Handboek Dysfagie De Bodt. Et al
Tracheacanules:
Bij een tracheotomie wordt een incisie gemaakt in de trachea door de huid en de spieren
van de hals. Hierin wordt een tracheacanule geplaatst om de gecreëerde opening te
behouden. Het doel van deze ingreep is:
Kunstmatige ventilatie en toediening van zuurstof toelaten
Een luchtweg behouden die anders dicht zou klappen
Luchtwegobstructie vermijden (door bijvoorbeeld oedeem, na orale, faryngeale of
laryngeale chirurgie).
Toegang bieden tot de luchtweg en de longen voor bronchiaal toilet
Aspireren van sputa, speeksel of voedsel mogelijk maken
De tracheotomie wordt uitgevoerd onder het niveau van de ware stemplooien tussen de
tweede en derde tracheale ring of tussen de derde en vierde tracheale ring. Eens de canule
geplaatst is, komt de ingeademde lucht rechtstreeks in de luchtpijp terecht in plaats van de
normale weg te volgen langs neus/mond, keel en larynx. Een tracheotomie met
tracheacanule is in principe tijdelijk in tegenstelling tot een tracheostoma dat permanent is.
Een tracheacanule, van plastic of metaal bestaat uit verschillende onderdelen:
, De canule is meestal opgebouwd uit een buitencanule en een binnencanule. Slechts een
klein gedeelte (ongeveer 1 centimeter) ervan is zichtbaar. De canule wordt meestal op zijn
plaats gehouden door een halsplaatje wat vastgemaakt is met een nekband. De buitencanule
blijft in principe steeds ter plaatse en mag slechts kort verwijderd worden zonder dat de
tracheotomie zich sluit (door acute zwelling of wondgenezing). De binnencanule past in de
buitencanule en klikt erin vast. De binnencanule wordt regelmatig verwijderd om deze te
reinigen en kan in geval van ademnood (bijvoorbeeld door verstopping) snel verwijderd
worden. Alleen getraind medisch personeel mag dit doen! De grootte van de canule wordt
weergegeven aan de hand van de diameter (4, 6, 8 millimeter is het meest voorkomend,
alleen bij baby’s zijn kleinere formaten), en deze staan vermeld op het halsplaatje. De
diameter van de binnencanule is altijd kleiner dan de diameter van de buiten canule.
Een canule kan gefenestreerd zijn, wat wil zeggen dat er ter hoogte van het intratracheale
canuledeel een ‘venster’ is (1 grote opening of meerdere kleine), waarlangs lucht naar de
bovenste luchtwegen en meer bepaald naar de stemplooien kan. Fonatie (via afstoppen van
canule met een vinger of dopje) is mogelijk op 2 manieren:
1. Door voldoende luchtstroom naar de stemplooien mogelijk te maken tussen
buitencanule en tracheawand (kleinere canule).
2. Door luchtstroom naar de stemplooien doorheen de gefenestreerde canule
Gewone tracheacanule (bevestigd d.m.v. een nekband):
Het door luchtstroom naar de stemplooien door middel van een gefenestreerde canule kan
alleen bij een gefenestreerde buiten- en binnencanule. Deze combinatie mag niet bij
patiënten met een verhoogd aspiratierisico, omdat voedsel, drank en speeksel dan via de
openingen in de trachea kunnen komen. Bij deze patiënten wordt een niet-gefenestreerde
binnencanule gebruikt in combinatie met een niet-gefenestreerde buitencanule. De cuff is
een ballonnetje dat rondom het lagere gedeelte van de buitencanule zit. Een opgeblazen
Tracheacanules:
Bij een tracheotomie wordt een incisie gemaakt in de trachea door de huid en de spieren
van de hals. Hierin wordt een tracheacanule geplaatst om de gecreëerde opening te
behouden. Het doel van deze ingreep is:
Kunstmatige ventilatie en toediening van zuurstof toelaten
Een luchtweg behouden die anders dicht zou klappen
Luchtwegobstructie vermijden (door bijvoorbeeld oedeem, na orale, faryngeale of
laryngeale chirurgie).
Toegang bieden tot de luchtweg en de longen voor bronchiaal toilet
Aspireren van sputa, speeksel of voedsel mogelijk maken
De tracheotomie wordt uitgevoerd onder het niveau van de ware stemplooien tussen de
tweede en derde tracheale ring of tussen de derde en vierde tracheale ring. Eens de canule
geplaatst is, komt de ingeademde lucht rechtstreeks in de luchtpijp terecht in plaats van de
normale weg te volgen langs neus/mond, keel en larynx. Een tracheotomie met
tracheacanule is in principe tijdelijk in tegenstelling tot een tracheostoma dat permanent is.
Een tracheacanule, van plastic of metaal bestaat uit verschillende onderdelen:
, De canule is meestal opgebouwd uit een buitencanule en een binnencanule. Slechts een
klein gedeelte (ongeveer 1 centimeter) ervan is zichtbaar. De canule wordt meestal op zijn
plaats gehouden door een halsplaatje wat vastgemaakt is met een nekband. De buitencanule
blijft in principe steeds ter plaatse en mag slechts kort verwijderd worden zonder dat de
tracheotomie zich sluit (door acute zwelling of wondgenezing). De binnencanule past in de
buitencanule en klikt erin vast. De binnencanule wordt regelmatig verwijderd om deze te
reinigen en kan in geval van ademnood (bijvoorbeeld door verstopping) snel verwijderd
worden. Alleen getraind medisch personeel mag dit doen! De grootte van de canule wordt
weergegeven aan de hand van de diameter (4, 6, 8 millimeter is het meest voorkomend,
alleen bij baby’s zijn kleinere formaten), en deze staan vermeld op het halsplaatje. De
diameter van de binnencanule is altijd kleiner dan de diameter van de buiten canule.
Een canule kan gefenestreerd zijn, wat wil zeggen dat er ter hoogte van het intratracheale
canuledeel een ‘venster’ is (1 grote opening of meerdere kleine), waarlangs lucht naar de
bovenste luchtwegen en meer bepaald naar de stemplooien kan. Fonatie (via afstoppen van
canule met een vinger of dopje) is mogelijk op 2 manieren:
1. Door voldoende luchtstroom naar de stemplooien mogelijk te maken tussen
buitencanule en tracheawand (kleinere canule).
2. Door luchtstroom naar de stemplooien doorheen de gefenestreerde canule
Gewone tracheacanule (bevestigd d.m.v. een nekband):
Het door luchtstroom naar de stemplooien door middel van een gefenestreerde canule kan
alleen bij een gefenestreerde buiten- en binnencanule. Deze combinatie mag niet bij
patiënten met een verhoogd aspiratierisico, omdat voedsel, drank en speeksel dan via de
openingen in de trachea kunnen komen. Bij deze patiënten wordt een niet-gefenestreerde
binnencanule gebruikt in combinatie met een niet-gefenestreerde buitencanule. De cuff is
een ballonnetje dat rondom het lagere gedeelte van de buitencanule zit. Een opgeblazen