldloze
priesters, mogen kshatriya's juist wel geweld gebruiken.
De vaishya's zijn van oudsher de herders die het vee hoedden. Later werd deze
kaste uitgebreid met boeren, handelaren en ambachtslieden.
Officieel is het kastensysteem (in India) volgens de grondwet verboden en mag
iemand niet meer worden gediscrimineerd of grond van zijn kaste. In de praktijk
is het echter erg lastig om het systeem vaarwel te zeggen. Het is vooral erg lastig
om de onaanraakbaren (de chandala's) te laten integreren in de maatschappij.
De meeste hindoes wonen in India en omliggende landen. Vanwege de slavernij
zijn veel hindoes in Suriname terechtgekomen. Nadat Suriname in 1975
onafhankelijk werd van kolonisator Nederland, zijn veel hindoes naar Nederland
gekomen. Men schat dat er rond de 100.000 hindoes in Nederland wonen.
1.2 beginselen en kerngedachten.
Het hindoeïsme is een veelzijdige godsdienst die heel veel verschillende
stromingen kent. Het is daarom onmogelijk om alle facetten van het hindoeïsme
te beschrijven. Verschillende stromingen leggen verschillende accenten en
binnen de verschillende stromingen zijn er vaak ook weer verschillende
opvattingen over bepaalde onderwerpen. Juist vanwege de vele verschillen en
verschillende opvattingen is het hindoeïsme een zeer tolerante religie. Hindoes
zullen elkaar onderling ook niet snel veroordelen vanwege een afwijkend
standpunt. Er is geen leer die van hogerhand is vastgesteld en waar iedereen
zich aan dient te houden, iedereen bepaalt zelf wat hij of zij gelooft. Het gaat ook
niet zozeer om wat je gelooft, maar om wat je doet. Ondanks de vele verschillen
tussen hindoes, zijn er wel enkele zaken die voor alle hindoes gelden en die de
basis vormen voor het hindoeïsme.
1.2.1 Geloof in meerdere goden?
Het hindoeïsme wordt vaak als polytheïstische godsdienst gezien. Dit betekent
dat hindoes geloven dat er meerdere goden zijn. Toch is voor hindoes één god
het belangrijkst. Dus ook al zijn er meerdere goden, veelal vereert een hindoe er
maar eentje. Het begrip polytheïstisch is hier dus niet helemaal op z’n plek.
Hindoes gaan ervan uit dat al deze goden terug te voeren zijn op één eerste god
en deze wordt Brahman (spreek uit als Bragman) genoemd. Er zijn hindoes die
geloven dat deze Brahman een echt persoon is. Andere hindoes zijn ervan
overtuigd dat Brahman geen persoon is, maar een soort energie of oerkracht. Uit
Brahman is alles ontstaan, het is een scheppende kracht. Ook de mensen zijn uit
Brahman ontstaan. Hindoes geloven dat er in ieder mens een stukje van deze
oerkracht of deze scheppende kracht is overgebleven. Dit stukje oerkracht in de
mens wordt Atman genoemd. Dit betekent automatisch dat ieder mens dus een
beetje goddelijk is. Het doel van het leven is dat een mens na zijn sterven weer
één wordt met het goddelijke; het Atman wordt dan weer verenigd met het
Brahman. Dit klinkt eenvoudiger dan het is.
1.2.2 Reïncarnatie en verlossing.
,Hindoes geloven in reïncarnatie. Ze geloven dat een mens meerdere levens
achter elkaar leeft. Het leven dat iemand leeft, is afhankelijk van zijn vorige
leven. Hoe beter iemand zijn vorige leven heeft geleefd, hoe beter hij in het
volgende leven terugkomt. Als iemand nu een goed leven leidt, komt hij in een
volgend leven misschien wel terug als een prins of een koning. Het kan echter
ook andersom; als iemand nu geen goed leven leidt, komt hij misschien terug als
een varken of als een boom. Binnen het idee van reïncarnatie is karma een
belangrijk begrip. Karma is het geheel van iemands daden; de goede en slechte.
