Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 12a - Bewijs 1
“Lichamelijke sensaties in een prettige persoonlijke situatie”
Niveau van Miller: SHOWS HOW
5 februari 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12a: Het toelaten van eigen lichamelijke sensaties
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik welke lichamelijke sensaties ik ervaarde terwijl ik samen met mijn familie oude video’s zat te
bekijken vanuit onze jeugd. Daarbij benoem ik waar ik in mijn lichaam de sensaties voelde, en met welke intensiteit zij zich
manifesteerden.
Voor mij is het, als aankomend counselor, van groot belang om kennis te hebben van mijn eigen gevoelswereld. In tegenstelling tot
wat ik aan het begin van de opleiding dacht, ben ik als counselor niet alleen bezig met kennis en kunde op te doen over het vakgebied. De
opleiding omvat met de focus op zelfreflectie ook een groot stuk persoonlijke ontwikkeling. Dit is essentieel om mijn persoonlijke
ervaringen en gevoelens op te helderen, zodat ik weet waar ik afstand van moet nemen zodra ik mijn cliënten ontvang. Immers, als ik mijn
persoonlijke belevingswereld negeer, zou het kunnen voorkomen dat er onbewust vertekeningen plaatsvinden waardoor ik niet volledig
inzicht krijg in de cliënt (Slaats, 2017). Dat kan schadelijk zijn, aangezien ik vanuit het boek “Liefde in Wonderland” al had ontdekt dat
men zodoende bijvoorbeeld gemakkelijk in de tegenoverdracht stapt (Boswijk-Hummel, 1997). Daarbij verlaat de zorgverlener zijn rol, om
in plaats daarvan te gaan communiceren vanuit de projecties die de cliënt van hem heeft. Niet herkende tegenoverdracht leidt tot
verborgen communicatie, waardoor de realisatie van doelen zoals het creëren van een preventiementaliteit, het vergroten van de
zelfredzaamheid, en het verbreden van het gedragsrepertoire geblokkeerd kan worden. Het ophelderen van mijn eigen belevings- en
gevoelswereld draagt bij aan het voorkomen van zulke situaties. Daarom zal ik in de aankomende zes bewijzen voor een prettige
persoonlijke situatie (dit bewijs), een vervelende persoonlijke situatie (Bewijs 80: “Lichamelijke sensaties in een vervelende persoonlijke
situatie”) en een cliëntencontact (Bewijs 81: “Lichamelijke sensaties tijdens een cliëntencontact”) beschrijven welke lichamelijke sensaties
ik bij mijzelf waarnam. Dat doe ik door te omschrijven waar en met welke intensiteit ik in mijn lichaam me bewust werd van ervaringen.
Hiertoe zal ik ook gebruik maken de Visual Analogue Scale (VAS), die ik heb leren kennen vanuit literatuuronderzoek naar methoden om
subjectieve gevoelens, zoals emoties en pijn, te kwantificeren (Aitken, 1969). De schaal loopt van een score van 0 (“geen pijn”/”geen
emotie”) tot 10 (“extreemste pijn”/”extreemste emotie”). Zodoende kan de intensiteit in een numerieke waarde worden weergegeven die
afspiegelt hoe ik mijzelf voel. Vervolgens zal ik in de aankomende bewijzen voor elk van deze situaties omschrijven welke emotie-,
gevoels- en gevoelswaardewoorden ik koppel aan de lichamelijke sensaties die ik gedurende die situaties ervaarde. Daarmee hoop ik mijn
vocabulaire om mijn ervaringen te duiden te vergroten, zodat ik mijn cliënten zo goed mogelijk ondersteuning kan bieden in het uitdiepen
van hun gevoelswereld.
1
“Lichamelijke sensaties in een prettige persoonlijke situatie”
Niveau van Miller: SHOWS HOW
5 februari 2024
Competentie 12: Empathisch vermogen
Indicator 12a: Het toelaten van eigen lichamelijke sensaties
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik welke lichamelijke sensaties ik ervaarde terwijl ik samen met mijn familie oude video’s zat te
bekijken vanuit onze jeugd. Daarbij benoem ik waar ik in mijn lichaam de sensaties voelde, en met welke intensiteit zij zich
manifesteerden.
Voor mij is het, als aankomend counselor, van groot belang om kennis te hebben van mijn eigen gevoelswereld. In tegenstelling tot
wat ik aan het begin van de opleiding dacht, ben ik als counselor niet alleen bezig met kennis en kunde op te doen over het vakgebied. De
opleiding omvat met de focus op zelfreflectie ook een groot stuk persoonlijke ontwikkeling. Dit is essentieel om mijn persoonlijke
ervaringen en gevoelens op te helderen, zodat ik weet waar ik afstand van moet nemen zodra ik mijn cliënten ontvang. Immers, als ik mijn
persoonlijke belevingswereld negeer, zou het kunnen voorkomen dat er onbewust vertekeningen plaatsvinden waardoor ik niet volledig
inzicht krijg in de cliënt (Slaats, 2017). Dat kan schadelijk zijn, aangezien ik vanuit het boek “Liefde in Wonderland” al had ontdekt dat
men zodoende bijvoorbeeld gemakkelijk in de tegenoverdracht stapt (Boswijk-Hummel, 1997). Daarbij verlaat de zorgverlener zijn rol, om
in plaats daarvan te gaan communiceren vanuit de projecties die de cliënt van hem heeft. Niet herkende tegenoverdracht leidt tot
verborgen communicatie, waardoor de realisatie van doelen zoals het creëren van een preventiementaliteit, het vergroten van de
zelfredzaamheid, en het verbreden van het gedragsrepertoire geblokkeerd kan worden. Het ophelderen van mijn eigen belevings- en
gevoelswereld draagt bij aan het voorkomen van zulke situaties. Daarom zal ik in de aankomende zes bewijzen voor een prettige
persoonlijke situatie (dit bewijs), een vervelende persoonlijke situatie (Bewijs 80: “Lichamelijke sensaties in een vervelende persoonlijke
situatie”) en een cliëntencontact (Bewijs 81: “Lichamelijke sensaties tijdens een cliëntencontact”) beschrijven welke lichamelijke sensaties
ik bij mijzelf waarnam. Dat doe ik door te omschrijven waar en met welke intensiteit ik in mijn lichaam me bewust werd van ervaringen.
Hiertoe zal ik ook gebruik maken de Visual Analogue Scale (VAS), die ik heb leren kennen vanuit literatuuronderzoek naar methoden om
subjectieve gevoelens, zoals emoties en pijn, te kwantificeren (Aitken, 1969). De schaal loopt van een score van 0 (“geen pijn”/”geen
emotie”) tot 10 (“extreemste pijn”/”extreemste emotie”). Zodoende kan de intensiteit in een numerieke waarde worden weergegeven die
afspiegelt hoe ik mijzelf voel. Vervolgens zal ik in de aankomende bewijzen voor elk van deze situaties omschrijven welke emotie-,
gevoels- en gevoelswaardewoorden ik koppel aan de lichamelijke sensaties die ik gedurende die situaties ervaarde. Daarmee hoop ik mijn
vocabulaire om mijn ervaringen te duiden te vergroten, zodat ik mijn cliënten zo goed mogelijk ondersteuning kan bieden in het uitdiepen
van hun gevoelswereld.
1