SAMENVATTING H5
- Je kunt het verschil uitleggen tussen sociale verzekeringen en sociale
voorzieningen
Het stelsel van sociale zekerheid bestaat uit sociale verzekeringen en sociale voorzieningen.
Kenmerkend voor sociale verzekeringen is dat de verzekerden er premie voor betalen. Je
betaalt mee aan sociale verzekeringen als je een inkomen, een uitkering of een pensioen
hebt. Bij werknemers is dat automatisch.
Sociale voorzieningen geven inwoners een bestaansminimum (een bedrag dat iemand
minimaal nodig heeft om te kunnen overleven) als die geen inkomen hebben en ook geen
aanspraak (meer) kunnen maken op een uitkering. Ze vormen een belangrijke aanvulling op
het stelsel van sociale zekerheid omdat ze ervoor zorgen dat mensen worden opgevangen
als ze financieel gezien tussen de gaten van de verschillende uitkeringen vallen en daardoor
onder het bestaansminimum terechtkomen.
Het verschil is dus dat je bij een sociale verzekering geld afstaat wanneer je er voor
verzekerd bent, terwijl je bij een sociale voorziening geld toe krijgt.
- Je kunt het verschil uitleggen tussen werknemersverzekeringen en
volksverzekeringen
Werknemersverzekeringen zijn bestemd voor werknemers(mensen in loondienst). Tot de
kring van verzekerden voor de werknemersverzekeringen behoren:
- werknemers
- ambtenaren
- oud-werknemers die met (vervroegd) pensioen zijn
- werknemers met een uitkering vanwege ziekte, arbeidsongeschiktheid of
werkloosheid
- uitzendkrachten
- tijdelijke werknemers
- flexwerkers die oproepwerk doen op basis van een arbeidsovereenkomst
Volksverzekeringen zijn bestemd voor iedere ingezetene (iedereen die legaal in ons land
woont).
Het verschil is dus dat werknemersverzekeringen betrekking hebben op een deel van de
populatie van ons land, terwijl volksverzekeringen betrekking hebben op ons hele volk die
hier legaal verblijft.
- Je kunt de werknemersverzekeringen noemen
Er zijn drie werknemersverzekeringen:
- de Ziektewet (ZW): voor mensen die op het moment dat ze ziek worden niet in dienst
zijn bij een werkgever maar wel op zoek zijn naar werk. Bijvoorbeeld als ze
gebruikmaken van de WW of participatiewet.
- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en soms nog de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO): zorgt voor een inkomen als een
werknemer al langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is. De werkgever heeft de
, eerste twee jaar een loondoorbetalingsplicht voor de werknemer, of er is een
uitkering van de ziektewet. Als de werknemer daarna nog steeds arbeidsongeschikt
is, komt hij in aanmerking voor een uitkering van de WIA.
- Werkloosheidswet (WW): biedt een uitkering aan werknemers die tegen hun wil in
werkloos zijn. De hoogte en duur van deze uitkering zijn afhankelijk van het
arbeidsverleden van de werknemer en van zijn laatstverdiende loon.
- Je kunt de volksverzekeringen noemen
Er zijn vier volksverzekeringen:
- Algemene ouderdomswet (AOW): deze biedt iedere ingezetene vanaf een bepaalde
leeftijd een ouderdomspensioen
- Algemene nabestaandenwet (Anw): deze kent twee uitkeringen; een uitkering voor
nabestaanden en een uitkering voor wezen. De hoogte van de uitkering is afhankelijk
van het eigen inkomen van de nabestaande.
- Algemene kinderbijslagwet (AKW): biedt ouders en verzorgers van minderjarige
kinderen een tegemoetkoming in de kosten van de opvoeding
- Wet langdurige zorg (Wlz): verzekert ingezetenen tegen zeer hoge ziektekosten die
bij particuliere verzekeringen niet te verzekeren zijn, zoals de kosten van een
opname in een verpleeghuis of in een instelling voor gehandicapten.
- Je kunt minstens vijf sociale voorzieningen noemen
Sociale voorzieningen kun je zien als een vangnet. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat
mensen die geen inkomen of uitkering hebben toch een minimumbedrag krijgen om hen in
hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Het doel is om armoede zoveel mogelijk tegen te
gaan.
Voor sociale voorzieningen betaal je geen premie aangezien deze worden gefinancieerd
vanuit de algemene middelen van de overheid.
Vijf voorbeelden van sociale voorzieningen:
- Participatiewet: biedt iedere ingezetene die zelf niet in de noodzakelijke kosten van
het bestaan kan voorzien een uitkering op het niveau van het bestaansminimum
- Toeslagenwet (TW): is een aanvullende regeling voor degenen die met een WW,-
WIA, ZW of Wajong uitkering onder het sociale minimum zit. Deze wordt dan
aangevuld tot het sociaal minimum.
- Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong): bedoeld voor
jongeren die ziek of gehandicapt zijn voor hun 18e of tijdens hun studie ziek of
gehandicapt worden en daardoor niet in staat zijn om zelf betaald werk te doen.
- Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): zorgt voor ondersteuning vanuit de
gemeente bij een zelfredzaam leven en deelname aan de maatschappij.
Voorzieningen voor wonen en vervoer (zoals de aanpassing van een woning,
rolstoelvervoer, huishoudelijke hulp en begeleiding) vallen onder de Wmo.