Iemands karma bepaalt hoe hij in een volgend leven terugkomt. Of iemands
karma goed is, wordt bepaald door de manier waarop hij zijn religieuze plichten
heeft vervuld. Deze religieuze plichten worden dharma genoemd. De religieuze
plichten die iemand moet vervullen, zijn afhankelijk van de kaste waartoe iemand
behoort. Het uiteindelijke doel van hindoes is moksha. Moksha is de verlossing uit
de kringloop van het leven en de wedergeboorten, de samsara. Het is het
moment waarop het Atman weer met het Brahman wordt verenigd. Het is een
misverstand te denken dat iemand wordt verlost op het moment dat hij heel veel
karma heeft opgebouwd. Moksha wordt bereikt op het moment dat iemand
helemaal geen karma meer opbouwt. Dit is ook het moment dat je niet meer
wordt herboren. De verlossing is dan bereikt.
1.3 goden en rolmodellen
In het hindoeïsme zijn de vele goden erg belangrijk. Daarnaast is er ook een
belangrijke rol weggelegd voor guru's en sadhu's. De meest belangrijke
'personen' in het hindoeïsme zijn de goden. Goden kennen veel
verschijningsvormen. Zo kan een god een mannelijk of een vrouwelijk voorkomen
hebben (al zijn de meeste goden mannelijk) en kunnen ze zich laten zien in de
gedaante van een dier.
Er zijn ontelbare verhalen over de goden in het hindoeïsme. In deze verhalen
worden goden als zeer menselijk neergezet. Ze trouwen, krijgen kinderen en
hebben ruzie. Het hindoeïsme kent duizenden goden. Het verschilt per streek,
dorp of huishouden welke god er aanbeden wordt. Veel hindoes hebben een
persoonlijke god die ze aanbidden in het pujaritueel. Toch zijn er enkele goden die
voor alle hindoes belangrijk zijn of die buiten het hindoeïsme ook bekend zijn.
1.3.1 De god Brahma Brahma is de schepper-god.
Brahma laat de scheppende kracht van Brahman zien. Hij heeft het universum
geschapen. Hij is dus heel belangrijk, maar desondanks is hij niet heel erg
populair en wordt hij nauwelijks aanbeden. Brahma is een sterfelijke god. Als hij
sterft, zal volgens het hindoeïsme het universum vergaan. Er komt dan een
nieuwe Brahma die een nieuw universum zal scheppen. Een cyclisch wereldbeeld
is hierin duidelijk herkenbaar. De meeste hindoes geloven dat Brahma het
universum heeft geschapen in opdracht van een andere god. Aanhangers van de
god Shiva denken dat Shiva Brahma de opdracht gaf. Aanhangers van Vishnu
denken dat hij het was.
1.3.2 De god Vishnu Vishnu is de godheid die de wereld in stand houdt.
Elke keer als er een ramp lijkt te gebeuren, komt Vishnu naar de aarde om deze
te redden. Hij komt in de vorm van een avatar. Een avatar is een
verschijningsvorm van een godheid. Zo zijn van Vishnu tien avatars bekend. Hij is
onder meer naar de aarde gekomen als een vis, een schildpad en een dwerg. De
belangrijkste avatar van Vishnu is Krishna, in Europa en de rest van de westerse
wereld vooral bekend geworden door de Hare Krishna-beweging. De tiende
avatar van Vishnu is een bijzondere. Deze avatar is namelijk nog niet naar de
aarde gekomen. Het is Kalki. Deze god zal naar de aarde komen als deze bijna is
, vergaan en zal de gelovigen berechten en zorgen dat er weer een goed tijdperk
aanbreekt. Vishnu staat bekend als een vriendelijke god en staat voor het goede
en het mededogen. Hij is getrouwd met Lakshmi en wordt altijd afgebeeld in het
blauw.
3.3 De god Shiva Een andere belangrijke god is Shiva.
In tegenstelling tot Vishnu is Shiva de vernietiger van de aarde. Het is een woeste
god die altijd wordt afgebeeld met kettingen en schedels. Shiva wordt vaak
afgebeeld als een danser. Al dansend vernietigt hij de aarde. Maar door het
dansen bouwt hij dezelfde aarde ook weer op. Shiva is een witte god en draagt
ook altijd witte kleding en heeft witte attributen bij zich. Opvallend is dat hij een
derde oog heeft, te herkennen aan een stip op zijn voorhoofd. Vaak wordt Shiva
ook aanbeden in de vorm van een lingham (penis). Een korte zuil met afgeronde
kop is op een liggende schijf geplaatst. Deze schijf staat symbool voor de yoni (de
vagina). Een (geestelijke) zoon van Shiva is Ganesha. Ganesha is de god met het
olifantengezicht en vier armen. Hij neemt hindernissen weg en daarom wordt hij
veelal aanbeden voordat iemand op reis gaat, een nieuw huis gaat bouwen of
een andere belangrijke stap gaat nemen.
1.3.4 Guru's en sadhu's
Een Guru (ook wel goeroe) is vaak een leraar die een grote schare volgelingen
heeft. Bij zijn volgelingen staat hij in hoog aanzien. In enkele gevallen wordt een
guru gezien als een vertegenwoordiger of afgevaardigde van een bepaalde god.
Een sadhu is een heilige man die dicht bij de verlossing staat. Hij heeft een
zodanig leven geleid dat hij bijna is losgekomen van de eeuwige kringloop van
wedergeboorten en is daarom een voorbeeld voor andere hindoes.
1.4: belangrijke geschriften Het hindoeïsme kent een aantal belangrijke en
bepalende geschriften. Dit zijn:
1. De Veda's
2. De Brahmana's
3. De Aranyaka's
4. De Upanishads
5. Mahabharata en Ramayana.
1.4.1 De Veda's
Veda betekent letterlijk 'heilig weten' of 'openbaring'. De Veda's zijn de
belangrijkste geschriften van het hindoeïsme. Ze zijn rond 1000 vóór Christus
opgeschreven, maar het is zeer waarschijnlijk dat de teksten duizenden jaren
daarvoor al mondeling werden doorverteld. De teksten in de Veda's zijn zo heilig
dat veranderingen onmogelijk zijn. Dit betekent dat de teksten die nu gebruikt
worden door de priesters, nog hetzelfde zijn als de teksten die 3000 jaar geleden
zijn opgeschreven. De Veda's bestaan uit gebeden voor de goden, beschrijvingen
over hoe rituelen uitgevoerd dienen te worden, bezweringsformules om ziektes af
te wenden en teksten over hoe gezond te leven en ziekten te behandelen (de
zogenaamde ayurvedische geneeskunst, die tegenwoordig ook in de westerse
wereld beoefend wordt).
1.4.2 De Brahmana's
De Brahmana's zijn teksten die door de priesterkasten zijn overgeleverd. Het zijn
abstracte teksten over bijvoorbeeld het ontstaan van de aarde, de plaats van de
mens in de schepping en de betekenis van rituelen.
1.4.3 De Aranyaka's
1.1 ontstaan van het Hindoeïsme in historische context
De naam hindoeïsme is afgeleid van Indus, naar de zogenaamde
Indusbeschaving. Het is onduidelijk wanneer het hindoeïsme als religie precies is
ontstaan. Voor het gemak gaat men ervan uit dat het 'officiële' hindoeïsme is
ontstaan met het op schrift stellen van de Veda's, de belangrijkste teksten in het
hindoeïsme. Dit gebeurde rond 1000 vóór Christus, maar het is waarschijnlijk dat
de teksten al veel langer mondeling werden doorverteld en het hindoeïsme dus al
veel ouder is. Duidelijk is echter wel dat het hindoeïsme een van de oudste
godsdiensten ter wereld is. Dit op schrift stellen van de Veda's gebeurde in
dezelfde tijd dat de Ariërs, een bevolkingsgroep uit Zuid-Rusland/Centraal-Azië,
de Indusbeschaving vernietigde. Deze Indusbeschaving was gesitueerd in het
huidige Pakistan en India. Uit opgravingen is gebleken dat deze beschaving
vooral was gebaseerd op landbouw en handel. Daarnaast zijn er ook
overblijfselen van grote steden in het gebied gevonden.
De Ariërs waren echter nomadenstammen en erg bedreven in oorlog voeren.
Daardoor kon het gebeuren dat een betrekkelijk laagontwikkeld volk een cultuur
kon overwinnen die veel hoger ontwikkeld was. Beide bevolkingsgroepen hadden
hun eigen religie en rituelen.
In de Induscultuur werd de moedergodin aanbeden, een
vruchtbaarheidssymbool. Daarnaast werden vooral dieren en vaak ook
bomen aanbeden.
De Ariërs aanbaden vooral natuurfenomenen zoals donder, bliksem, de
maan en de zon. Hun samenleving was sterk patriarchaal dus mannen
hadden het voor het zeggen. Ze hadden een aparte groep priesters die in
hoog aanzien stonden. Na de verovering van de Induscultuur werden de
Ariërs steeds minder een nomadenvolk en bleven ze wonen in eenzelfde
gebied.
