pluriforme samenleving
Hoofdstuk 4 Motieven om te migreren
§4.1 Arbeidsmigranten
- (1960) Door groeiende economie was er werk in overvloed in fabriek voor
➢ migranten
➢ gastarbeiders
(2020) arbeidsmigranten
➢ gastarbeiders
➢ illegalen
→ mensen die geen wettige toestemming hebben om hier te wonen/werken
➢ kennismigranten
§4.2 Postkoloniale migranten
- Rijksgenoten: rijke Nederlandse inwoners van kolonies.
- (1949) Nederlandse Indiërs: mensen die naar Nederland emigreerden wanneer
Indië onafhankelijk werd van Nederland.
- (1975) Surinamers: na onafhankelijkheid Suriname kregen Surinamers de keuze
tussen Surinaamse of Nederlandse nationaliteit.
- (1960) Antillianen: grote werkloosheid door daling oliebedrijven in tegenstelling tot
Nederland waar een tekort heerste aan arbeidskrachten
§4.3 Gezinsherenigers en gezinsvormers
- Gezinshereniging
→ mensen die legaal in Nederland verblijven en hun gezinsleden laten overkomen
- Gezinsvorming
→ een Nederlander of iemand met een verblijfsvergunning die met een buitenlander
trouwt en hier een gezin sticht
§4.4 Vluchtelingen
- Vluchteling
→ zij worden vervolgd vanwege hun geloof, politieke overtuiging of seksuele
geaardheid of als zij op de vlucht moeten vanwege oorlogsgeweld (of nu ook
klimaatverandering)
➢ worden opgevangen in regio’s of buurlanden
➢ Asielzoeker vraagt een asiel aan voor permanente vestiging. Deze aanvraag
wordt ingediend en dan begint je asielprocedure. Immigratie-en
Naturalisatiedienst (IND) kijkt of iemand wel of geen recht heeft op een
verblijfsvergunning.
§4.5 Internationale verdragen
, 1. (1948) Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: waarin staat dat een
land niet mag discrimineren en dat de rechten en vrijheden van de mensen moeten
worden nagekomen.
2. (1950) Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: verplicht Nederland om
inwoners de gelegenheid te geven tot gezinshereniging/gezinsvorming, maar hierbij
mag de overheid wel aanvullende voorwaarden stellen.
3. (1951) VN-Vluchtelingenverdrag: vormt de basis voor het asielrecht.
4. (1985) Akkoord van Schengen: afgesproken dat er vrij verkeer van personen en
goederen geldt. De binnengrenzen van de landen in het Schengengebied zijn dus
open en dit omvat 26 landen.
Hoofdstuk 5 Migratie als verrijking en als verlies
§5.1 Verandering van generaties
- Bij migratie wordt gesproken van ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ , maar
de werkelijkheid van de integratie is weerbarstiger
- Verschillen tussen migranten ouders en hun kinderen
➢ verandering van generaties. Bv. de taal, die verslechterd van generatie op
generatie
➢ gemengde huwelijken. Bv. kinderen trouwen buiten de eigen gemeenschap
➢ remittances. Bv. migrantenouders sturen geld naar land van herkomst en
kinderen wordt de oriëntatie op het land van herkomst steeds minder, dus ook
het sturen van het geld.
§5.2 Migranten: een vertrouwde wereld gaat verloren
- De meeste migranten verliezen hun vertrouwde wereld
➢ Vervreemding: mensen voelen zich niet thuis in hun omgeving
➢ Verlies: vertrouwde wereld
- Misverstanden: veel migranten hebben het gevoel dat ze tussen twee werelden
verdwaald zijn geraakt, ook wel een verwarde ervaring.
➢ Tijd om een plek te verwerven in het nieuwe land
➢ Moeilijkheid taal - moeilijk communiceren
- Tegenstrijdige ambities: sommige ouders waken ervoor dat zij hun kinderen niet
verliezen aan een samenleving waarvan ze de gewoontes en gebruiken in twijfel
trekken of eenvoudigweg niet begrijpen.
§5.3 Autochtone weerstanden
- Ingezetenen hebben het gevoel dat hun vertrouwde wereld verloren gaat door
migranten. Ook wel gezegd: mensen zijn bang dat ze hun cultuur kwijt raken.
➢ Deze botsingen hebben te maken met de symbolische lading, waarbij de
kwesties gaan over de omgang met culturele verschillen.
