7.1 Koolwaterstoffen
Koolwaterstoffen bevatten C & H atomen
Alkanen: - Verzadigde C-C
- Uitgang -aan
- C2H2n+2
Alkenen: - Onverzadigde C=C
- Uitgang -een
- CnH2n
Alkynen: - Onverzadigde C≡C
- Uitgang -yn
- C2H2n-2
Alkenen en alkynen vanaf stam But- (4) moet er een plaatsnummer voor de uitgang staan. Er zijn dan
isomeren mogelijk. Isomeren hebben een zelfde molecuulformule maar een andere
structuurformule.
vertakt -> er zit een zijgroep aan de keten die C bevat
- CH3 = methyl
- C2H5 = ethyl But – 1 – een
Bron van koolwaterstoffen zijn de fossiele brandstoffen: steenkool, aardgas, aardolie-> mengsel van
stoffen.
Aardolie: - Scheiding d.m.v. destillatie, je krijgt fracties (mengsels) met een kooktraject. Bij
gefractioneerde destillatie van aardolie ontstaan een aantal fracties met
verschillende kooktrajecten.
- Langere ketens kun je kraken d.m.v. hitte.
- Katalysatoren splitsen langere ketens in kortere ketens.
- Alkaan -> alkaan + alkeen
Vb: C14H30 -> C8H18 + C6H12
7.2 Karakteristieke groepen
Naamgeving
Zuur: - Structuurformule
- Altijd achtervoegsel -zuur
- Geen plaatsnummer(s) door vast plek, begin en/of
eind
Alcoholen: - -OH
- Achtervoegsel -ol
- Voorvoegsel Hydroxy-
, Aminen: - - NH2
- Achtervoegsel -amine
- Voorvoegsel amino-
Halogenen - -F Fluor-
- -Cl Chloor-
- -Br Broom-
- -I Jood-
- Achtervoegsel niet mogelijk
= deze atomen kunnen waterstofbruggen vormen
= waterstofbruggen
Uitleggen op microniveau of een moleculaire stof goed oplost in water.
- Praat over moleculen/bindingen/groep.
- Vergeet de waterstofmoleculen niet
- Conclusie mag op macroniveau
- Als ze willen dat je figuur X erbij betrekt begin daar dan eerst over.
Wel doen:
Niet - Over atomen/ionen beginnen
doen: - Niet over water, maar over watermoleculen praten
- Té kort antwoord geven
Mengen:
Polair/hydrofiel -> houd van watermoleculen (bevat OH/NH)
Apolair/hydrofoob -> houd niet van watermoleculen (bevat geen OH/NH), bevat alleen C,H.
Grens ligt bij 1 OH/NH per 3 C-atomen. Hoe groter het apolaire gedeelte hoe lastiger het mengen.
7.3 Substitutie versus additie
Additie: - Toevoegen
- Koolwaterstof is onverzadigd (alkeen/alkyn)
- Reactie met halogenen Cl2, Br2, F2, I2, + H2 -> HCl, HF, HBr, HI, H2O
- Na de pijl, 1 reactieproduct verzadigd (isomeren zijn mogelijk)
Vb: reactie van But – 1 – een met water
Substitutie: - Vervangen