Langzamerhand vermengden de religies van de Indusbeschaving en de Ariërs
zich met elkaar en ontstond geleidelijk de religie die wij nu hindoeïsme noemen.
Omdat de Ariërs zich door hun overwinning verheven voelden boven de andere
bewoners, voelden zij de behoefte om zich te onderscheiden van de rest. Zo
ontstond het kastenstelsel.
1.1.2 Het kastenstelsel
Het kastenstelsel houdt in dat de samenleving is verdeeld in groepen. Voor deze
groepen gelden eigen regels op sociaal en religieus gebied. Belangrijk is in ieder
geval dat:
• je alleen mag trouwen met iemand uit je eigen kaste
• je alleen mag eten met mensen uit je eigen kaste
• beroepen zijn verbonden aan een bepaalde kaste
• de religieuze plichten (dharma) waaraan je moet voldoen, zijn verbonden aan je
kaste.
Er zijn vier groepen binnen het kastenstelsel. De hoogste kaste is tegelijkertijd
ook de belangrijkste en heeft het meeste aanzien. Hoe lager de kaste, hoe lager
het aanzien.
De vier officiële kasten zijn:
1. De priesters en geestelijken (brahmanen,
2. De strijders/de wereldlijke macht (kshatriya's)
3. Handelaren, handwerkers en boeren (vaishya's)
4. De dienaren/onderdanen (shudra's).
5. onofficiële kaste, die van de onaanraakbaren (chandala's).
,Officieel is deze groep kasteloos, wat betekent dat ze formeel ook niet tot het
kastenstelsel behoren. De priesters en geestelijken horen tot de hoogste kaste en
zij hebben de geestelijke en religieuze macht. Zij hebben ook de
verantwoordelijkheid voor het onderwijs aan de twee kasten onder hen: de
kshatriya's en de vaishya's.
Voor brahmanen geldt een totaal verbod op geweld. Dat is ook de reden dat
brahmanen streng vegetarisch zijn. De kshatriya's zijn van oudsher de strijders,
de vechters. Tegenwoordig horen daar ook de bestuurders bij. Zij hebben de taak
om het land te verdedigen en besturen. In tegenstelling tot de geweldloze
priesters, mogen kshatriya's juist wel geweld gebruiken.
De vaishya's zijn van oudsher de herders die het vee hoedden. Later werd deze
kaste uitgebreid met boeren, handelaren en ambachtslieden.
Officieel is het kastensysteem (in India) volgens de grondwet verboden en mag
iemand niet meer worden gediscrimineerd of grond van zijn kaste. In de praktijk
is het echter erg lastig om het systeem vaarwel te zeggen. Het is vooral erg lastig
om de onaanraakbaren (de chandala's) te laten integreren in de maatschappij.
De meeste hindoes wonen in India en omliggende landen. Vanwege de slavernij
zijn veel hindoes in Suriname terechtgekomen. Nadat Suriname in 1975
onafhankelijk werd van kolonisator Nederland, zijn veel hindoes naar Nederland
gekomen. Men schat dat er rond de 100.000 hindoes in Nederland wonen.
1.2 beginselen en kerngedachten.
Het hindoeïsme is een veelzijdige godsdienst die heel veel verschillende
stromingen kent. Het is daarom onmogelijk om alle facetten van het hindoeïsme
te beschrijven. Verschillende stromingen leggen verschillende accenten en
binnen de verschillende stromingen zijn er vaak ook weer verschillende
opvattingen over bepaalde onderwerpen. Juist vanwege de vele verschillen en
verschillende opvattingen is het hindoeïsme een zeer tolerante religie. Hindoes
zullen elkaar onderling ook niet snel veroordelen vanwege een afwijkend
standpunt. Er is geen leer die van hogerhand is vastgesteld en waar iedereen
zich aan dient te houden, iedereen bepaalt zelf wat hij of zij gelooft. Het gaat ook
niet zozeer om wat je gelooft, maar om wat je doet. Ondanks de vele verschillen
tussen hindoes, zijn er wel enkele zaken die voor alle hindoes gelden en die de
basis vormen voor het hindoeïsme.
1.2.1 Geloof in meerdere goden?
Het hindoeïsme wordt vaak als polytheïstische godsdienst gezien. Dit betekent
dat hindoes geloven dat er meerdere goden zijn. Toch is voor hindoes één god
het belangrijkst. Dus ook al zijn er meerdere goden, veelal vereert een hindoe er
maar eentje. Het begrip polytheïstisch is hier dus niet helemaal op z’n plek.
