🦦
Week 1
Wat moet je weten?
Beweging
interactie spieren en skelet
interactie zenuw en spier
Verschillende typen spieren en spiervezels
anatomie spieren
karakteristieken en onderlinge verschillen
wijze van contractie
interactie myosine en actine
rol ATP, Ca2+, troponine, tropomyosine, intercalaire schijven en
calmoduline
spiermetabolsime
eigenschappen verschillende spiervezels
practicum: voorbeelden
Concept 40.1
Diersoorten verschillen zo erg in anatomie door natuurlijke selectie en adaptie.
Anatomie = biologische structuur
Fysiologie = biologische functie
Structuur en functie zijn verbonden met elkaar, dus anatomie zegt iets over
fysiologie.
Week 1 1
, Evolutie van dier formaat en vorm
fysieke wetten beperken evolutie van vorm. BV: kenmerken van water limiteren
de vormen van snelle zwemmers. Water is veel dichter dan lucht, dus om zo
min mogelijk weerstand te hebben moet het lichaam zo glad mogelijk zijn.
het feit dat alle snelle zwemmers gladde fusiforme lichamen hebben is een
voorbeeld van convergente evolutie
fysieke wetten beperken evolutie van formaat. Hoe groter het formaat van het
lichaam, hoe dikker het skelet moet zijn om het te ondersteunen.
Uitwisseling met de omgeving
dieren moeten voedingsstoffen, afvalstoffen en gassen uitwisselen met hun
omgeving, dit limiteert ook hun body plan.
de snelheid van stofuitwisseling is afhankelijk van het membraan oppervlak
dat betrokken is
het hoeveelheid materiaal dat uitgewisseld wordt is afhankelijk van het totale
lichaamsvolume
een multicellulair organisme werkt dus alleen als elke cel toegang heeft tot een
vloeibare omgeving.
plat lichaam en dunne lichaamswand maximaliseren ontbloting aan water.
(groter opp in contact met water)
toename van cellen verlaagt de opp-volume ratio.
voordelen van complexe body plans:
extern skelet kan bescherming bieden tegen predatoren, zintuig organen
kunnen de omgeving waarnemen, interne verteringsorganen kunnen voedsel
langzaam verteren.
https://www.youtube.com/watch?v=huKUJsqik2I
Week 1 2
, Hierarchie van body plan organisatie
Weefsel = groep cellen met dezelfde structuur en/of functie
Er zijn 4 typen weefsels:
epitheelweefsel
steunweefsel
spierweefsel
zenuwweefsel
Week 1 3
Week 1
Wat moet je weten?
Beweging
interactie spieren en skelet
interactie zenuw en spier
Verschillende typen spieren en spiervezels
anatomie spieren
karakteristieken en onderlinge verschillen
wijze van contractie
interactie myosine en actine
rol ATP, Ca2+, troponine, tropomyosine, intercalaire schijven en
calmoduline
spiermetabolsime
eigenschappen verschillende spiervezels
practicum: voorbeelden
Concept 40.1
Diersoorten verschillen zo erg in anatomie door natuurlijke selectie en adaptie.
Anatomie = biologische structuur
Fysiologie = biologische functie
Structuur en functie zijn verbonden met elkaar, dus anatomie zegt iets over
fysiologie.
Week 1 1
, Evolutie van dier formaat en vorm
fysieke wetten beperken evolutie van vorm. BV: kenmerken van water limiteren
de vormen van snelle zwemmers. Water is veel dichter dan lucht, dus om zo
min mogelijk weerstand te hebben moet het lichaam zo glad mogelijk zijn.
het feit dat alle snelle zwemmers gladde fusiforme lichamen hebben is een
voorbeeld van convergente evolutie
fysieke wetten beperken evolutie van formaat. Hoe groter het formaat van het
lichaam, hoe dikker het skelet moet zijn om het te ondersteunen.
Uitwisseling met de omgeving
dieren moeten voedingsstoffen, afvalstoffen en gassen uitwisselen met hun
omgeving, dit limiteert ook hun body plan.
de snelheid van stofuitwisseling is afhankelijk van het membraan oppervlak
dat betrokken is
het hoeveelheid materiaal dat uitgewisseld wordt is afhankelijk van het totale
lichaamsvolume
een multicellulair organisme werkt dus alleen als elke cel toegang heeft tot een
vloeibare omgeving.
plat lichaam en dunne lichaamswand maximaliseren ontbloting aan water.
(groter opp in contact met water)
toename van cellen verlaagt de opp-volume ratio.
voordelen van complexe body plans:
extern skelet kan bescherming bieden tegen predatoren, zintuig organen
kunnen de omgeving waarnemen, interne verteringsorganen kunnen voedsel
langzaam verteren.
https://www.youtube.com/watch?v=huKUJsqik2I
Week 1 2
, Hierarchie van body plan organisatie
Weefsel = groep cellen met dezelfde structuur en/of functie
Er zijn 4 typen weefsels:
epitheelweefsel
steunweefsel
spierweefsel
zenuwweefsel
Week 1 3