Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 12b - Bewijs 3
“Duiding van mijn lichamelijke sensaties in een eerder genoemd cliëntencontact”
Niveau van Miller: KNOWS HOW
5 maart 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12b: Expliciteren van impliciete lichamelijke gewaarwording
Samenvatting: In dit bewijs koppel ik gevoelswoorden aan de lichamelijke sensaties die ik tijdens een eerder beschreven cliëntencontact
ervaarde. Ook verduidelijk ik waarom ik de keuze heb gemaakt om juist met deze woorden mijn gevoel te beschrijven.
In dit bewijs wil ik graag reflecteren op het cliëntencontact dat ik eerder heb besproken in Bewijs 80: “Lichamelijke sensaties tijdens
een cliëntencontact”. In het contact met deze vrouwelijke cliënt van middelbare leeftijd maakte zij kenbaar dat ze regelmatig vreemd
ging. In dat proces merkte ik een cascade aan lichamelijke reacties op, beginnend bij gezichtsuitdrukkingen en culminerend in een
kokhalsreflex. Aangezien er in dit contact duidelijk iets bij mij geraakt werd, vind ik het belangrijk om mijn gevoelens in dit contact te leren
duiden. Zo krijg ik meer inzicht in mijn eigen processen, en kan ik mijn valkuilen en groeipunten leren herkennen om mijn cliënten in de
toekomst beter te begeleiden. Als ik immers weet heb van deze lichamelijke sensaties, kan ik mogelijke interne interferentie, een term die
ik heb leren kennen uit het boek “Interpersonal Communication” (Gamble & Gamble, 2013), sneller herkennen en daarop ageren.
Aan het begin van het contact met deze cliënt trok ik mijn wenkbrauwen licht op, knipperde ik een paar keer extra met mijn ogen.
Ook ging mijn mond licht open, en voelde ik wat kippenvel in mijn nek en op mijn armen ontstaan. Met behulp van het lesboek van Slaats,
(Slaats, 2017), dat ik al regelmatig bij eerdere bewijzen heb toegepast om mijn gevoelens te duiden, ontdekte ik dat hier de reflexmatige
emotie verbazing opspeelde. De term ongewoon past voor mij het beste om mijn gevoel in deze situatie te omschrijven. Als ik naar de
intensiteit van mijn lichamelijke sensaties kijk, kan ik namelijk concluderen dat mijn verbazing vrij licht van aard was. Bovendien was de
verbazing zeker niet zo sterk dat ik van mijn stuk gebracht was. In zulke gevallen zouden woorden als ontsteld of verward beter passen.
Het gevoel met iets ongewoons te maken hebben veranderde naarmate het gesprek vorderde. Toen de cliënt in geuren en kleuren
ging beschrijven hoe haar uitstapjes met andere mannen eruit zagen, merkte ik een verhoogde spierspanning in mijn schouders, nek en
kaak. Mijn ademhaling versnelde, en ik begon klammig aan te voelen. Er kwam rusteloosheid in mijn benen opzetten, en er ontstond een
duidelijke verkramping in mijn buik met misselijkheid tot gevolg. In dit stadium zou ik mijn gevoel normaalgesproken duiden met de term
onrustig. Toch is dit geen zuivere gevoelsbeschrijving, zoals ik vanuit het lesboek van Slaats (Slaats, 2017) heb geleerd, maar een
gevoelswaardewoord. Het gevoel wordt geduid met de tegenpool van de waarde rust. Aangezien de invulling van waarden per individu
sterk kan verschillen, is het belangrijk te beseffen dat gevoelswaardewoorden niet zuiver in relatie staan tot de zeven basisemoties.
