Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 11a - Bewijs 1
“Belangrijke waarden in het contact met de cliënt”
Niveau van Miller: KNOWS HOW
13 januari 2024
Competentie 11: Ethisch verantwoord werken
Indicator 11a: Integer en discreet werken
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik welke waarden ik belangrijk vind in het contact met de cliënt, en hoe ik deze aan mijn cliënten
laat zien. Bovendien beschrijf ik hoe mijn waarden overeenkomen en verschillen met de stroming van het humanisme, de stroming van
het eclecticisme, en de beroepscodes van enkele beroepsverenigingen voor counselors. Ten slotte verklaar ik wat voor een effect die
overeenkomsten en verschillen hebben op mijn handelen.
Voor mij als counselor is het van groot belang om mijn eigen waardenstelsel op te helderen. Waarden zijn namelijk essentieel om
beslissingen te nemen over het contact dat ik met de cliënt aanga (Egan, 2012). Daartoe heb ik besloten om eerst een duidelijke definitie
van waarden en normen vast te stellen. Vervolgens wilde ik onderzoeken welke waarden er binnen de opleiding en de
beroepsverenigingen voor counselors naar voren komen, en hoe de ideeën van het humanisme en het eclecticisme daarin uitgedragen
worden. Ten slotte benoem ik hoe mijn persoonlijke waarden zich hebben ontwikkeld met betrekking tot het cliëntencontact, en hoe zij
matchen met de waarden uit de opleiding en beroepsverenigingen. Ook illustreer ik hoe die overeenkomsten en verschillen effect hebben
op mijn handelen.
Zoals aangegeven zou ik graag het bewijs graag willen beginnen met de definities van “waarden” en “normen”. Waarden worden
gezien als geïnternaliseerde cognitieve patronen die ons helpen om keuzes te maken, prioriteiten vast te stellen, en om een moreel
kompas te bieden in allerlei levenssituaties (Patterson, 1989; Oyserman, 2002). Vanuit het boek “Deskundig Hulpverlenen” van Gerard
Egan (Egan, 2012) vond ik het interessant om te lezen dat waarden daarmee als het ware persoonlijke, maatschappelijke en/of culturele
standaarden vormen die zowel bewust als onbewust invloed uitoefenen op onze gedachten, gedragingen en gevoelens. Waarden kunnen
zowel algemeen (voor veel situaties geldend) als situationeel (voor specifieke situaties geldend) zijn. Alhoewel ik las dat waarden over het
algemeen vrij rigide zijn, kunnen ze wel degelijk veranderen door bijvoorbeeld traumatische gebeurtenissen, culturele veranderingen of
politieke redenen. Vanwege de oorsprongen die waarden kunnen hebben, onderscheidt men omgevingswaarden van persoonlijke
waarden. Omgevingswaarden komen voort uit de sociaal-maatschappelijke kringen van het individu, zoals vrienden, familie, collega’s, en
kennissen. Personen kunnen conformeren aan die waarden, ze bijstellen, of juist algeheel afwijzen. Dat hangt af van de waarden die men
zelf belangrijk vind. Wat ik verhelderend vond uit de module Praktische Psychologie is dat men bij overeenstemming tussen persoonlijke
waarden en omgevingswaarden energiewinst ervaart, waar een mismatch juist leidt tot gevoelens van waardeloosheid en energieverlies.
Ik ontdekte daardoor dat het waardenstelsel dat men aanhangt een belangrijke invloed uit kan oefenen op iemands psychosociale
gesteldheid.
1
, Normen kunnen, ten opzichte van waarden, worden gezien als de uitgewerkte gedragsregels die inhoudelijk invulling geven aan de
waarde (Slaats, 2017). Normen vormen zodoende het geheel aan geaccepteerd of gewenst gedrag binnen een bepaalde groep personen.
Dit kan zowel bestaan uit informele gebruiken, als uit formele regels en wetten. Normen ontstaan door een complexe wisselwerking van
persoonlijke, maatschappelijke, historische en/of culturele gebruiken in relatie tot de waarden die aangehangen worden (Egan, 2012).
