Persoonlijke en professionele ontwikkeling..............................................3
Communicatie en gespreksvoering..........................................................3
Methodisch werken...................................................................................3
Werken met doelgroepen.........................................................................3
Samenwerken en netwerken....................................................................4
Kennis van wet- en regelgeving...............................................................4
Preventie en voorlichting..........................................................................4
Onderzoek en innovatie...........................................................................4
Culturele sensitiviteit en diversiteit..........................................................5
Zelfredzaamheid en empowerment.........................................................5
Kwaliteit en professionalisering................................................................5
30 Belangrijke kernbegrippen met uitleg....................................................6
90 oefenvragen: Methodisch Werken in de Hulpverlening..........................8
Deel 1: Wat is methodisch werken?.............................................................8
Deel 2: De fasen van methodisch werken...................................................8
Deel 3: Hulpverleningsrelatie......................................................................9
Deel 4: Doelgericht werken.........................................................................9
Deel 5: Evalueren en bijsturen....................................................................9
Deel 6: Ethisch handelen...........................................................................10
Deel 7: Methodisch werken.......................................................................10
Deel 8: Hulpvraagformulering...................................................................10
Deel 9: Professionele distantie..................................................................11
Deel 10: Lange- en kortetermijndoelen.....................................................12
Deel 11: Formatieve en summatieve evaluatie.........................................12
Deel 12: Moreel handelen..........................................................................13
Deel 13: Cyclische karakter.......................................................................13
Deel 14: Prioriteiten...................................................................................14
Deel 15: Wederkerigheid...........................................................................15
Deel 16: Actiepunten.................................................................................15
Deel 17: Doelen.........................................................................................16
Deel 18: Dilemma’s voorkomen................................................................16
, Overige thema's: Reflectie en professionaliteit.........................................17
NCOI 55 Leerdoelen voor Social Work (2025)
Persoonlijke en professionele ontwikkeling
1. Reflecteren op eigen waarden, normen en vooroordelen en deze kritisch evalueren.
2. Ontwikkelen van een professionele houding in contact met cliënten en
samenwerkingspartners.
3. Hanteren van ethische dilemma’s binnen het sociaal werk.
4. Effectief plannen en organiseren van eigen werkzaamheden.
5. Omgaan met werkdruk en grenzen bewaken in sociaal werk.
Communicatie en gespreksvoering
6. Toepassen van gespreksvaardigheden, zoals actief luisteren, samenvatten en
doorvragen.
7. Professionele gesprekken voeren met diverse doelgroepen.
8. Gebruik van motiverende gespreksvoering om gedragsverandering te ondersteunen.
9. Signaleren en bespreekbaar maken van gevoelige onderwerpen, zoals armoede of
verslaving.
10. Empathisch communiceren met behoud van professionele distantie.
Methodisch werken
11. Gebruiken van methodieken zoals oplossingsgericht werken en systeemgericht
werken.
12. Toepassen van het Strengths-based model in de praktijk.
13. Opstellen van een hulpverleningsplan samen met de cliënt.
14. Evalueren en bijstellen van hulpverleningsplannen op basis van voortgang.
15. Signaleren van onderliggende problematiek en doorverwijzen waar nodig.
Werken met doelgroepen
16. Begeleiden van cliënten met complexe problematiek, zoals schulden, verslaving of
huiselijk geweld.
17. Werken met kinderen, jongeren en gezinnen in kwetsbare situaties.
18. Ondersteunen van ouderen bij het behoud van zelfstandigheid en sociale contacten.