Reflectiecyclus van Korthagen: handelen/ervaring (Wat wilde ik bereiken?
Waar wilde ik op letten? Wat wilde ik uitproberen?), terugblikken (Wat
gebeurde er concreet? Wat wilde ik? Wat deed ik? Wat dacht ik? Wat voelde
ik?), bewustwording van essentiële aspecten (Hoe hangen de antwoorden op
de vorige vragen met elkaar samen? Wat is daarbij de invloed van de
context/de school als geheel? Wat betekent dit nu voor mij? Wat is dus het
probleem (of de positieve ontdekking?)), alternatieven ontwikkelen (Welke
alternatieven zie ik? Welke voor- en nadelen hebben die? Wat neem ik mij nu
voor de volgende keer voor?) en daaruit kiezen en uitproberen = handelen
(Wat wilde ik bereiken? Waar wilde ik op letten? Wat wilde ik uitproberen?).
STARR/STARRT: situatie (Wat was de situatie? Wanneer speelde de situatie zich
af? Wat speelde er? Wie waren erbij betrokken?), actie (Hoe heb je het
aangepakt en waarom? Hoe pakte je het aan? Waarom heb je het zo
aangepakt? Onderbouw dit antwoord met theoretische concepten die je
opleiding heeft aangereikt of die je zelf hebt opgezocht.), resultaat (Heeft het
gewerkt en waarom? Heeft het gewerkt? Waarom wel/waarom niet?), reflectie
(Wat heb je ervan geleerd? Hoe vond je dat je hebt gedaan? Was je tevreden
met de resultaten? Wat is de essentie van wat je geleerd hebt? Wat zou je de
volgende keer eventueel anders of beter doen? Kun je wat je hebt geleerd ook
toepassen in andere situaties?), taak (Wat was je taak? Wat was je rol? Wat
wilde je bereiken? Wat werd er van je verwacht/wat verwachtte je van jezelf in
deze situatie?). Toepassing (Hoe ga je het geleerde toepassen?).
Reflectieverslag moduletoets
STARR:
Situatie:
Wat was de situatie? Het maken van een moduletoets in de sporthal.
Wanneer speelde de situatie zich af? 1 oktober 2024 om 14:45.
Wat speelde er? Er werd een tentamen afgenomen.
Wie waren erbij betrokken? Surveillanten, docenten en studenten.
Actie:
Hoe heb je het aangepakt en waarom? Ik heb per vraag eerst de vraag
gelezen en daarna mijn antwoord gegeven. Toen ik klaar was heb ik het
nog een tweede keer doorgelezen en daarna het ingeleverd. Ik vind het
fijn om het op volgorde te doen en voor mijn eigen rust het nog een
keer te checken.
Hoe pakte je het aan? De vragen op volgorde van het tentamen zelf en
daarna ze nog een keer nalezen.
Waarom heb je het zo aangepakt? Omdat ik het fijn vind om gewoon de
volgorde aan te houden en niet van vraag naar vraag te hoppen van
links naar rechts en terug.
Onderbouw dit antwoord met theoretische concepten die je opleiding
heeft aangereikt of die je zelf hebt opgezocht. Ik heb geen theoretische
concepten gebruikt voor de moduletoets.
Resultaat:
Wat heb je ervan geleerd? Dat ik af en toe iets langer de tijd moet
nemen om de vraag te lezen.
Hoe vond je dat je hebt gedaan? Goed.
Was je tevreden met de resultaten? Ja.