Neuropsychologie voor Pedagogen
Uitwerking van de Hoorcolleges
Week Onderwerp Literatuur
1 Hersenen K&W Hoofdstuk 1 en 3
2 Neuronen. Signaaltransductie en Genetica K&W Hoofdstuk 1, 3, 4 en 5
3 Zintuiglijke waarneming K&W Hoofdstuk 8, 13, 14 en 15
4 Geheugen, Getalverwerking en Motoriek K&W Hoofdstuk 9, 14, 15 en 18
Vandierendonck H.11, sectie 11.1
5 Neurale Basis stoornissen, toepassing hersenscans, taal en K&W Hoofdstuk 3, 4, 5, 6, 19 (!),
afasie 23, 24, 26 en 27
6 Ruimtelijk denken, aandacht, executieve functies, K&W Hoofdstuk 16, 20 en 24
beslissingen nemen, sociale cognitie, ADHD en autisme.
7 In de schijnwerpers van de Booming Neurosciences: K&W Hoofdstuk 6, 16, 23 en 24
puberbrein, troosteten, hersengymnastiek, emoties, lezen en
dyslexie.
, Samenvatting: Neuropsychologie voor pedagogen
Terminologie
Dorsaal of Superior: aan de bovenkant
Ventraal of Inferior: aan de onderkant
Anterior of Frontaal: voorzijde
Posterior of Caudaal: achterzijde
Mediaal: naar het midden
Lateraal: aan de zijkant
2
, Samenvatting: Neuropsychologie voor pedagogen
Hoorcolleges week 1
Het Zenuwstelsel en de Hersenen
Bijbehorende literatuur:
Kolb & Whishaw ‘Fundamentals of Human Neuropsychology’
● hoofdstuk 1 en 3
1. Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is een netwerk van cellen dat informatie kan opnemen en verwerken. Het
verbindt alle delen van het lichaam met elkaar. Via dit netwerk wordt informatie van de
hersenen naar andere delen van het lichaam gestuurd en omgekeerd.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. centraal zenuwstelsel → hersenen en ruggenmerg (omsloten door bot)
2. perifere zenuwstelsel → verbinding tussen het centrale stelsel, de spieren en de
buiten organen. Het bestaat uit zenuwen en kleine concentraties grijze stof (wat je de
botten ziet)
De twee helften werken nauw samen om ervoor te zorgen dat je lichaam goed kan
aangeven wat je voelt en nodig hebt. Het zorgt er ook voor dat we op de juiste manier
reageren op informatie (prikkels) van buitenaf.
3
, Samenvatting: Neuropsychologie voor pedagogen
1.1 Perifere zenuwstelsel:
ruggenmergzenuwen en hersenzenuwen
Het perifere zenuwstelsel (PZS) is een deel van het zenuwstelsel
dat buiten het CZS is gelegen. Het PZS vormt verbindingen vanuit
het CZS (hersenen en ruggenmerg) van en naar de organen en
weefsels. Het wordt verdeeld in het:
● autonome zenuwstelsel
● somatische zenuwstelsel
Het perifere ZS is het ZS buiten de botten en bestaat uit de
hersenzenuwen (buiten de schedel) en ruggenmergzenuwen (buiten
de wervelkolom).
Perifere zenuwen zijn alle zenuwen in het lichaam die voortkomen uit het Centrale
zenuwstelsel (CZS). Hier zijn 2 soorten zenuwen onderdeel van:
1. Ruggenmergzenuwen (spinale zenuwen): zenuwen die via het ruggenmerg in- en uit het
CZS treden, en die signalen van de hersenen naar het lichaam of van het lichaam naar de
hersenen sturen:
a. Zenuwen die prikkels vervoeren van het brein naar de spieren/organen: efferente
motorische zenuwen
b. Zenuwen die somatosensorische/gevoelsprikkels aanvoeren vanuit de zintuigen naar
het brein: afferente (sensorische) zenuwen
De ruggenmergzenuwen hebben verschillende eigenschappen:
● 31 paar (een voor de R-kant en een voor de L-kant van het lichaam)
● Het zijn zenuwen die via het ruggenmerg in- en uit het CZS treden en die signalen
van de hersenen naar het lichaam of van het lichaam naar de hersenen sturen:
○ efferente (motorische) zenuwen: zenuwen die prikkels vervoeren van het brein
naar de spieren/organen
○ afferente (sensorische) zenuwen: zenuwen die (somatosensorische/gevoels-)
prikkels aanvoeren vanuit de zintuigen naar het brein
■ exteroceptieve prikkels vanuit de buitenwereld (bijv. tast, druk, pijn,
temperatuur).
■ interoceptieve prikkels van binnenuit (bijv. posities, beweging, houding,
balans van lichaam, ledematen en gewrichten).