Hiermee wordt ook duidelijk dat personen of groepen die gelijke waarden aanhangen sterk verschillende interpretaties kunnen hebben
over de invulling van die waarden (Jäger, 1966). Andersom geldt ook dat gelijke normen uit verschillende waarden kunnen voortvloeien.
Door de grote veelzijdigheid aan complexe interacties die bij normen te onderscheiden zijn, zijn zij vaak veranderlijker dan waarden.
Waarden vanuit de opleiding: humanisme en eclecticisme
De opleiding tot psychosociaal counselor die ik aan de NHA volg is gestoeld in het gedachtegoed van Gerard Egan, de grondlegger
van het systematisch eclecticisme (Slaats, 2017; Egan, 2012). Ik ontdekte dat Egan zich baseerde op de humanistische psychologie, die
onder meer door Rogers is vormgegeven (Rogers, 1963). Op basis van een fijn geschreven artikel van humanistisch psychologen Rowan
en Glouberman (Rowan & Glouberman, 2017) leerde ik dat men binnen deze stroming stelt dat ieder mens over een goede kern beschikt
en een innerlijk potentieel heeft om talenten en vaardigheden mee te ontwikkelen. Dit gebeurt in een proces dat zelfactualisatie wordt
genoemd.
Personen ontwikkelen zich in een subjectieve realiteit die gebaseerd is op persoonlijke ervaringen, emoties en gedragingen. Die
subjectieve realiteit is per definitie in meer of mindere mate afwijkend van de objectieve realiteit. Hierdoor kan men gedragingen gaan
vertonen of overtuigingen erop nahouden die niet in lijn zijn met de goede kern die men in zich draagt. Wat ik wel erg mooi vond om te
lezen is dat het humanisme het optimisme uitspreekt dat die goede kern weer hervonden kan worden. Dat vond ik zo treffend, omdat men
zodoende de hoop kan behouden dat er een onveranderlijke goede basis ligt waar men op kan bouwen, hoe disfunctioneel het gedrag dat
vertoond wordt ook mag zijn. Dat vind ik een positieve gedachte, die vertrouwen uitspreekt in de mens, ongeacht de persoonlijke situatie.
Hoe die goede kern precies hervonden kan worden leerde ik in het online college “Professioneel Hulpverlenen”, dat ik erg
verhelderend vond door de korte filmpjes en duidelijke vragen om het gedachtegoed van Egan kenbaar te maken (Hupper, 2020). Mensen
kunnen zowel door eigen handelen als door ondersteuning vanuit een zorgverlener weer in verbinding komen te staan met hun innerlijk
potentieel. Ik ontdekte uit deze praktijkdagen dat de mate waarin personen in staat zijn om zelfreflectie te beoefenen en situaties objectief
te beschouwen gebruikt kan worden als een graadmeter om te bepalen wat de beste begeleidingsmethode is. Als het zogenoemde “I”
(spreek uit als “eye”: het beschouwende oog) goed kan kijken naar het “me” (de eigen persoon in de situatie), dan wordt er gesproken
van een goed vermogen om het eigen aandeel in de situatie te kunnen aanschouwen. Deze personen kunnen dan door zelfhulpmodules of
een bezoek aan een coach hun potentieel hervinden. Toch beschikt niet iedereen over deze vermogens, waardoor bijvoorbeeld de
begeleiding van een counselor wenselijk kan zijn om het zelfactualisatieproces een handje helpen. Als counselors kunnen we cliënten
immers ondersteunen om de eigen, subjectieve gevoelswereld te onderzoeken en deze te beïnvloeden. Dat kan bijdragen om eventuele
blokkades bij de cliënt op te helderen en strategieën te vinden om deze patronen te ontgroeien, hetgeen de verwezenlijking van het
innerlijke potentieel bevordert.
Vanwege de delicate aard van dit proces, is een specifieke houding van de therapeut vereist. Slaats (Slaats, 2017) en Egan (Egan,
2012) hebben dit ieder vertaald naar enkele centrale waarden met bijpassende normen uit het humanisme en eclecticisme die ik als
2
“Belangrijke waarden in het contact met de cliënt”
Niveau van Miller: KNOWS HOW
13 januari 2024
Competentie 11: Ethisch verantwoord werken
Indicator 11a: Integer en discreet werken
Samenvatting: In dit bewijs beschrijf ik welke waarden ik belangrijk vind in het contact met de cliënt, en hoe ik deze aan mijn cliënten
laat zien. Bovendien beschrijf ik hoe mijn waarden overeenkomen en verschillen met de stroming van het humanisme, de stroming van
het eclecticisme, en de beroepscodes van enkele beroepsverenigingen voor counselors. Ten slotte verklaar ik wat voor een effect die
overeenkomsten en verschillen hebben op mijn handelen.
Voor mij als counselor is het van groot belang om mijn eigen waardenstelsel op te helderen. Waarden zijn namelijk essentieel om
beslissingen te nemen over het contact dat ik met de cliënt aanga (Egan, 2012). Daartoe heb ik besloten om eerst een duidelijke definitie
van waarden en normen vast te stellen. Vervolgens wilde ik onderzoeken welke waarden er binnen de opleiding en de
beroepsverenigingen voor counselors naar voren komen, en hoe de ideeën van het humanisme en het eclecticisme daarin uitgedragen
worden. Ten slotte benoem ik hoe mijn persoonlijke waarden zich hebben ontwikkeld met betrekking tot het cliëntencontact, en hoe zij
matchen met de waarden uit de opleiding en beroepsverenigingen. Ook illustreer ik hoe die overeenkomsten en verschillen effect hebben
op mijn handelen.
Zoals aangegeven zou ik graag het bewijs graag willen beginnen met de definities van “waarden” en “normen”. Waarden worden
gezien als geïnternaliseerde cognitieve patronen die ons helpen om keuzes te maken, prioriteiten vast te stellen, en om een moreel
kompas te bieden in allerlei levenssituaties (Patterson, 1989; Oyserman, 2002). Vanuit het boek “Deskundig Hulpverlenen” van Gerard
Egan (Egan, 2012) vond ik het interessant om te lezen dat waarden daarmee als het ware persoonlijke, maatschappelijke en/of culturele
standaarden vormen die zowel bewust als onbewust invloed uitoefenen op onze gedachten, gedragingen en gevoelens. Waarden kunnen
zowel algemeen (voor veel situaties geldend) als situationeel (voor specifieke situaties geldend) zijn. Alhoewel ik las dat waarden over het
algemeen vrij rigide zijn, kunnen ze wel degelijk veranderen door bijvoorbeeld traumatische gebeurtenissen, culturele veranderingen of
politieke redenen. Vanwege de oorsprongen die waarden kunnen hebben, onderscheidt men omgevingswaarden van persoonlijke
waarden. Omgevingswaarden komen voort uit de sociaal-maatschappelijke kringen van het individu, zoals vrienden, familie, collega’s, en
kennissen. Personen kunnen conformeren aan die waarden, ze bijstellen, of juist algeheel afwijzen. Dat hangt af van de waarden die men
zelf belangrijk vind. Wat ik verhelderend vond uit de module Praktische Psychologie is dat men bij overeenstemming tussen persoonlijke
waarden en omgevingswaarden energiewinst ervaart, waar een mismatch juist leidt tot gevoelens van waardeloosheid en energieverlies.
Ik ontdekte daardoor dat het waardenstelsel dat men aanhangt een belangrijke invloed uit kan oefenen op iemands psychosociale
gesteldheid.
1
, Normen kunnen, ten opzichte van waarden, worden gezien als de uitgewerkte gedragsregels die inhoudelijk invulling geven aan de
waarde (Slaats, 2017). Normen vormen zodoende het geheel aan geaccepteerd of gewenst gedrag binnen een bepaalde groep personen.
Dit kan zowel bestaan uit informele gebruiken, als uit formele regels en wetten. Normen ontstaan door een complexe wisselwerking van
persoonlijke, maatschappelijke, historische en/of culturele gebruiken in relatie tot de waarden die aangehangen worden (Egan, 2012).
