Privaatrecht 1, overeenkomstenrecht
Werkcolleges
Werkcollege 1
LEERDOEL 1
De gelaagde structuur van de BW.
Van steeds algemenere regels naar specifiekere regels.
In privaatrecht zit de BW, hierin is bij elk boek een ander onderwerp belangrijk. In
deze cursus is boek 3,6,7 en 7A het belangrijkste.
LEERDOEL 2
Beginselen van het privaatrecht kunnen herkennen in een casus.
1. Contractsvrijheid je mag alles afspreken wat je wil, maar het mag niet in
strijd zijn met de openbare orde.
2. Pacta sunt servanda wat je belooft moet je nakomen.
3. Vormvrijheid vrij in de vorm hoe je een afspraak maakt, tenzij de wet
anders bepaalt. (Bvb een mondelinge of schriftelijke afspraak)
4. Redelijkheid en de billijkheid beroepen bij de rechter als vangnet op het
moment dat iets niet redelijk en billijk is. (Beroep op redelijkheid en billijkheid)
5. Bijzonder gaat voor algemeen specifieke regel gaat voor op de algemene
regel.
, LEERDOEL 3
De student herkent de begrippen rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot
rechtsfeit en verbintenis in een casus.
Het schema in het boek op bladzijde 59 moet je uit je hoofd leren.
Feiten: je hebt feiten zonder rechtsgevolg en feiten met rechtsgevolg.
- Feiten zonder rechtsgevolg: het recht verbindt hier geen gevolgen aan.
- Rechtsfeiten: het recht verbindt hier wel gevolgen aan.
Rechtsfeiten: dit kan je weer onderscheiden in blote rechtsfeiten en handelingen.
- Handeling: vereist een bewuste menselijke handeling voor een rechtsgevolg.
- Blote rechtsfeiten: vereist geen bewuste menselijke handeling, maar het
zorgt toch wel een rechtshandeling. (Geboorte van een kind)
Handelingen: kan je onder verdelen in rechtshandelingen en feitelijke handelingen.
- Rechtshandelingen: vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeft geopenbaard. Art. 3:33 BW
- Feitelijke handelingen: een menselijke handeling met een rechtsgevolg,
maar de wil is niet vereist of de wil doet niet ter zake.
Feitelijke handelingen: kan je onder verdelen in (on-)rechtmatige daad.
- Rechtmatige daad: geen onrechtmatige daad zijn.
- Onrechtmatige daad: de wet verplicht tot het vergoeden van de schade.
Rechtshandelingen: onder te verdelen in eenzijdige/meerzijdige rechtshandeling.
- Eenzijdige rechtshandeling: Alleen de wilsuiting van een persoon is nodig.
- Meerzijdige rechtshandeling: Verklaring van meerdere personen is nodig om
het beoogde rechtsgevolg te doen intreden.
Werkcolleges
Werkcollege 1
LEERDOEL 1
De gelaagde structuur van de BW.
Van steeds algemenere regels naar specifiekere regels.
In privaatrecht zit de BW, hierin is bij elk boek een ander onderwerp belangrijk. In
deze cursus is boek 3,6,7 en 7A het belangrijkste.
LEERDOEL 2
Beginselen van het privaatrecht kunnen herkennen in een casus.
1. Contractsvrijheid je mag alles afspreken wat je wil, maar het mag niet in
strijd zijn met de openbare orde.
2. Pacta sunt servanda wat je belooft moet je nakomen.
3. Vormvrijheid vrij in de vorm hoe je een afspraak maakt, tenzij de wet
anders bepaalt. (Bvb een mondelinge of schriftelijke afspraak)
4. Redelijkheid en de billijkheid beroepen bij de rechter als vangnet op het
moment dat iets niet redelijk en billijk is. (Beroep op redelijkheid en billijkheid)
5. Bijzonder gaat voor algemeen specifieke regel gaat voor op de algemene
regel.
, LEERDOEL 3
De student herkent de begrippen rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot
rechtsfeit en verbintenis in een casus.
Het schema in het boek op bladzijde 59 moet je uit je hoofd leren.
Feiten: je hebt feiten zonder rechtsgevolg en feiten met rechtsgevolg.
- Feiten zonder rechtsgevolg: het recht verbindt hier geen gevolgen aan.
- Rechtsfeiten: het recht verbindt hier wel gevolgen aan.
Rechtsfeiten: dit kan je weer onderscheiden in blote rechtsfeiten en handelingen.
- Handeling: vereist een bewuste menselijke handeling voor een rechtsgevolg.
- Blote rechtsfeiten: vereist geen bewuste menselijke handeling, maar het
zorgt toch wel een rechtshandeling. (Geboorte van een kind)
Handelingen: kan je onder verdelen in rechtshandelingen en feitelijke handelingen.
- Rechtshandelingen: vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich
door een verklaring heeft geopenbaard. Art. 3:33 BW
- Feitelijke handelingen: een menselijke handeling met een rechtsgevolg,
maar de wil is niet vereist of de wil doet niet ter zake.
Feitelijke handelingen: kan je onder verdelen in (on-)rechtmatige daad.
- Rechtmatige daad: geen onrechtmatige daad zijn.
- Onrechtmatige daad: de wet verplicht tot het vergoeden van de schade.
Rechtshandelingen: onder te verdelen in eenzijdige/meerzijdige rechtshandeling.
- Eenzijdige rechtshandeling: Alleen de wilsuiting van een persoon is nodig.
- Meerzijdige rechtshandeling: Verklaring van meerdere personen is nodig om
het beoogde rechtsgevolg te doen intreden.