Vermogensrecht
,ALGEMEEN
Verbintenissenrecht: je maakt afspraken, er ontstaat een verbintenis op basis
waarvan je recht hebt op ‘iets’.
Goederenrecht: je gaat dat recht op iets omzetten naar de situatie dat het ook
uitgevoerd wordt en dat je recht op ‘iets’ tegenover anderen kunt handhaven. Hoe
krijg je eigendom?
VERBINTENISSENRECHT
Algemene begrippen
Vermogensrecht: alles wat op geld waardeerbaar is
Rechtsrelatie: een juridische relatie tussen partijen
Rechtshandelingen
Een rechtshandeling (art 3:33 BW): een rechtshandeling is een handeling met een
beoogd rechtsgevolg.
Hiervoor heb je een wil en verklaring nodig, een andere vorm van verklaring
kan, het is namelijk vormvrij (tenzij de wet anders bepaalt, art 3:37 BW)
Het kan zo zijn dat de wil ontbreekt/ niet overeenkomt (discrepantie wil en verklaring),
bijvoorbeeld bij de volgende gevallen:
1. Misverstand (art 3:33 BW)
2. Verschrijving
3. Verspreking
4. Geestelijke stoornis (art 3:34 BW)
Je hebt hier een blijvende of een tijdelijke.
Het rechtsgevolg bij 1 van de eerste 3 is nietigheid, bij 4 is er sprake van
de overeenkomst kunnen vernietigen (vernietigbaarheid)
Als de wil en verklaring niet overeenkomen maar de tegenpartij hier niks van merkte, kan hij
zich beroepen op het vertrouwensbeginsel (art 3:35), hiervoor zijn de volgende eisen:
1. Er is een verklaring gedaan
2. Betekenis is gegeven aan die verklaring (erop vertrouwd en het uitvoeren)
3. Is het gerechtvaardigd om op de verklaring te vertrouwen?
4. Alleen te gebruiken bij art.3:33 en 3:34 BW
Het rechtsgevolg is dat het een nietige rechtshandeling is
Je kan je nooit beroepen op het vertrouwensbeginsel bij dwaling
Verbintenissen
Rechtsbetrekking tussen 2 of meer personen krachtens welke de een tot iets gerechtigd is en
waarbij rechten en plichten ontstaan. Een verbintenis zorgt ervoor dat je deze kan opeisen
bij de rechter (art 3:296 BW). Je hebt verschillende bronnen van verbintenissen:
1. Overeenkomst: verbintenis tot levering, koopovereenkomst, verbintenis tot betaling
2. Onrechtmatige daad: verbintenis tot vergoeding van schade
3. Wet: de wet regelt een verbintenis
4. Andere bronnen
, Overeenkomst
Overeenkomst (art 6:213 BW): een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen
richting een andere partij een verbintenis aangaat.