4
Uitwerking van de Hoorcolleges
Week Onderwerp Literatuur
1 Hersenen K&W Hoofdstuk 1 en 3
2 Neuronen. Signaaltransductie en Genetica K&W Hoofdstuk 1, 3, 4 en 5
3 Zintuiglijke waarneming K&W Hoofdstuk 8, 13, 14 en 15
4 Geheugen, Getalverwerking en Motoriek K&W Hoofdstuk 9, 14, 15 en 18
Vandierendonck H.11, sectie 11.1
5 Neurale Basis stoornissen, toepassing hersenscans, taal en K&W Hoofdstuk 3, 4, 5, 6, 19 (!),
afasie 23, 24, 26 en 27
6 Ruimtelijk denken, aandacht, executieve functies, K&W Hoofdstuk 16, 20 en 24
beslissingen nemen, sociale cognitie, ADHD en autisme.
7 In de schijnwerpers van de Booming Neurosciences: K&W Hoofdstuk 6, 16, 23 en 24
puberbrein, troosteten, hersengymnastiek, emoties, lezen en
dyslexie.
, Samenvatting: Neuropsychologie voor pedagogen
Terminologie
Dorsaal of Superior: aan de bovenkant
Ventraal of Inferior: aan de onderkant
Anterior of Frontaal: voorzijde
Posterior of Caudaal: achterzijde
Mediaal: naar het midden
Lateraal: aan de zijkant
2
, Samenvatting: Neuropsychologie voor pedagogen
Hoorcolleges week 1
Het Zenuwstelsel en de Hersenen
Bijbehorende literatuur:
Kolb & Whishaw ‘Fundamentals of Human Neuropsychology’
● hoofdstuk 1 en 3
1. Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel is een netwerk van cellen dat informatie kan opnemen en verwerken. Het
verbindt alle delen van het lichaam met elkaar. Via dit netwerk wordt informatie van de
hersenen naar andere delen van het lichaam gestuurd en omgekeerd.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. centraal zenuwstelsel → hersenen en ruggenmerg (omsloten door bot)
2. perifere zenuwstelsel → verbinding tussen het centrale stelsel, de spieren en de
buiten organen. Het bestaat uit zenuwen en kleine concentraties grijze stof (wat je de
botten ziet)
De twee helften werken nauw samen om ervoor te zorgen dat je lichaam goed kan
aangeven wat je voelt en nodig hebt. Het zorgt er ook voor dat we op de juiste manier
reageren op informatie (prikkels) van buitenaf.
3
, Samenvatting: Neuropsychologie voor pedagogen
1.1 Perifere zenuwstelsel:
ruggenmergzenuwen en hersenzenuwen
Het perifere zenuwstelsel (PZS) is een deel van het zenuwstelsel
dat buiten het CZS is gelegen. Het PZS vormt verbindingen vanuit
het CZS (hersenen en ruggenmerg) van en naar de organen en
weefsels. Het wordt verdeeld in het:
● autonome zenuwstelsel
● somatische zenuwstelsel
Het perifere ZS is het ZS buiten de botten en bestaat uit de
hersenzenuwen (buiten de schedel) en ruggenmergzenuwen (buiten
de wervelkolom).
Perifere zenuwen zijn alle zenuwen in het lichaam die voortkomen uit het Centrale
zenuwstelsel (CZS). Hier zijn 2 soorten zenuwen onderdeel van:
1. Ruggenmergzenuwen (spinale zenuwen): zenuwen die via het ruggenmerg in- en uit het
CZS treden, en die signalen van de hersenen naar het lichaam of van het lichaam naar de
hersenen sturen:
a. Zenuwen die prikkels vervoeren van het brein naar de spieren/organen: efferente
motorische zenuwen
b. Zenuwen die somatosensorische/gevoelsprikkels aanvoeren vanuit de zintuigen naar
het brein: afferente (sensorische) zenuwen
De ruggenmergzenuwen hebben verschillende eigenschappen:
● 31 paar (een voor de R-kant en een voor de L-kant van het lichaam)
● Het zijn zenuwen die via het ruggenmerg in- en uit het CZS treden en die signalen
van de hersenen naar het lichaam of van het lichaam naar de hersenen sturen:
○ efferente (motorische) zenuwen: zenuwen die prikkels vervoeren van het brein
naar de spieren/organen
○ afferente (sensorische) zenuwen: zenuwen die (somatosensorische/gevoels-)
prikkels aanvoeren vanuit de zintuigen naar het brein
■ exteroceptieve prikkels vanuit de buitenwereld (bijv. tast, druk, pijn,
temperatuur).
■ interoceptieve prikkels van binnenuit (bijv. posities, beweging, houding,
balans van lichaam, ledematen en gewrichten).
4