Om wel tot zuivere beschrijvingen te komen ben ik de lijst van gevoelens in het lesboek van Slaats (Slaats, 2017) wederom gaan
bekijken. Daaruit kon ik opmaken dat er zowel sprake was van verbazing als van walging in dit latere stadium van het gesprek. Mijn
verbazing was duidelijk intenser dan aan het begin. Door de lichamelijke ongemakken die bij mij ontstonden, zou ik dit gevoel beschrijven
1
“Duiding van mijn lichamelijke sensaties in een eerder genoemd cliëntencontact”
Niveau van Miller: KNOWS HOW
5 maart 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12b: Expliciteren van impliciete lichamelijke gewaarwording
Samenvatting: In dit bewijs koppel ik gevoelswoorden aan de lichamelijke sensaties die ik tijdens een eerder beschreven cliëntencontact
ervaarde. Ook verduidelijk ik waarom ik de keuze heb gemaakt om juist met deze woorden mijn gevoel te beschrijven.
In dit bewijs wil ik graag reflecteren op het cliëntencontact dat ik eerder heb besproken in Bewijs 80: “Lichamelijke sensaties tijdens
een cliëntencontact”. In het contact met deze vrouwelijke cliënt van middelbare leeftijd maakte zij kenbaar dat ze regelmatig vreemd
ging. In dat proces merkte ik een cascade aan lichamelijke reacties op, beginnend bij gezichtsuitdrukkingen en culminerend in een
kokhalsreflex. Aangezien er in dit contact duidelijk iets bij mij geraakt werd, vind ik het belangrijk om mijn gevoelens in dit contact te leren
duiden. Zo krijg ik meer inzicht in mijn eigen processen, en kan ik mijn valkuilen en groeipunten leren herkennen om mijn cliënten in de
toekomst beter te begeleiden. Als ik immers weet heb van deze lichamelijke sensaties, kan ik mogelijke interne interferentie, een term die
ik heb leren kennen uit het boek “Interpersonal Communication” (Gamble & Gamble, 2013), sneller herkennen en daarop ageren.
Aan het begin van het contact met deze cliënt trok ik mijn wenkbrauwen licht op, knipperde ik een paar keer extra met mijn ogen.
Ook ging mijn mond licht open, en voelde ik wat kippenvel in mijn nek en op mijn armen ontstaan. Met behulp van het lesboek van Slaats,
(Slaats, 2017), dat ik al regelmatig bij eerdere bewijzen heb toegepast om mijn gevoelens te duiden, ontdekte ik dat hier de reflexmatige
emotie verbazing opspeelde. De term ongewoon past voor mij het beste om mijn gevoel in deze situatie te omschrijven. Als ik naar de
intensiteit van mijn lichamelijke sensaties kijk, kan ik namelijk concluderen dat mijn verbazing vrij licht van aard was. Bovendien was de
verbazing zeker niet zo sterk dat ik van mijn stuk gebracht was. In zulke gevallen zouden woorden als ontsteld of verward beter passen.
Het gevoel met iets ongewoons te maken hebben veranderde naarmate het gesprek vorderde. Toen de cliënt in geuren en kleuren
ging beschrijven hoe haar uitstapjes met andere mannen eruit zagen, merkte ik een verhoogde spierspanning in mijn schouders, nek en
kaak. Mijn ademhaling versnelde, en ik begon klammig aan te voelen. Er kwam rusteloosheid in mijn benen opzetten, en er ontstond een
duidelijke verkramping in mijn buik met misselijkheid tot gevolg. In dit stadium zou ik mijn gevoel normaalgesproken duiden met de term
onrustig. Toch is dit geen zuivere gevoelsbeschrijving, zoals ik vanuit het lesboek van Slaats (Slaats, 2017) heb geleerd, maar een
gevoelswaardewoord. Het gevoel wordt geduid met de tegenpool van de waarde rust. Aangezien de invulling van waarden per individu
sterk kan verschillen, is het belangrijk te beseffen dat gevoelswaardewoorden niet zuiver in relatie staan tot de zeven basisemoties.
Om wel tot zuivere beschrijvingen te komen ben ik de lijst van gevoelens in het lesboek van Slaats (Slaats, 2017) wederom gaan
bekijken. Daaruit kon ik opmaken dat er zowel sprake was van verbazing als van walging in dit latere stadium van het gesprek. Mijn
verbazing was duidelijk intenser dan aan het begin. Door de lichamelijke ongemakken die bij mij ontstonden, zou ik dit gevoel beschrijven
1