DragonDaan
Hoofdstuk 11: motivatie- en notendopchecks
11.1: Motivatiecheck
Kinderen moeten instemmen met traumaverwerking voordat ze eraan kunnen beginnen. Er
wordt expliciet gevraagd aan het kind of hij over zijn nare herinneringen wil praten dit gebeurt
vaak in het bijzijn van de hechtingsfiguur. Het kind moet kunnen uitleggen waarom hij de
traumaverwerking wil doen en wat hem dat kan opleveren. Wanneer een kind dit niet kan,
heeft het vaak nog slapende honden en moeten de gebeurtenissen opnieuw geanalyseerd
worden. Sommige kinderen willen hun geschiedenis herschrijven. Dit is echter niet mogelijk. Bij
het herschrijven van de geschiedenis wordt de trauma niet verwerkt en blijft de
verantwoordelijkheid bij het kind liggen.
11.2: notendopcheck
Voordat er gestart wordt met de traumaverwerking, wordt er aan het kind gevraagd om alle
nare gebeurtenissen op te schrijven, om zo een overzicht te maken van wat er gebeurd is.
Chronisch getraumatiseerde kinderen hebben vaak veel gebeurtenissen, een ‘mijnen veld’.
Dit kan niet in een keer verwerkt worden en er zal per ‘groepje’ gebeurtenissen de verwerking
ingezet worden, terwijl de andere herinneringen in de kluis zitten. De traumaverwerking wordt
enkel toegepast door geschoolde professionals. Bij in inventariseren van de nare
gebeurtenissen, hoeft het kind niet alles toe te lichten er kan in een kort, in een notendop,
worden aangegeven waar de herinnering over gaat. Met de notendopcheck wordt er
gecontroleerd of het kind de nare gebeurtenissen kan noemen, zonder buiten zijn window of
tolerance te gaan. Als dit lukt is het kind ‘stabiel genoeg’ en klaar voor traumaverwerking.
De therapeut tekent een levenslijn en zet hierop alle belangrijke gebeurtenissen, waarna het
kind de traumatiserende gebeurtenissen toevoegt. Sommige kinderen hebben veel plaatjes
bij bepaalde gebeurtenissen. De gebeurtenissen kunnen per onderwerp of per persoon
worden geclusterd, zoals ‘ruzies papa en mama’ of ‘seksueel misbruik’.
Sommige kinderen hebben ook herinneringen waar zij (nog) niet over willen vertellen. Het is
belangrijk dat de therapeut vraagt of deze herinneringen er zijn. Het kind hoeft dan niet te
vertellen waar de herinnering over gaat, maar de therapeut weet dan dat er nog ‘mijnen’
aanwezig zijn. Vaak komen deze herinneringen tijdens de trauma therapie ter sprake.
Sommige kinderen weten ook niet precies meer hoe iets is gegaan. Het gaat echter niet om
de feiten, maar om de herinneringen over de gebeurtenis. Als alle gebeurtenissen zijn
opgeschreven wordt er een rangorde gemaakt, waarbij 0 betekend dat het niet naar is en 10
het aller naarst.
Wanneer alle herinneringen zijn gerangschikt kan er gestart worden met de traumaverwerking.
Er wordt gestart met één herinnering, terwijl de andere herinneringen in de kluis zitten. Aan het
eind van iedere sessie worden alle herinneringen weer in de kluis opgeborgen.
Wanneer kinderen geslaagd zijn voor de notendopcheck lijkt het alsof het kind klaar is om aan
zijn herinneringen te werken. De kritische blik van de professional blijft belangrijk! Wanneer een
kind zonder spanning of stress zijn nare gebeurtenissen kan opnoemen, kan het kind mogelijk
partieel dissociëren. Als een kind niet slaagt voor een notendopcheck, kunnen er nog
slapende honden zijn, mogelijk zijn er nog barrières of onopgemerkte mijnen. Het kan ook zijn
dat een kind wel over zijn herinneringen kan praten, maar buiten zijn window of tolerance
schiet. Er kan dan worden geoefend met het vergroten van de controle van het kind. Dit kan
bijvoorbeeld met de interventie ‘afstandsbediening’, waarmee het kind oefent om zowel fijne
als enge (niet traumatische) herinneringen terug te halen, vooruit te spoelen, het geluid harder
of zachter te zetten en van een afstand te bekijken. Het kind leert zo dat het zelf effect kan uit
oefenen op hoe intens de herinnering binnendringt.
