1. Inleiding van ondernemingsrecht
Wetboek van koophandel is het oudste wetboek.
Daaruit vloeien voort boek 2 en 7 en 7A van het burgerlijk wetboek wat we veel gaan gebruiken.
Dit is facilitair (voorwaarden voor ondernemen) en regulatief (je moeten houden aan regels)
Onderneming is een bedrijf (of groep bedrijven)
Voorwaarden voor onderneming:
Fiscaal gezien, iemand die zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent
Goederen of diensten aanbieden met een reëele vergoeding en met oogmerk materieel voordeel te
behalen (winst maken en voorzien in levensonderhoud)
Wet: Burgerlijk wetboek (2 en 7A), handelsregisterwet, wetboek van koophandel, wet op de
ondernemingsraden.
Jurisprudentie: ondernemingskamer van het gerechtshof schrijft voorschriften voor.
Overeenkomsten en statuten: eigen invulling voor je onderneming
Rechtsvorm is het kader waarbinnen je je onderneming uitvoert. Hoofdstuk 2 gaat over de
eenmanszaak. Hoofdstuk 3 over de personen vennootschap. Hoofdstuk 4 en 5 over de
rechtspersonen.
, Belangrijk per rechtsvorm: oprichting, inrichting, vertegenwoordiging en aansprakelijkheid
Oprichting (hoe rechtsvorm oprichten): mondeling of schriftelijk, alleen of met meerdere,
overeenkomst of notariële akte?
Inrichting (wie de deelnemers zijn): eigenaar/aandeelhouders, vennoten, geldschieters, bestuurders,
toezichthouders?
Vertegenwoordiging (wie mag wanneer voor de onderneming handelen) bv inkoper tot bepaald
bedrag
Aansprakelijkheid (wanneer is iemand van de onderneming aansprakelijk) intern of extern
Handelsregister verplicht voor alle ondernemingen (algemene bedrijfsgegevens, rechtsvorm,
tekenbevoegdheden en directieleden)
Als derde ben je beschermd tegen onjuistheid van gedeponeerde zaken (artikel 25
Handelsregisterwet)
Bezitten van rechtspersoonlijkheid:
Artikel 17 lid 1 wetboek van koophandel
Bij burgerlijk wetboek:
Artikel 2:3 BW