1.1
- Percentages berekenen
Als een percentage toeneemt dan doe je 100% + het aantal toenemende percentage. Als volgt maak
je van dat getal een factor door het een getal zo kleinte maken dat er nog maar 1 cijfer voor de
komma staat. Dit getal heet de factor. Nu zul je de factor keer het bedrag van het voorwerp doen. Als
een percentage afneemt dan doe je het aantal procent van de 100 af en maak je daar een factor van.
Vb: De fiets kost exclusief 90,- er komt 21% btw overheen. Hoeveel kost de fiets nu?
100% + 21 = 121%
121 -> factor = 1,21
90 ∙ 1,21 = 108,90 euro
Dus als de fiets inclusief btw is dan is hij 108,90 euro waard.
Vb: de fiets kost inclusief 90,- euro maar heeft nu 20% korting. Hoeveel kost de fiets?
100 – 20 = 80
80 -> factor = 0,80
90 ∙ 0,80 = 72,- euro
Dus als de fiets 20% korting heeft op 90,- word hij 72,- euro.
- Hoeveel procent is A van B?
Deel / geheel ∙ 100%
Vb: Als er 28 leerlingen in het klaslokaal zitten en 6 leerlingen daarvan hebben een geel T-shirt aan.
Hoeveel procent van de leerlingen heeft dan een geel, T-shirt aan?
∙ 100% = 21,4 %
Vb: 11 van 53.
∙ 100% = 20,8 %
- Procentuele verandering
Nieuw – oud / oud ∙ 100 % = antwoord
Vb: De school had vorig jaar 1563 leerlingen, dit jaar is dat 1304. Wat is de procentuele verandering ?
1563 = oud 1304 = nieuw
1304 – ∙ 100 % = -16,6 % afname