- Zorgverzekering: een verplichte verzekering die zorgkosten dekt, zoals
ziekenhuisopnames of medische behandelingen
- Je kunt het verschil uitleggen tussen sociale verzekeringen en sociale
voorzieningen
Het stelsel van sociale zekerheid bestaat uit sociale verzekeringen en sociale voorzieningen.
Kenmerkend voor sociale verzekeringen is dat de verzekerden er premie voor betalen. Je
betaalt mee aan sociale verzekeringen als je een inkomen, een uitkering of een pensioen
hebt. Bij werknemers is dat automatisch.
Sociale voorzieningen geven inwoners een bestaansminimum (een bedrag dat iemand
minimaal nodig heeft om te kunnen overleven) als die geen inkomen hebben en ook geen
aanspraak (meer) kunnen maken op een uitkering. Ze vormen een belangrijke aanvulling op
het stelsel van sociale zekerheid omdat ze ervoor zorgen dat mensen worden opgevangen
als ze financieel gezien tussen de gaten van de verschillende uitkeringen vallen en daardoor
onder het bestaansminimum terechtkomen.
Het verschil is dus dat je bij een sociale verzekering geld afstaat wanneer je er voor
verzekerd bent, terwijl je bij een sociale voorziening geld toe krijgt.
- Je kunt het verschil uitleggen tussen werknemersverzekeringen en
volksverzekeringen
Werknemersverzekeringen zijn bestemd voor werknemers(mensen in loondienst). Tot de
kring van verzekerden voor de werknemersverzekeringen behoren:
- werknemers
- ambtenaren
- oud-werknemers die met (vervroegd) pensioen zijn
- werknemers met een uitkering vanwege ziekte, arbeidsongeschiktheid of
werkloosheid
- uitzendkrachten
- tijdelijke werknemers
- flexwerkers die oproepwerk doen op basis van een arbeidsovereenkomst
Volksverzekeringen zijn bestemd voor iedere ingezetene (iedereen die legaal in ons land
woont).
Het verschil is dus dat werknemersverzekeringen betrekking hebben op een deel van de
populatie van ons land, terwijl volksverzekeringen betrekking hebben op ons hele volk die
hier legaal verblijft.
- Je kunt de werknemersverzekeringen noemen
Er zijn drie werknemersverzekeringen:
- de Ziektewet (ZW): voor mensen die op het moment dat ze ziek worden niet in dienst
zijn bij een werkgever maar wel op zoek zijn naar werk. Bijvoorbeeld als ze
gebruikmaken van de WW of participatiewet.
- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en soms nog de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO): zorgt voor een inkomen als een
werknemer al langer dan twee jaar arbeidsongeschikt is. De werkgever heeft de
, eerste twee jaar een loondoorbetalingsplicht voor de werknemer, of er is een
uitkering van de ziektewet. Als de werknemer daarna nog steeds arbeidsongeschikt
is, komt hij in aanmerking voor een uitkering van de WIA.
- Werkloosheidswet (WW): biedt een uitkering aan werknemers die tegen hun wil in
werkloos zijn. De hoogte en duur van deze uitkering zijn afhankelijk van het
arbeidsverleden van de werknemer en van zijn laatstverdiende loon.
- Je kunt de volksverzekeringen noemen
Er zijn vier volksverzekeringen:
- Algemene ouderdomswet (AOW): deze biedt iedere ingezetene vanaf een bepaalde
leeftijd een ouderdomspensioen
- Algemene nabestaandenwet (Anw): deze kent twee uitkeringen; een uitkering voor
nabestaanden en een uitkering voor wezen. De hoogte van de uitkering is afhankelijk
van het eigen inkomen van de nabestaande.
- Algemene kinderbijslagwet (AKW): biedt ouders en verzorgers van minderjarige
kinderen een tegemoetkoming in de kosten van de opvoeding
- Wet langdurige zorg (Wlz): verzekert ingezetenen tegen zeer hoge ziektekosten die
bij particuliere verzekeringen niet te verzekeren zijn, zoals de kosten van een
opname in een verpleeghuis of in een instelling voor gehandicapten.
- Je kunt minstens vijf sociale voorzieningen noemen
Sociale voorzieningen kun je zien als een vangnet. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat
mensen die geen inkomen of uitkering hebben toch een minimumbedrag krijgen om hen in
hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Het doel is om armoede zoveel mogelijk tegen te
gaan.
Voor sociale voorzieningen betaal je geen premie aangezien deze worden gefinancieerd
vanuit de algemene middelen van de overheid.
Vijf voorbeelden van sociale voorzieningen:
- Participatiewet: biedt iedere ingezetene die zelf niet in de noodzakelijke kosten van
het bestaan kan voorzien een uitkering op het niveau van het bestaansminimum
- Toeslagenwet (TW): is een aanvullende regeling voor degenen die met een WW,-
WIA, ZW of Wajong uitkering onder het sociale minimum zit. Deze wordt dan
aangevuld tot het sociaal minimum.
- Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong): bedoeld voor
jongeren die ziek of gehandicapt zijn voor hun 18e of tijdens hun studie ziek of
gehandicapt worden en daardoor niet in staat zijn om zelf betaald werk te doen.
- Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): zorgt voor ondersteuning vanuit de
gemeente bij een zelfredzaam leven en deelname aan de maatschappij.
Voorzieningen voor wonen en vervoer (zoals de aanpassing van een woning,
rolstoelvervoer, huishoudelijke hulp en begeleiding) vallen onder de Wmo.
- Zorgverzekering: een verplichte verzekering die zorgkosten dekt, zoals
ziekenhuisopnames of medische behandelingen