Hiermee wordt ook duidelijk dat personen of groepen die gelijke waarden aanhangen sterk verschillende interpretaties kunnen hebben
over de invulling van die waarden (Jäger, 1966). Andersom geldt ook dat gelijke normen uit verschillende waarden kunnen voortvloeien.
Door de grote veelzijdigheid aan complexe interacties die bij normen te onderscheiden zijn, zijn zij vaak veranderlijker dan waarden.
Waarden vanuit de opleiding: humanisme en eclecticisme
De opleiding tot psychosociaal counselor die ik aan de NHA volg is gestoeld in het gedachtegoed van Gerard Egan, de grondlegger
van het systematisch eclecticisme (Slaats, 2017; Egan, 2012). Ik ontdekte dat Egan zich baseerde op de humanistische psychologie, die
onder meer door Rogers is vormgegeven (Rogers, 1963). Op basis van een fijn geschreven artikel van humanistisch psychologen Rowan
en Glouberman (Rowan & Glouberman, 2017) leerde ik dat men binnen deze stroming stelt dat ieder mens over een goede kern beschikt
en een innerlijk potentieel heeft om talenten en vaardigheden mee te ontwikkelen. Dit gebeurt in een proces dat zelfactualisatie wordt
genoemd.
Personen ontwikkelen zich in een subjectieve realiteit die gebaseerd is op persoonlijke ervaringen, emoties en gedragingen. Die
subjectieve realiteit is per definitie in meer of mindere mate afwijkend van de objectieve realiteit. Hierdoor kan men gedragingen gaan
vertonen of overtuigingen erop nahouden die niet in lijn zijn met de goede kern die men in zich draagt. Wat ik wel erg mooi vond om te
lezen is dat het humanisme het optimisme uitspreekt dat die goede kern weer hervonden kan worden. Dat vond ik zo treffend, omdat men
zodoende de hoop kan behouden dat er een onveranderlijke goede basis ligt waar men op kan bouwen, hoe disfunctioneel het gedrag dat
vertoond wordt ook mag zijn. Dat vind ik een positieve gedachte, die vertrouwen uitspreekt in de mens, ongeacht de persoonlijke situatie.
Hoe die goede kern precies hervonden kan worden leerde ik in het online college “Professioneel Hulpverlenen”, dat ik erg
verhelderend vond door de korte filmpjes en duidelijke vragen om het gedachtegoed van Egan kenbaar te maken (Hupper, 2020). Mensen
kunnen zowel door eigen handelen als door ondersteuning vanuit een zorgverlener weer in verbinding komen te staan met hun innerlijk
potentieel. Ik ontdekte uit deze praktijkdagen dat de mate waarin personen in staat zijn om zelfreflectie te beoefenen en situaties objectief
te beschouwen gebruikt kan worden als een graadmeter om te bepalen wat de beste begeleidingsmethode is. Als het zogenoemde “I”
(spreek uit als “eye”: het beschouwende oog) goed kan kijken naar het “me” (de eigen persoon in de situatie), dan wordt er gesproken
van een goed vermogen om het eigen aandeel in de situatie te kunnen aanschouwen. Deze personen kunnen dan door zelfhulpmodules of
een bezoek aan een coach hun potentieel hervinden. Toch beschikt niet iedereen over deze vermogens, waardoor bijvoorbeeld de
begeleiding van een counselor wenselijk kan zijn om het zelfactualisatieproces een handje helpen. Als counselors kunnen we cliënten
immers ondersteunen om de eigen, subjectieve gevoelswereld te onderzoeken en deze te beïnvloeden. Dat kan bijdragen om eventuele
blokkades bij de cliënt op te helderen en strategieën te vinden om deze patronen te ontgroeien, hetgeen de verwezenlijking van het
innerlijke potentieel bevordert.
Vanwege de delicate aard van dit proces, is een specifieke houding van de therapeut vereist. Slaats (Slaats, 2017) en Egan (Egan,
2012) hebben dit ieder vertaald naar enkele centrale waarden met bijpassende normen uit het humanisme en eclecticisme die ik als
2