Pagina 1 van 3
Hoofdstuk 11: motivatie- en notendopchecks
11.1: Motivatiecheck
Kinderen moeten instemmen met traumaverwerking voordat ze eraan kunnen beginnen. Er
wordt expliciet gevraagd aan het kind of hij over zijn nare herinneringen wil praten dit gebeurt
vaak in het bijzijn van de hechtingsfiguur. Het kind moet kunnen uitleggen waarom hij de
traumaverwerking wil doen en wat hem dat kan opleveren. Wanneer een kind dit niet kan,
heeft het vaak nog slapende honden en moeten de gebeurtenissen opnieuw geanalyseerd
worden. Sommige kinderen willen hun geschiedenis herschrijven. Dit is echter niet mogelijk. Bij
het herschrijven van de geschiedenis wordt de trauma niet verwerkt en blijft de
verantwoordelijkheid bij het kind liggen.
11.2: notendopcheck
Voordat er gestart wordt met de traumaverwerking, wordt er aan het kind gevraagd om alle
nare gebeurtenissen op te schrijven, om zo een overzicht te maken van wat er gebeurd is.
Chronisch getraumatiseerde kinderen hebben vaak veel gebeurtenissen, een ‘mijnen veld’.
Dit kan niet in een keer verwerkt worden en er zal per ‘groepje’ gebeurtenissen de verwerking
ingezet worden, terwijl de andere herinneringen in de kluis zitten. De traumaverwerking wordt
enkel toegepast door geschoolde professionals. Bij in inventariseren van de nare
gebeurtenissen, hoeft het kind niet alles toe te lichten er kan in een kort, in een notendop,
worden aangegeven waar de herinnering over gaat. Met de notendopcheck wordt er
gecontroleerd of het kind de nare gebeurtenissen kan noemen, zonder buiten zijn window of
tolerance te gaan. Als dit lukt is het kind ‘stabiel genoeg’ en klaar voor traumaverwerking.
De therapeut tekent een levenslijn en zet hierop alle belangrijke gebeurtenissen, waarna het
kind de traumatiserende gebeurtenissen toevoegt. Sommige kinderen hebben veel plaatjes
bij bepaalde gebeurtenissen. De gebeurtenissen kunnen per onderwerp of per persoon
worden geclusterd, zoals ‘ruzies papa en mama’ of ‘seksueel misbruik’.
Sommige kinderen hebben ook herinneringen waar zij (nog) niet over willen vertellen. Het is
belangrijk dat de therapeut vraagt of deze herinneringen er zijn. Het kind hoeft dan niet te
vertellen waar de herinnering over gaat, maar de therapeut weet dan dat er nog ‘mijnen’
aanwezig zijn. Vaak komen deze herinneringen tijdens de trauma therapie ter sprake.
Sommige kinderen weten ook niet precies meer hoe iets is gegaan. Het gaat echter niet om
de feiten, maar om de herinneringen over de gebeurtenis. Als alle gebeurtenissen zijn
opgeschreven wordt er een rangorde gemaakt, waarbij 0 betekend dat het niet naar is en 10
het aller naarst.
Wanneer alle herinneringen zijn gerangschikt kan er gestart worden met de traumaverwerking.
Er wordt gestart met één herinnering, terwijl de andere herinneringen in de kluis zitten. Aan het
eind van iedere sessie worden alle herinneringen weer in de kluis opgeborgen.
Wanneer kinderen geslaagd zijn voor de notendopcheck lijkt het alsof het kind klaar is om aan
zijn herinneringen te werken. De kritische blik van de professional blijft belangrijk! Wanneer een
kind zonder spanning of stress zijn nare gebeurtenissen kan opnoemen, kan het kind mogelijk
partieel dissociëren. Als een kind niet slaagt voor een notendopcheck, kunnen er nog
slapende honden zijn, mogelijk zijn er nog barrières of onopgemerkte mijnen. Het kan ook zijn
dat een kind wel over zijn herinneringen kan praten, maar buiten zijn window of tolerance
schiet. Er kan dan worden geoefend met het vergroten van de controle van het kind. Dit kan
bijvoorbeeld met de interventie ‘afstandsbediening’, waarmee het kind oefent om zowel fijne
als enge (niet traumatische) herinneringen terug te halen, vooruit te spoelen, het geluid harder
of zachter te zetten en van een afstand te bekijken. Het kind leert zo dat het zelf effect kan uit
oefenen op hoe intens de herinnering binnendringt.
Pagina 1 van 3