100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Kwalitatief onderzoek (AB_1167)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
02-01-2025
Geschreven in
2024/2025

De colleges zijn uitgewerkt en aangevuld, alle tentamenstof zit er in.

Instelling
Vak










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
2 januari 2025
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

HC2: Paradigma’s

4 paradigma’s:
1. Positivisme,
2. Fenomenologie
3. Sociaal constructivisme
4. Kritische theorie

Ontologie: wat is kennis?
Paradigma: Hoe kunnen we kennis genereren onder de realiteit.


Ontologisch
continuüm

Objectivistische Subjectivistische benadering
benadering Twijfelt aan bestaan reële
Realisme wereld
Dualisme Realiteit als project van
menselijke verbeelding
Objectivistische benadering: Werkelijkheid bestaat onafhankelijk van de
menselijke waarneming.
Dualisme: kenner staat los van de gekende.
= Temperatuur als iets wat meetbaar is (25%).

Subjectivistische benadering: Realiteit afhankelijk van de kenner. De
realiteit is de objectie van menselijke verbeelding.
= Temperatuur, hoe warm het is waar je bent opgegroeid. Afhankelijk van
diegene waaraan je het vraagt.

Epistemologisch continuüm


Positivistische Interpretatieve
benadering: benadering
Positivisme Fenomenologie
Sociaal
Positivisme (post-positivisme): constructivisme
 Er bestaat een objectieve werkelijkheid die onafhankelijk is van
menselijke waarneming of interpretatie.
 Deze werkelijkheid is onderhevig aan natuurwetten.
 Er moet een scheiding zijn tussen de onderzoeker (kenner) en het
onderzoeksobject (gekende). Door afstand te houden kan de
onderzoeker neutraliteit waarborgen en de werkelijkheid zo objectief
mogelijk bestuderen.
 Dualisme: Subject en object beïnvloeden elkaar niet.
 Unity of methods: Controleerbare en repliceerbare methoden.
 Onderzoek is objectief, rationeel en neutraal. Ze bedoelen hiermee dat
er gestreefd wordt naar een onderzoek zonder invloed van persoonlijke
meningen, waarden of emoties.

,Fenomenologie (“De werkelijkheid hoe die zich werkelijk aandient, en niet
hoe die door de wetenschapper wordt bekeken):
 Subjectieve ervaring staat centraal. Het begint juist bij de subjectieve,
directe ervaring van een individu.
 Betekenisgeving vindt plaats op basis van de al aanwezige kennis en
sociale context (= the stock of knowledge). Mensen interpreteren hun
ervaringen aan de hand van hun bestaande kennis, die ze opgedaan
hebben via sociale en culturele interacties.
 Betekenisgeving is niet individueel, maar word van generatie op
generatie doorgegeven.

Sociaal constructivisme
 Kennis is geen objectieve waarheid die wordt gevonden in de wereld,
zoals een natuurwet die altijd al bestond. Kennis wordt actief gecreëerd
door de onderzoeker.
 Kennen en gekende zijn met elkaar verbonden. Er is geen scheiding
tussen deze twee, beide beïnvloeden elkaar. Kennis ontstaat in de
interactie tussen hen.
 Kennis is afhankelijk van politieke, sociaal, historische context.
Wetenschappelijke kennis is niet tijdloos of universeel, maar word altijd
beïnvloed door de omstandigheden waarin zij wordt geproduceerd.

Kritische theorie
 Kijkt naar de manier waarop sociale structuren een invloed uitoefenen
op subjectieve ervaringen.
 Sociale structuren zijn niet natuurlijk, maar worden door menselijke
interactie en sociale processen geconstrueerd en als echt ervaren.
 Normatief: Kritische theorie is niet waardevrij, maar heeft een
normatief karakter: het streeft naar sociale rechtvaardigheid, gelijkheid
en emancipatie.
 Justice oriented: Kritische theorie richt zich expliciet op kwesties van
rechtvaardigheid, macht en ongelijkheid.
 Benadrukt dat ongelijkheden niet op zichzelf staan, maar complex en
onderling verweven zijn.

Je hebt kennis over de epistemologische benadering nodig zodat je
richting kan geven aan het type onderzoek, design en de methoden van
dataverzameling. Ook geeft het collega-onderzoekers inzicht in je
werkwijze/invalshoek.

, HC3: Probleemstelling, conceptueel kader en designs

Probleemstelling: “De probleemstelling van een onderzoek is een tekst die
de onderzoeker schrijft waarin het onderzoek waarvan hij later de
resultaten zal presenteren aangekondigd en voorgesteld wordt. In
artikelen is de doorgaans de inleidende paragraaf.

De probleemstelling bevat:
- Situering van het onderzoek domein, Je legt uit binnen welk vakgebied
of welke discipline je onderzoek valt, en je maakt duidelijk hoe jouw
onderwerp zich verhoudt tot eerdere studies en bestaande theorieën.
- Maatschappelijke en/of wetenschappelijke verantwoording, Dit is het
gedeelte waarin je uitlegt waarom het onderzoek relevant is, zowel
vanuit een maatschappelijk als wetenschappelijk perspectief.
- Het onderzoeksdoel, Dit is een duidelijke omschrijving van wat je met je
onderzoek wilt bereiken. Het geeft aan welk specifiek doel je nastreeft.
- De onderzoeksvraag, De onderzoeksvraag is de kernvraag die je wilt
beantwoorden door middel van je onderzoek. Het is de vraag waarop je
probeert een antwoord te vinden en die je studie in een bepaalde
richting stuurt.
 Sensitizing concepts: Zijn begrippen die onderzoekers gebruiken
om hen te helpen hun onderzoeksvragen te begrijpen en te
verfijnen, en die hen gevoelig maken voor bepaalde fenomenen of
patronen die misschien niet meteen zichtbaar zijn.

- Coneptueel kader, Het conceptueel kader biedt de theoretische basis
voor je onderzoek. Het omvat de belangrijkste concepten, theorieën, en
modellen die je gebruikt om je onderzoeksvraag te benaderen.

Onderzoekdesigns:
Mixed-methods:
 Onderzoeksobject: divers, kan uit veel verschillende soorten
gegevens, contexten of perspectieven.
 Kennis: exploratief (verkennend) en verklarend.
 Methoden: combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek.
 Doel: dieper begrip en bevestiging.

De kwalitatieve survey:
 Onderzoeksobject: individuen
 Type vragen: betekenisvragen, gericht op verkennen van betekenis
die deelnemers hechten aan hun ervaringen.
 Kennis over: geleefde ervaring met een fenomeen vanuit perspectief
individu
 Tijd: kortdurend
 Doel: praktijkgericht en/of theorievorming
 Kennis van perspectief doelgroep is daarvoor noodzakelijk
 Methoden: interviews en/of focusgroepen
$11.34
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
brittzw44p

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
brittzw44p Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen