Carcinogenese = een normale cel transformeert naar een kankercel
Kanker
- Ongereguleerde celgroei waarbij de cellen vanuit de plek van origine als
het ware een invasie vormen voor de rest van het lichaam
- Carcinomas = epitheelcellen
- Sacromas = mesodermalecellen (botten, spieren)
- Adenocarcinomas = glandulaire cellen (borsten)
- De belangrijkste kenmerken:
- Groeisignaal autonomie
- Evasie (ontwijking) van groei-remmende signalen
- Negeren van immuun destructie
- Ongelimiteerde replicatiepotentie
- Inflammatie die gestimuleerd wordt door de tumor
- Invasie en metastase
- Angiogenese (de vorming van nieuwe bloedvaten uit bestaande
bloedvaten)
- Instabiliteit van genen en mutatie
- Evasie (ontwijking) van celdood
- Herstructurering van energie metabolisme
- Goedaardige versus kwaadaardige tumoren invasie of niet?
Ontstaan van kanker
, - Veranderingen in het DNA
- Carcinogenen zijn vaak mutagenen
- Vaak mutaties in de soma van de cel
- Chromatine structuur
- Hoe langer de levensverwachting, hoe meer tijd er is voor de accumulatie
van mutaties in het DNA
- Epigenetica het besturingssysteem van genen kan door externe factoren
veranderen (luchtvervuiling, stress en omgevingsfactoren)
- Kankercellen kunnen hun gedrag veranderen naarmate ze groeien
- Kankercellen hebben door hun geaccumuleerde mutaties een
voorkeurspositie t.o.v. hun buurcellen
- Proliferatie, apoptose en differentiatie
- Proliferatie = celgroei
- Apoptose = celdood
- Differentiatie = inactieve staat van celgroei
- Mutaties in deze processen komen heel veel voor bij kankercellen
- Oncogenen en tumor supressie genen mutaties in deze genen
stimuleert carcinogenese
- Oncogeen = het eiwitproduct wordt in grotere maten geproduceerd of
heeft een toegenomen activiteit (bijvoorbeeld de groeifactor receptor
er is geen signaal nodig om de cel te laten groeien)
- Tumor suppressor genen = eiwitten die de tumorformatie en tumorgroei
remmen, wanneer deze gemuteerd zijn kan het zijn dat de tumorgroei
niet meer geremd wordt
Haploinsufficiency
Daarnaast speelt de tumor microenvironment (TME) een grote rol O2, pH, etc.
- Deze wordt in stand gehouden door gezonde, normale cellen
Invloeden voor carcinogenese:
- Omgeving
- Vrouwlijke cyclus
- Vrouwen zonder kinderen ontwikkelen vaker borstkanker
- Dieet en sport
- Alcohol
- Roken
Therapieën
- Chirurgisch verwijderen van de kankercellen
- Chemotherapie/ radiotherapie
- Cytostatisch effect = remming van de proliferatie
- Cytotoxisch effect = doden van de kankercellen
- Nauwe therapeutische index
- Heel veel bijwerkingen door het gebrek aan selectiviteit
Geneesmiddelonderzoek:
- Clinical trials
- Fase 1-4
Belangrijke moleculen
, - Kinases
- Fosforyleren moleculen
- Belangrijk bij signaaltransductie routes en gentranscriptie
- RAS familie
- Tumor eiwit p53
- Tumor suppressor gen
- Retinoblastoma gen (RB gen)
- Tumor suppressor gen
Kanker genomica
- De studie naar verschillen in DNA sequenties en genexpressie bij
tumorcellen en gezonde cellen
- SNPs
- Single nucleotide polymorfismes
H2: het kanker genoom: mutaties versus repair
,DNA dient stabiel te zijn voor een goede celfunctie. RNA en eiwitten worden
daarentegen wel heel snel afgebroken.