- afkeer van immigratie door terroristische aanslagen is vermengd geraakt met
onzekerheid over de vestiging van de Islam. De wrijvingen zijn talrijk: normen en
waarden botsen met elkaar
Hoofdstuk 4 Motieven om te migreren
§4.1 Arbeidsmigranten
- (1960) Door groeiende economie was er werk in overvloed in fabriek voor
➢ migranten
➢ gastarbeiders
(2020) arbeidsmigranten
➢ gastarbeiders
➢ illegalen
→ mensen die geen wettige toestemming hebben om hier te wonen/werken
➢ kennismigranten
§4.2 Postkoloniale migranten
- Rijksgenoten: rijke Nederlandse inwoners van kolonies.
- (1949) Nederlandse Indiërs: mensen die naar Nederland emigreerden wanneer
Indië onafhankelijk werd van Nederland.
- (1975) Surinamers: na onafhankelijkheid Suriname kregen Surinamers de keuze
tussen Surinaamse of Nederlandse nationaliteit.
- (1960) Antillianen: grote werkloosheid door daling oliebedrijven in tegenstelling tot
Nederland waar een tekort heerste aan arbeidskrachten
§4.3 Gezinsherenigers en gezinsvormers
- Gezinshereniging
→ mensen die legaal in Nederland verblijven en hun gezinsleden laten overkomen
- Gezinsvorming
→ een Nederlander of iemand met een verblijfsvergunning die met een buitenlander
trouwt en hier een gezin sticht
§4.4 Vluchtelingen
- Vluchteling
→ zij worden vervolgd vanwege hun geloof, politieke overtuiging of seksuele
geaardheid of als zij op de vlucht moeten vanwege oorlogsgeweld (of nu ook
klimaatverandering)
➢ worden opgevangen in regio’s of buurlanden
➢ Asielzoeker vraagt een asiel aan voor permanente vestiging. Deze aanvraag
wordt ingediend en dan begint je asielprocedure. Immigratie-en
Naturalisatiedienst (IND) kijkt of iemand wel of geen recht heeft op een
verblijfsvergunning.
§4.5 Internationale verdragen
, 1. (1948) Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: waarin staat dat een
land niet mag discrimineren en dat de rechten en vrijheden van de mensen moeten
worden nagekomen.
2. (1950) Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: verplicht Nederland om
inwoners de gelegenheid te geven tot gezinshereniging/gezinsvorming, maar hierbij
mag de overheid wel aanvullende voorwaarden stellen.
3. (1951) VN-Vluchtelingenverdrag: vormt de basis voor het asielrecht.
4. (1985) Akkoord van Schengen: afgesproken dat er vrij verkeer van personen en
goederen geldt. De binnengrenzen van de landen in het Schengengebied zijn dus
open en dit omvat 26 landen.
Hoofdstuk 5 Migratie als verrijking en als verlies
§5.1 Verandering van generaties
- Bij migratie wordt gesproken van ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ , maar
de werkelijkheid van de integratie is weerbarstiger
- Verschillen tussen migranten ouders en hun kinderen
➢ verandering van generaties. Bv. de taal, die verslechterd van generatie op
generatie
➢ gemengde huwelijken. Bv. kinderen trouwen buiten de eigen gemeenschap
➢ remittances. Bv. migrantenouders sturen geld naar land van herkomst en
kinderen wordt de oriëntatie op het land van herkomst steeds minder, dus ook
het sturen van het geld.
§5.2 Migranten: een vertrouwde wereld gaat verloren
- De meeste migranten verliezen hun vertrouwde wereld
➢ Vervreemding: mensen voelen zich niet thuis in hun omgeving
➢ Verlies: vertrouwde wereld
- Misverstanden: veel migranten hebben het gevoel dat ze tussen twee werelden
verdwaald zijn geraakt, ook wel een verwarde ervaring.
➢ Tijd om een plek te verwerven in het nieuwe land
➢ Moeilijkheid taal - moeilijk communiceren
- Tegenstrijdige ambities: sommige ouders waken ervoor dat zij hun kinderen niet
verliezen aan een samenleving waarvan ze de gewoontes en gebruiken in twijfel
trekken of eenvoudigweg niet begrijpen.
§5.3 Autochtone weerstanden
- Ingezetenen hebben het gevoel dat hun vertrouwde wereld verloren gaat door
migranten. Ook wel gezegd: mensen zijn bang dat ze hun cultuur kwijt raken.
➢ Deze botsingen hebben te maken met de symbolische lading, waarbij de
kwesties gaan over de omgang met culturele verschillen.
- afkeer van immigratie door terroristische aanslagen is vermengd geraakt met
onzekerheid over de vestiging van de Islam. De wrijvingen zijn talrijk: normen en
waarden botsen met elkaar