Hoofdstuk 1; voorschriften en voorzieningen
1.1; verplichtingen die de Arbowet oplegt aan werkgevers en werknemers
Arbowet arbeidsomstandighedenwet ter bevordering van het veilig werken,
verplichtingen voor werkgevers en werknemers. De wet luidt dat de werkgever
de algemene zorg voor veiligheid, gezondheid én welzijn bij het werk, in verband
met de arbeid draagt.
Verplichtingen werkgevers;
1. Regels en instructies geven voor het veilig werken en omgaan met
chemicaliën. En het verschaffen van persoonlijk beschermingsmiddelen.
2. Voorzieningen treffen en middelen verschaffen om het aantal risico’s te
beperken, de kans op fouten en ongelukken minimaal te maken.
3. Voorzieningen treffen en middelen verschaffen voor het beperken van
gevolgen als er toch iets gebeurt.
Verplichtingen werknemers;
1. Veiligheidsvoorschriften naleven
2. Veiligheidsvoorzieningen gebruiken
3. Beveiligingen niet veranderen of weghalen zonder noodzaak
4. Persoonlijke beschermingsmiddelen (waar nodig) gebruiken
5. Gevaren melden
1.2; risico’s verminderen en gevolgen beperken
Veiligheid toestand met zo weinige mogelijk en zo klein mogelijke risico’s
Risico is de kans op een ongewenst effect in een bepaald scenario.
- Kans op ongewenste gebeurtenis (als er schade ontstaat (persoonlijke
schade (letsel) of materiële schade)). Hoe groter de kans op een
ongewenste gebeurtenis, hoe groter het risico.
- Effect van de ongewenste gebeurtenis. De ernst van het letsel, hoeveel
mensen erbij betrokken zijn, omvang van materiële schade. Hoe groter het
effect van de ongewenste gebeurtenis, hoe groter het risico.
- Het scenario hoe iets gebeurt. Risico is iets dan kan gebeuren in een
bepaald scenario.
Verschil tussen gevaar en risico is dat gevaar niets te maken heeft met kans. Er
kan een gevaarlijke stof zijn, maar door maatregelen te treffen is de kans op
risico’s kleiner.
Risico’s beheersen (beperken van risico’s voor als er toch wat gebeurt): dit staat
in volgorde, als 1 niet lukt ga je over op 2 etc.
1. Bestrijding aan de bron (vermijden, kleinere schaal werken, chemicaliën
vervangen)
2. Afscherming van de bron (zuurkast, handschoenenkasten,
explosieschermen bijv.)
3. Aanpassing van de omgeving (ruimtelijke ventilatie, afzuiging, lekbak)
4. Afscherming van de mens (toegang tot ruimten beperken, extra ventilatie,
werkkleding)
5. Persoonlijke bescherming (1.3)
, 6. Beperking van de nadelige gevolgen van een ongewenste gebeurtenis
(1.4)
1 t/m 4 zijn preventieve maatregelen, deze verminderen het risico door
vermindering van de kans op het optreden van de ongewenste gebeurtenis.. 6 is
repressieve maatregelen, deze verkleinen de gevolgen (het effect) van de
ongewenste gebeurtenis.
1.3; persoonlijke beschermingsmiddelen; persoonlijke hygiëne
Persoonlijke beschermingsmiddelen
1. Bescherming voor de ogen veiligheidsbril
2. Bescherming van het gelaat gelaatsscherm (hele gezicht beschermd)
3. Bescherming voor neus en mond adembescherming door filters (in
maskers)
a. Stoffilters bescherming tegen stofdeeltjes, niet tegen gassen en
dampen
i. P1; inert zwevend stof
ii. P2; schadelijke stof
iii. P3; giftige en zeer giftige stof
b. Gas- of dampfilters elk type houdt een ander gas of damp tegen
4. Bescherming voor lang haar samenbinden
5. Bescherming van kleding witte katoenen jas (labjas)
6. Bescherming van handen handschoenen, elk type handschoen heeft een
verschillende doorslagtijd.
7. Bescherming van voeten dicht schoeisel
8. Persoonlijke hygiëne
a. Niet eten, drinken of roken
b. Alleen met schone handen dingen aanraken
c. Handen niet afvegen aan labjas
d. Regelmatig schone labjas aantrekken
e. Labjas alleen aan op lab
f. Schone werktafel
1.4; algemene beschermingsmiddelen en andere veiligheidsvoorzieningen
Algemene beschermingsmiddelen
1. Zuurkasten, biologische veiligheidskabinetten en afzuiginstallaties
2. Brandveilige opslagkasten voor chemicaliën
3. Brandblussers, nooddouche, oogdouche en EHBO-kist
4. Vluchtwegen
Opslag van chemicaliën;
- Brandbare en oxiderende stoffen moeten worden opgeslagen in
brandveilige en afgezogen kasten, gescheiden door lekbakken.
- Zuren en basen gescheiden en in lekbakken opslaan
- Zeer giftige stoffen in een afsluitbare kast
- Kankerverwekkende, mutagene en reproductieschadelijke stoffen worden
duidelijk herkenbaar en apart opgeslagen van andere stoffen.
Vervoer van chemicaliën
- Glazen flessen in gesloten draagemmer (bij breuk blijft alles in de emmer)
- Lekbakken op karren
- Zet flessen klem (zodat ze niet kunnen vallen)