- Veranderingen in de nucleotide sequentie heten mutaties
- Kanker is een ziekte die ontstaat uit veranderingen in het genetisch
materiaal
- Carcinogenese de accumulatie van mutaties over tijd
Kataegis een klein gebied met hypermutaties
Chromothripse chromosomen die in breken
Cellen bevatten ‘DNA repair mechanismen’ om het genetisch
materiaal te herstellen voor de deling fouten in DNA repair kan
leiden tot genetische instabiliteit
- Genetisch materiaal bevindt zich in de chromosmen in de celkern
- Sommige tumoren bevatten ook ecDNA
Dit wordt niet eerlijk verdeeld over de dochtercellen door het
ontbreken van centromeren heterogeniteit onder kankercellen
2.1 Gen structuur – twee delen van het gen: het regulatoire deel het coderende
deel
Genetisch materiaal
- Coderende genen zitten in ons DNA
- DNA is een helix vorm,
bestaande uit nucleotiden
Suiker, fosfaat en een
base (A, G (purines, C
of T (pyridines))
De baseparen bevatten
de genetische
informatie
- Genexpressie
- DNA transcriptie RNA
translatie eiwit
Het 5’-eind bevat de promotor (regulatie van expressie van het
gen)
De TATA-box (aan het begin van de start van de transcriptie) is
belangrijk voor de binding van TBP initiatie van de transcriptie
Een kort onderdeel van de promotor is de response element, hier
kunnen eiwitten aan binden die het gen reguleren
Ook zijn er nog enhancer/ super-enhancers die de transcriptie
reguleren (dit zijn DNA-sequenties waar transcriptiefactoren aan
kunnen binden)
Downstream van de promotor is de coding region
De transcriptie vindt vervolgens plaats op de template strand,
waardoor de conding strand bijna identiek wordt nagemaakt
,2.2 Mutaties
- De meeste carcinogenen zijn mutagenen zorgen voor een verandering
in het DNA
- Modificeren van het DNA
- Chromosomale veranderingen
Er bestaan verschillende soorten mutaties; transities (purine
wisselen met een purine), transversies (purine wisselen met een
pyridine), inserties, deleties en chromosomale translocaties
Deze fouten kunnen ontstaan doordat; DNA polymerase niet
100% accuraat is, de basen gemodificeerd kunnen zijn
(bijvoorbeeld door oxidering) of het chromatine kan
gemodificeerd zijn vaak leidt dit tot een niet-functioneel eiwit
Een chromosomale translocatie is de uitwisseling van een deel
van een chromosoom dit leidt tot veranderingen in de DNA-
sequentie
Ook bestaat er nog gen amplificatie er worden veel meer dan
de gebruikelijke twee kopieën gemaakt
- De plek van de mutatie is zeer belangrijk driver versus passenger
mutaties (waar driver mutaties de kankercel een groeivoordeel geven t.o.v.
de normale cellen)
- Mutator fenotype cellen
- Mutaties in de promotor juist over of onder expressie
- Mutaties in ‘the reading frame’ andere structuur van het eiwit
- Bij kankercellen is het een accumulatie van verschillende mutaties
- Chromothripsis (in botkanker en colorectaal kanker)
- Kan leiden tot meerder gen veranderingen (tegelijkertijd)
, 2.3 Kankerverwekkende middelen
Er bestaan een aantal middelen die kankerverwekkend zijn
Radio-actieve straling
- Energie als een golf (gamma-straling in X-rays)
- Energie als atomische deeltjes (alfa- en bètastraling in elektromagnetische
straling)
- De hoeveelheid biologsiche schade door een bepaalde radioactieve bron
wordt uitgedrukt in Sv
- Ioniserende radiatie
- Alfa, bèta en gamma
- Wanneer de straling moleculen ‘tegenkomt’ worden er elektronen uit
het molecuul gestraald hierdoor wordt het molecuul geladen (ion)
Kan direct DNA ioniseren schadelijk
Kan direct reageren met water ROS (dit kan vervolgens weer
met DNA of met andere onderdelen van de cel reageren)
De belangrijkste DNA schade is dubbelstrengse DNA breuken
- UV-straling
- UVB is het meest kankerverwekkend
- De geconjugeerde dubbele bindingen in de ring van de basen van DNA
absorberen UV cyclobutaan pyrimidine dimeren en pyrimidine-
pyrimidon fotoproducten
Pyrimidine dimeren
dimeren tussen C of T
(komen veel vaker
voor dan
fotoproducten en zijn
moeilijker te
herstellen) DNA
polymerase kan dan
niet meer goed aflezen
en voegt vaak een ‘A’
toe