Hindoes gaan ervan uit dat al deze goden terug te voeren zijn op één eerste god
en deze wordt Brahman (spreek uit als Bragman) genoemd. Er zijn hindoes die
geloven dat deze Brahman een echt persoon is. Andere hindoes zijn ervan
overtuigd dat Brahman geen persoon is, maar een soort energie of oerkracht. Uit
Brahman is alles ontstaan, het is een scheppende kracht. Ook de mensen zijn uit
Brahman ontstaan. Hindoes geloven dat er in ieder mens een stukje van deze
oerkracht of deze scheppende kracht is overgebleven. Dit stukje oerkracht in de
mens wordt Atman genoemd. Dit betekent automatisch dat ieder mens dus een
beetje goddelijk is. Het doel van het leven is dat een mens na zijn sterven weer
één wordt met het goddelijke; het Atman wordt dan weer verenigd met het
Brahman. Dit klinkt eenvoudiger dan het is.
1.2.2 Reïncarnatie en verlossing.
,Hindoes geloven in reïncarnatie. Ze geloven dat een mens meerdere levens
achter elkaar leeft. Het leven dat iemand leeft, is afhankelijk van zijn vorige
leven. Hoe beter iemand zijn vorige leven heeft geleefd, hoe beter hij in het
volgende leven terugkomt. Als iemand nu een goed leven leidt, komt hij in een
volgend leven misschien wel terug als een prins of een koning. Het kan echter
ook andersom; als iemand nu geen goed leven leidt, komt hij misschien terug als
een varken of als een boom. Binnen het idee van reïncarnatie is karma een
belangrijk begrip. Karma is het geheel van iemands daden; de goede en slechte.
Iemands karma bepaalt hoe hij in een volgend leven terugkomt. Of iemands
karma goed is, wordt bepaald door de manier waarop hij zijn religieuze plichten
heeft vervuld. Deze religieuze plichten worden dharma genoemd. De religieuze
plichten die iemand moet vervullen, zijn afhankelijk van de kaste waartoe iemand
behoort. Het uiteindelijke doel van hindoes is moksha. Moksha is de verlossing uit
de kringloop van het leven en de wedergeboorten, de samsara. Het is het
moment waarop het Atman weer met het Brahman wordt verenigd. Het is een
misverstand te denken dat iemand wordt verlost op het moment dat hij heel veel
karma heeft opgebouwd. Moksha wordt bereikt op het moment dat iemand
helemaal geen karma meer opbouwt. Dit is ook het moment dat je niet meer
wordt herboren. De verlossing is dan bereikt.
1.3 goden en rolmodellen
In het hindoeïsme zijn de vele goden erg belangrijk. Daarnaast is er ook een
belangrijke rol weggelegd voor guru's en sadhu's. De meest belangrijke
'personen' in het hindoeïsme zijn de goden. Goden kennen veel
verschijningsvormen. Zo kan een god een mannelijk of een vrouwelijk voorkomen
hebben (al zijn de meeste goden mannelijk) en kunnen ze zich laten zien in de
gedaante van een dier.
Er zijn ontelbare verhalen over de goden in het hindoeïsme. In deze verhalen
worden goden als zeer menselijk neergezet. Ze trouwen, krijgen kinderen en
hebben ruzie. Het hindoeïsme kent duizenden goden. Het verschilt per streek,
dorp of huishouden welke god er aanbeden wordt. Veel hindoes hebben een
persoonlijke god die ze aanbidden in het pujaritueel. Toch zijn er enkele goden die
voor alle hindoes belangrijk zijn of die buiten het hindoeïsme ook bekend zijn.
1.3.1 De god Brahma Brahma is de schepper-god.
Brahma laat de scheppende kracht van Brahman zien. Hij heeft het universum
geschapen. Hij is dus heel belangrijk, maar desondanks is hij niet heel erg
populair en wordt hij nauwelijks aanbeden. Brahma is een sterfelijke god. Als hij
sterft, zal volgens het hindoeïsme het universum vergaan. Er komt dan een
nieuwe Brahma die een nieuw universum zal scheppen. Een cyclisch wereldbeeld
is hierin duidelijk herkenbaar. De meeste hindoes geloven dat Brahma het
universum heeft geschapen in opdracht van een andere god. Aanhangers van de
god Shiva denken dat Shiva Brahma de opdracht gaf. Aanhangers van Vishnu
denken dat hij het was.
1.3.2 De god Vishnu Vishnu is de godheid die de wereld in stand houdt.
Elke keer als er een ramp lijkt te gebeuren, komt Vishnu naar de aarde om deze
te redden. Hij komt in de vorm van een avatar. Een avatar is een
verschijningsvorm van een godheid. Zo zijn van Vishnu tien avatars bekend. Hij is
onder meer naar de aarde gekomen als een vis, een schildpad en een dwerg. De
belangrijkste avatar van Vishnu is Krishna, in Europa en de rest van de westerse
wereld vooral bekend geworden door de Hare Krishna-beweging. De tiende
avatar van Vishnu is een bijzondere. Deze avatar is namelijk nog niet naar de
aarde gekomen. Het is Kalki. Deze god zal naar de aarde komen als deze bijna is
, vergaan en zal de gelovigen berechten en zorgen dat er weer een goed tijdperk
aanbreekt. Vishnu staat bekend als een vriendelijke god en staat voor het goede
en het mededogen. Hij is getrouwd met Lakshmi en wordt altijd afgebeeld in het
blauw.
3.3 De god Shiva Een andere belangrijke god is Shiva.
In tegenstelling tot Vishnu is Shiva de vernietiger van de aarde. Het is een woeste
god die altijd wordt afgebeeld met kettingen en schedels. Shiva wordt vaak
afgebeeld als een danser. Al dansend vernietigt hij de aarde. Maar door het
dansen bouwt hij dezelfde aarde ook weer op. Shiva is een witte god en draagt
ook altijd witte kleding en heeft witte attributen bij zich. Opvallend is dat hij een
derde oog heeft, te herkennen aan een stip op zijn voorhoofd. Vaak wordt Shiva
ook aanbeden in de vorm van een lingham (penis). Een korte zuil met afgeronde
kop is op een liggende schijf geplaatst. Deze schijf staat symbool voor de yoni (de
vagina). Een (geestelijke) zoon van Shiva is Ganesha. Ganesha is de god met het
olifantengezicht en vier armen. Hij neemt hindernissen weg en daarom wordt hij
veelal aanbeden voordat iemand op reis gaat, een nieuw huis gaat bouwen of
een andere belangrijke stap gaat nemen.
1.3.4 Guru's en sadhu's
Een Guru (ook wel goeroe) is vaak een leraar die een grote schare volgelingen
heeft. Bij zijn volgelingen staat hij in hoog aanzien. In enkele gevallen wordt een
guru gezien als een vertegenwoordiger of afgevaardigde van een bepaalde god.
Een sadhu is een heilige man die dicht bij de verlossing staat. Hij heeft een
zodanig leven geleid dat hij bijna is losgekomen van de eeuwige kringloop van
wedergeboorten en is daarom een voorbeeld voor andere hindoes.
1.4: belangrijke geschriften Het hindoeïsme kent een aantal belangrijke en
bepalende geschriften. Dit zijn:
1. De Veda's
2. De Brahmana's
3. De Aranyaka's
4. De Upanishads
5. Mahabharata en Ramayana.
1.4.1 De Veda's
Veda betekent letterlijk 'heilig weten' of 'openbaring'. De Veda's zijn de
belangrijkste geschriften van het hindoeïsme. Ze zijn rond 1000 vóór Christus
opgeschreven, maar het is zeer waarschijnlijk dat de teksten duizenden jaren
daarvoor al mondeling werden doorverteld. De teksten in de Veda's zijn zo heilig
dat veranderingen onmogelijk zijn. Dit betekent dat de teksten die nu gebruikt
worden door de priesters, nog hetzelfde zijn als de teksten die 3000 jaar geleden
zijn opgeschreven. De Veda's bestaan uit gebeden voor de goden, beschrijvingen
over hoe rituelen uitgevoerd dienen te worden, bezweringsformules om ziektes af
te wenden en teksten over hoe gezond te leven en ziekten te behandelen (de
zogenaamde ayurvedische geneeskunst, die tegenwoordig ook in de westerse
wereld beoefend wordt).
1.4.2 De Brahmana's
De Brahmana's zijn teksten die door de priesterkasten zijn overgeleverd. Het zijn
abstracte teksten over bijvoorbeeld het ontstaan van de aarde, de plaats van de
mens in de schepping en de betekenis van rituelen.
1.4.3 De Aranyaka's