Waarom is dit belangrijk in het verpleegkundig werkveld?
Preventie van gezondheidsproblemen.
Bevorderen van leefstijlveranderingen.
Ondersteunen bij het verminderen of stoppen van middelengebruik.
Stimuleren van het naleven van (para) medische behandelingen.
De samenwerking met de patiënt bevorderen.
Combineren met shared decision making.
Gedragsverandering is niet vanzelfsprekend een doorlopend proces:
Stadia van gedragsverandering:
1. Voorbeschouwing.
2. Overpeinzing en ambivalentie.
3. Voorbereiding/beslissing.
4. Actie (zichtbaar voor de omgeving).
5. Gedragsbehoud/stabilisatie.
6. Terugval (in vroeger gedragspatroon).
Motiverende gespreksvoering is een gespreksinterventie. Een
gesprekstechniek.
In een gesprek tussen twee personen (een verpleegkundige en een
zorgvrager) versterkt de verpleegkundige de persoonlijke (intrinsieke)
motivatie van de zorgvrager om zijn gedrag te veranderen.
Doel motiverende gespreksvoering:
Zorgvragers helpen bij het maken van een zorgvuldige keuze bij
behandelingsadviezen.
Wanneer pas je motiverende gespreksvoering toe?
Bij zorgvragers die moeite hebben om hun gedrag te wijzigen.
Processen binnen motiverende gespreksvoering
Engageren.
Focussen.
Ontlokken.
Plannen.
(Bron: Miller en Rollnick, 2014).
Engageren
Wat is dit?
Engageren is het proces van het opbouwen van een samenwerkingsrelatie
en een vertrouwensband tussen de verpleegkundige en de zorgvrager (De
Jonge en Dobber 2022).
Gelijkwaardigheid in de relatie en zonder oordeel luisteren door de
verpleegkundige zijn belangrijke kenmerken van dit proces.
De hand geven als eerste connectie.
In deze fase heeft het geen zin om mensen te confronteren.
Focussen
Wat is dit?
De focus van Mgv wordt soms bepaald door de context.
Leefstijlpolikliniek in een ziekenhuis over leefstijl gesproken.
, Verslavingszorg over een vorm van verslaving.
(Hart)revalidatieafdeling over herstel en gezonde leefstijl.
De context helpt dan om overeenstemming te bereiken over het gedrag
dat aan de orde is.
Ontlokken
Dit proces, evoceren, oftewel ontlokken van de eigen gedachten en gevoelens
over gedragsverandering.
Weerstand
Interventies om aan te sluiten bij weerstand:
Reflecties toepassen.
Autonomie benadrukken.
Herkaderen. Kijken naar wat we willen en welke kant we op willen.
(Miller & Rollnick, 2014).
Reparatiereflex
Mensen willen dingen herstellen:
Deze vragen kunnen een negatief effect hebben:
Waarom wil je niet veranderen?
Hoe komt het dat je denkt dat jij geen risico loopt?
Hoe kun je nu zeggen dat je geen probleem hebt?
Waarom ga je niet gewoon…
Waarom kun je niet…
Plannen
Afspraken maken hoe we het doel gaan bereiken. SMART-doelen, korte
momenten.
Hoe kun je verandertaal ontlokken?
Verandertaal > ‘WoeKeReN’ (wensen (wat wil iemand graag zelf?), kunnen
(wat zou je nodig hebben om wel te kunnen veranderen of heb je het in het
verleden al geprobeerd?), redenen, noodzaak (waarom zou het belangrijk
zijn om te stoppen met roken en wat gaat het je opleveren?).
ORBS-vaardigheden
De kernvaardigheden bij MGV:
Open vragen stellen.
Reflecteren.
Bevestigen.
Samenvatten.
Verandertaal ontlokken aan de hand van vier vaardigheden.
Ambivalentie
Ambivalentie (tegenstrijdigheden) > cognitieve dissonantie (twee
tegenstrijdige gedachten “Ik wil afvallen maar ik geniet zo van chips”) >
discrepantie > behoudtaal (iemand wil niet veranderen) > verandertaal.
Ouder worden
Biologisch: