Cellen en weefsels samenvatting Therapie
Er zijn drie manieren om te interfereren (verhinderen) met kanker:
Preventie
Er zijn best veel omgevingsfactoren die
invloed hebben op kanker zoals roken en
virussen. Veel van deze dingen zijn te
voorkomen.
Carcinogeen betekend kankerverwekkend, als men er mee in aanraking komt kan het
kanker veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is asbest of aflatoxine. Dit aflatoxine kan
binden aan guanine in het DNA en daar carcinogeen worden.
15% van alle kankers wordt veroorzaakt door infecties (virussen) dit kan 100%
voorkomen worden door inentingen.
Diagnose
Een voorbeeld is borstkanker,
deze kanker kan gebaseerd zijn
op verschillende dingen:
invasiveness, hormonen en
genen of weefsels. Bij het stellen
van diagnose kan er gekeken
worden welke vorm het is, dit is
belangrijk voor de behandeling.
Er zijn verschillende testen voor de diagnose van
borstkanker.
, Behandeling
Er zijn voor kanker drie traditionele behandelingen: operatie, chemotherapie en bestraling.
Daarnaast kunnen deze behandeling verschillende functies hebben:
Neo-adjuvant: voor een operatie om de tumor te verkleinen
Adjuvant (aanvullend): tijdens en na de behandeling
Palliatief: hierbij wordt de patiënt niet beter, en zijn de behandelingen alleen om het
niet slechter te laten worden.
Bij chemotherapie zijn de medicijnen
cytotoxisch (celdodend) en grijpen ze
in op de celdeling.
Naast de traditionele behandelingen zijn er ook gerichte therapieën. De meeste medicijnen
zijn cytostatisch (inhiberen celgoei en -deling) en cytotoxisch. Ook interfereren ze met
specifieke targets op of om kankercellen. Er zijn vier verschillende types:
e.g.: for example.
Kleine moleculen zoals Imantinib (gleevec): inhibeert Bcr-Abl. Bcr-Abl bestaat normaal
niet, het is een oncogeen kinase en het ontstaat door reorganisatie van chromosomen.
Gleevec bindt waar normaal ATP bindt,
waardoor de kinase niet actief is en er
geen leukemie komt.
Er zijn drie manieren om te interfereren (verhinderen) met kanker:
Preventie
Er zijn best veel omgevingsfactoren die
invloed hebben op kanker zoals roken en
virussen. Veel van deze dingen zijn te
voorkomen.
Carcinogeen betekend kankerverwekkend, als men er mee in aanraking komt kan het
kanker veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is asbest of aflatoxine. Dit aflatoxine kan
binden aan guanine in het DNA en daar carcinogeen worden.
15% van alle kankers wordt veroorzaakt door infecties (virussen) dit kan 100%
voorkomen worden door inentingen.
Diagnose
Een voorbeeld is borstkanker,
deze kanker kan gebaseerd zijn
op verschillende dingen:
invasiveness, hormonen en
genen of weefsels. Bij het stellen
van diagnose kan er gekeken
worden welke vorm het is, dit is
belangrijk voor de behandeling.
Er zijn verschillende testen voor de diagnose van
borstkanker.
, Behandeling
Er zijn voor kanker drie traditionele behandelingen: operatie, chemotherapie en bestraling.
Daarnaast kunnen deze behandeling verschillende functies hebben:
Neo-adjuvant: voor een operatie om de tumor te verkleinen
Adjuvant (aanvullend): tijdens en na de behandeling
Palliatief: hierbij wordt de patiënt niet beter, en zijn de behandelingen alleen om het
niet slechter te laten worden.
Bij chemotherapie zijn de medicijnen
cytotoxisch (celdodend) en grijpen ze
in op de celdeling.
Naast de traditionele behandelingen zijn er ook gerichte therapieën. De meeste medicijnen
zijn cytostatisch (inhiberen celgoei en -deling) en cytotoxisch. Ook interfereren ze met
specifieke targets op of om kankercellen. Er zijn vier verschillende types:
e.g.: for example.
Kleine moleculen zoals Imantinib (gleevec): inhibeert Bcr-Abl. Bcr-Abl bestaat normaal
niet, het is een oncogeen kinase en het ontstaat door reorganisatie van chromosomen.
Gleevec bindt waar normaal ATP bindt,
waardoor de kinase niet actief is en er
geen leukemie komt.