- Welke bloedvaten voorzien het hart van zuurstof: Kransslagaderen.
- Wat is de Latijnse benaming: Coronairen.
- Waar ontspringen deze uit: Aorta.
- Waar begint de stroomvoorziening: Sinusknoop.
- Wat voorkomt terugstroom van bloed in het hart: Kleppen (door peeskoortjes gaat
de klep maar een kant op).
- Wat gebeurt er als weefsel geen bloed krijgt: Het weefsel sterft af.
- Wat is de medische benaming: Infarct.
Volgorde van het bloed:
- Via de vena cava inferior (onderste holle ader) komt het bloed het hart in via het
rechter atrium, stroomt het bloed naar het rechterventrikel.
- Vanuit het rechterventrikel gaat het naar de longslagader (arterie pulmonalis),
longader (vena pulmonalis) en mondt uit in het linker atrium.
Stroomgeleiding van het hart:
- Spiercellen van het atrium krijgen stroom waardoor het samentrekt, het bloed wordt
vanuit de atriums naar de ventrikels gestuwd. AV-knoop (atrioventriculaire kleppen),
waarbij de annulus fibrosus de stroomgeleiding even vasthoudt, vanuit de AV-knoop
gaat de stroomgeleiding naar de ventrikels over de bundels van HIS.
- De stroom gaat over de ventrikels, waardoor deze samentrekken. Erna volgt een
rustfase, dit wordt diastole genaamd. Tijdens het samentrekken, heet dit systole.
Sinusknoop tussen 60-90 per minuut. Het vegetatieve zenuwstelsel zorgt voor het
stimuleren van de sinusknoop, waardoor het tempo wordt opgevoerd.