Naar samenhangend behandelen in de GGZ
6e druk 2020
C. Janzing
9789031388608
Bohn Stafleu van Loghum
75 uitdagende oefenvragen met antwoorden uit hele boek
Ze beginnen vrij gemakkelijk maar worden steeds iets moeilijker
,Inhoud
Hoofdstuk 1: Het therapeutisch milieu........................................................3
Hoofdstuk 2: De rol van de hulpverlener.....................................................3
Hoofdstuk 3: Interactie en communicatie....................................................3
Hoofdstuk 4: Groepsdynamiek....................................................................4
Hoofdstuk 5: Structuur en regels.................................................................4
Hoofdstuk 6: Bejegening van cliënten.........................................................4
Hoofdstuk 7: Crisisinterventie.....................................................................5
Hoofdstuk 8: Psychosociale begeleiding......................................................5
Hoofdstuk 9: Professionele samenwerking..................................................6
Hoofdstuk 10: Zelfzorg voor hulpverleners.................................................6
Hoofdstuk 11: Specifieke doelgroepen........................................................8
Hoofdstuk 12: Methodieken in een therapeutisch milieu............................9
Hoofdstuk 13: Uitdagingen en dilemma’s in de praktijk............................10
Hoofdstuk 14: Evaluatie en ontwikkeling van het therapeutisch milieu....11
Casussen en praktijkvragen......................................................................11
Hoofdstuk 15: Toekomstperspectieven en ontwikkelingen........................12
, Hoofdstuk 1: Het therapeutisch milieu
1. Wat zijn de kernprincipes van een therapeutisch milieu?
Het bieden van veiligheid, structuur, ondersteuning, validatie en
stimulering van autonomie.
2. Waarom is een therapeutisch milieu belangrijk in de
geestelijke gezondheidszorg?
Het biedt een veilige omgeving waarin cliënten zich kunnen
ontwikkelen en herstellen.
3. Hoe draagt de fysieke omgeving bij aan een therapeutisch
milieu?
Door rust en privacy te waarborgen, uitnodigende ruimtes te
creëren en overprikkeling te vermijden.
Hoofdstuk 2: De rol van de hulpverlener
4. Welke competenties zijn essentieel voor een hulpverlener in
een therapeutisch milieu?
Empathie, communicatieve vaardigheden, zelfreflectie en het
vermogen grenzen te stellen.
5. Hoe kan een hulpverlener professioneel afstand houden
zonder onpersoonlijk over te komen?
Door empathisch te blijven en duidelijke, ondersteunende
communicatie te gebruiken.
6. Waarom is zelfreflectie belangrijk voor een hulpverlener?
Om eigen emoties, waarden en gedrag te begrijpen en te
voorkomen dat deze de therapie beïnvloeden.
Hoofdstuk 3: Interactie en communicatie
7. Wat is het belang van non-verbale communicatie in een
therapeutisch milieu?
Non-verbale communicatie kan emoties en intenties duidelijk
maken, zelfs zonder woorden.
8. Hoe herken je incongruentie tussen verbale en non-verbale
communicatie bij een cliënt?
Door te letten op signalen zoals ontwijkende blik, spanning in het
lichaam of tegenstrijdige uitingen.