Voor een overeenkomst heb je een aanbod en een aanvaarding ervan nodig
(art 6:217 BW en art 3:33 BW (rechtshandeling)) Let op: ontvang theorie, art
3:37 BW)
Aanbod: wilsverklaring (wil+ verklaring), soms is er geen aanbod maar een
uitnodiging tot onderhandelen (bijvoorbeeld: woninggids: foto’s van huizen,
hiermee nodig je mensen uit om een woning te kopen)
Tijdstip: wanneer een overeenkomst tot stand komt. Een verklaring werkt
pas in zodra de wederpartij deze heeft ontvangen (bijvoorbeeld, je stuurt via
een brief een aanvaarding van een aanbod op 12 mei, maar deze wordt op
14 mei ontvangen. De overeenkomst komt dan 14 mei tot stand). Dit heet de
ontvangsttheorie (art 3:37 BW)
Soms kan je een aanbod herroepen (art 6:219 BW), dit kan NIET in de
volgende gevallen:
1. Als er een termijn in het aanbod is genoemd
2. Aanbod is al aanvaard (tenzij vrijblijvend aanbod)
3. De verklaring van de aanvaarding is al verzonden (tenzij vrijblijvend
aanbod)
Factoren die de inhoud van een overeenkomst beïnvloeden (art 6:248 BW):
Partijafspraak (wat partijen afspreken)
Wet (wat de wet bepaalt bij specifieke gevallen)
Gewoonte (wat in een bepaalde sector als ‘gewoon’ wordt gezien)
Redelijkheid en billijkheid
Deze kunnen een aanvullende werking hebben (voegen iets toe wat niet in je
overeenkomst staat)
Of derogerende werking (/beperkende werking: kunnen bepalingen in je
overeenkomst buiten werking stellen. Alleen de rechter kan dit, bedoeling
van partijen bv)
Nietigheid en vernietigbaarheid
Nietigheid: rechtshandeling van rechtswege ongeldig. Heeft nooit bestaan (gaat van
rechtswege)
Vernietigbaarheid: rechtshandeling is wel geldig maar kan worden aangetast, is met
terugwerkende kracht (niet van rechtswege, moet je beroep op doen)
Iedereen is bekwaam, tenzij de wet anders zegt:
Minderjarigen (art 1:234 BW)
Onder curatele (art 1:378 lid 1 BW j.o. art 1:381 lid 2 BW)
Geestelijk gestoorde (art 3:34 BW) hierbij is er een discrepantie in de wil en
verklaring
Zodra iemand handelingsonbekwaam is, gaat de wet ervan uit dat
er discrepantie tussen de wil en verklaring is. Dan is de
overeenkomst vernietigbaar of nietig (art 3:32 lid 2 BW)
Als een overeenkomst vernietigbaar of nietig is, kan de
wederpartij geen beroep doen op art 3:35 BW
Bij een aantal gevallen is er sprake van wilsgebreken
Bedreiging (art 3:44 lid 1 j.o. lid 2 BW): een ander bewegen een rechtshandeling uit
te voeren
Dwaling (art 6:228 BW): onjuiste voorstelling van zaken, niet opzettelijk
,ALGEMEEN
Verbintenissenrecht: je maakt afspraken, er ontstaat een verbintenis op basis
waarvan je recht hebt op ‘iets’.
Goederenrecht: je gaat dat recht op iets omzetten naar de situatie dat het ook
uitgevoerd wordt en dat je recht op ‘iets’ tegenover anderen kunt handhaven. Hoe
krijg je eigendom?
VERBINTENISSENRECHT
Algemene begrippen
Vermogensrecht: alles wat op geld waardeerbaar is
Rechtsrelatie: een juridische relatie tussen partijen
Rechtshandelingen
Een rechtshandeling (art 3:33 BW): een rechtshandeling is een handeling met een
beoogd rechtsgevolg.
Hiervoor heb je een wil en verklaring nodig, een andere vorm van verklaring
kan, het is namelijk vormvrij (tenzij de wet anders bepaalt, art 3:37 BW)
Het kan zo zijn dat de wil ontbreekt/ niet overeenkomt (discrepantie wil en verklaring),
bijvoorbeeld bij de volgende gevallen:
1. Misverstand (art 3:33 BW)
2. Verschrijving
3. Verspreking
4. Geestelijke stoornis (art 3:34 BW)
Je hebt hier een blijvende of een tijdelijke.
Het rechtsgevolg bij 1 van de eerste 3 is nietigheid, bij 4 is er sprake van
de overeenkomst kunnen vernietigen (vernietigbaarheid)
Als de wil en verklaring niet overeenkomen maar de tegenpartij hier niks van merkte, kan hij
zich beroepen op het vertrouwensbeginsel (art 3:35), hiervoor zijn de volgende eisen:
1. Er is een verklaring gedaan
2. Betekenis is gegeven aan die verklaring (erop vertrouwd en het uitvoeren)
3. Is het gerechtvaardigd om op de verklaring te vertrouwen?
4. Alleen te gebruiken bij art.3:33 en 3:34 BW
Het rechtsgevolg is dat het een nietige rechtshandeling is
Je kan je nooit beroepen op het vertrouwensbeginsel bij dwaling
Verbintenissen
Rechtsbetrekking tussen 2 of meer personen krachtens welke de een tot iets gerechtigd is en
waarbij rechten en plichten ontstaan. Een verbintenis zorgt ervoor dat je deze kan opeisen
bij de rechter (art 3:296 BW). Je hebt verschillende bronnen van verbintenissen:
1. Overeenkomst: verbintenis tot levering, koopovereenkomst, verbintenis tot betaling
2. Onrechtmatige daad: verbintenis tot vergoeding van schade
3. Wet: de wet regelt een verbintenis
4. Andere bronnen
, Overeenkomst
Overeenkomst (art 6:213 BW): een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen
richting een andere partij een verbintenis aangaat.
Voor een overeenkomst heb je een aanbod en een aanvaarding ervan nodig
(art 6:217 BW en art 3:33 BW (rechtshandeling)) Let op: ontvang theorie, art
3:37 BW)
Aanbod: wilsverklaring (wil+ verklaring), soms is er geen aanbod maar een
uitnodiging tot onderhandelen (bijvoorbeeld: woninggids: foto’s van huizen,
hiermee nodig je mensen uit om een woning te kopen)
Tijdstip: wanneer een overeenkomst tot stand komt. Een verklaring werkt
pas in zodra de wederpartij deze heeft ontvangen (bijvoorbeeld, je stuurt via
een brief een aanvaarding van een aanbod op 12 mei, maar deze wordt op
14 mei ontvangen. De overeenkomst komt dan 14 mei tot stand). Dit heet de
ontvangsttheorie (art 3:37 BW)
Soms kan je een aanbod herroepen (art 6:219 BW), dit kan NIET in de
volgende gevallen:
1. Als er een termijn in het aanbod is genoemd
2. Aanbod is al aanvaard (tenzij vrijblijvend aanbod)
3. De verklaring van de aanvaarding is al verzonden (tenzij vrijblijvend
aanbod)
Factoren die de inhoud van een overeenkomst beïnvloeden (art 6:248 BW):
Partijafspraak (wat partijen afspreken)
Wet (wat de wet bepaalt bij specifieke gevallen)
Gewoonte (wat in een bepaalde sector als ‘gewoon’ wordt gezien)
Redelijkheid en billijkheid
Deze kunnen een aanvullende werking hebben (voegen iets toe wat niet in je
overeenkomst staat)
Of derogerende werking (/beperkende werking: kunnen bepalingen in je
overeenkomst buiten werking stellen. Alleen de rechter kan dit, bedoeling
van partijen bv)
Nietigheid en vernietigbaarheid
Nietigheid: rechtshandeling van rechtswege ongeldig. Heeft nooit bestaan (gaat van
rechtswege)
Vernietigbaarheid: rechtshandeling is wel geldig maar kan worden aangetast, is met
terugwerkende kracht (niet van rechtswege, moet je beroep op doen)
Iedereen is bekwaam, tenzij de wet anders zegt:
Minderjarigen (art 1:234 BW)
Onder curatele (art 1:378 lid 1 BW j.o. art 1:381 lid 2 BW)
Geestelijk gestoorde (art 3:34 BW) hierbij is er een discrepantie in de wil en
verklaring
Zodra iemand handelingsonbekwaam is, gaat de wet ervan uit dat
er discrepantie tussen de wil en verklaring is. Dan is de
overeenkomst vernietigbaar of nietig (art 3:32 lid 2 BW)
Als een overeenkomst vernietigbaar of nietig is, kan de
wederpartij geen beroep doen op art 3:35 BW
Bij een aantal gevallen is er sprake van wilsgebreken
Bedreiging (art 3:44 lid 1 j.o. lid 2 BW): een ander bewegen een rechtshandeling uit
te voeren
Dwaling (art 6:228 BW): onjuiste voorstelling van zaken, niet opzettelijk