Zuijdendorp/Udink (week 1)
Tussen wn en wg zijn concurrentiebedingen overeengekomen. Wg is failliet verklaard
en de concurrentiebedingen worden gematigd tot een klantenbeding voor 0,5 jaar in
plaats van 1,5 jaar. In het kader van een doorstart zijn sommige wn aangenomen
binnen een andere vennootschap. Wn vorderen tenietdoening dan wel schorsing van
het non-concurrentiebeding. De curator verzet zich hiertegen, omdat als het zou
worden toegewezen, wn bij klanten van hun oude wg aan de slag konden gaan en
werkzaamheden van doorstartende onderneming zouden kunnen bedreigen.
Van de 0,5 jaar zijn reeds 3 maanden verstreken van het non-concurrentiebeding.
Kantonrechter stelt vast dat indien wn de klanten van de onderneming zouden
benaderen, zou dit de doodsteek van de onderneming zijn. Onder deze
omstandigheden komt het voor rekening en risico van de werknemers dat zij ervoor
hebben gekozen om niet in dienst te treden van de doorstartende onderneming.
Gelet ook op het feit dat de non-concurrentiebedingen reeds aanzienlijk gematigd
zijn, dient in deze zaak het belang van de curator de doorslag te geven.
Brabant/van Uffelen (week 1)
Van Uffelen is in dienst getreden als assistent-makelaar bij Brabant. Er is toen een
concurrentiebeding opgenomen. Daarna is van Uffelen als mededirecteur in haar
dienst benoemd. Bijna 3 jaar later zegt van Uffelen zijn functie tot mededirecteur op
en heeft Brabant hier mee toegestemd.
Was het concurrentiebeding dat hij heeft getekend voor de functie assistent-
makelaar geldig toen hij werd benoemd als mededirecteur? Er werd namelijk geen
nieuw concurrentiebeding overeengekomen.
Bij de beantwoording van die vraag is van belang:
Enerzijds de wijziging die de benoeming tot mededirecteur in het gegeven geval
heeft gebracht in de arbeidsverhouding tussen partijen;
Anderzijds de bijzondere plaats die het concurrentiebeding daarbij inneemt.
Wat het concurrentiebeding betreft, art. 7:653 beperkt het de werknemer in zijn recht
om na het einde van zijn dienstbetrekking werkzaam te zijn op de wijze die hem
goeddunkt en kan hem dus treffen in een zwaarwegend belang, namelijk de wijze
waarop hij in zijn levensonderhoud voorziet.
De wet heeft voor het aangaan van zo’n streng beding strengere voorwaarden
gesteld dan voor de arbeidsovereenkomst in het algemeen. Deze strengere
voorwaarden dienen ook te gelden indien de wijziging in de arbeidsverhouding van
zo’n grijpende aard is, dat het concurrentiebeding aannemelijk zwaarder is gaan
drukken, hetgeen dan medebrengt dat de in het vereiste van geschrift gelegen
bijzondere waarborg, dat de werknemer de consequenties van dit voor hem
bezwarende beding goed heeft overwogen, hier opnieuw op zijn plaats is.
De vraag is door het Hof ontkennend beantwoord.
Wanneer een functiewijziging plaatsvindt en een concurrentiebeding dat is
overeengekomen met betrekking tot de eerste functie zwaarder gaat drukken, heeft
deze geen gelding wanneer er eveneens geen concurrentiebeding is
overeengekomen voor de tweede functie. Met andere woorden: het
, concurrentiebeding verliest zijn geldigheid na functiewijziging als het niet
opnieuw schriftelijk overeengekomen wordt, indien zich een ingrijpende
wijziging voordoet waardoor het concurrentiebeding zwaarder gaat drukken.
AVM-arresten (week 1)
Twee werknemers van AVM, een advies- en accountancy bureau.
De Hoge Raad heeft bepaald dat het concurrentiebeding niet direct komt te vervallen
indien komt vast te staan dat de arbeidsverhouding ingrijpend is gewijzigd. De
rechter zal namelijk eerst moeten motiveren of het concurrentiebeding door die
ingrijpende wijziging aannemelijk zwaarder is gaan drukken.
Het feit dat de functie ingrijpend is gewijzigd, is dus niet meer voldoende voor het
verlies van de geldigheid van het concurrentiebeding, anders dan onder de tot dan
bestaande leer wel werd genomen. Of de functiewijziging een belemmering vormt
voor de werknemer om een nieuwe vergelijkbare werking te vinden, zal de rechter
bekijken aan de hand van een vergelijking van de arbeidsmarktpositie van de
werknemer voor en na de functiewijziging.
Ook hoeft het beding niet in zijn geheel vernietigd te worden, maar kan het ook
gedeeltelijk in stand blijven.
ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5108 (week 2)
Door omstandigheid waarin de gemeente Enschede een rol speelt. Door
bezuinigingen kon het werk bij de gemeente niet meer worden voortgezet.
Gemeente heeft een payroll club die geeft dan personeel aan de gemeente. De
werving en selectie werd dan ook gedaan met de gemeente en dat is ook degene
niet gezag heeft over de wn. Verder was de gemeente niet in beeld.
Gemeente heeft geen mensen meer nodig en maakt gebruik van art. 7:671b.
(ontbinding)
“Ik wil de arbeidsovereenkomst ontbinden van deze mensen omdat die worden
uitgeleend aan de gemeente en zij hebben geen werk meer voor ze. En ons reden
van bestaan is dat wij mensen uitlenen aan de gemeente, dit is ook de rede dat wij
zijn opgericht. Er is dus nu sprake van een lege arbeidsovereenkomst.”
De rechter wijst ontbinding af, omdat de vraag is: wie is de wg?
Arbeidsovereenkomst kan ontbonden worden tussen wg en wn. Als “u” payroll niet
de baas bent, dan kan ik niet de arbeidsovereenkomst ontbinden. We kijken naar de
uitvoering (gezag, functioneringsgesprekken, werving en selectie). Uiteindelijk is er
een vso getekend door de wn en gemeente.
Advocaat wn zegt dat het bullshit is, omdat het een bedrijfje is dat is opgericht ten
behoeve van de gemeente. Het is dus niet het bij elkaar brengen van vraag en
aanbod, zoals bedoeld. Rechter oordeelt dat en zegt dat er sprake is van een
schijnfunctie. Gemeente is wg.
Dit is het begin van de payroll jurisprudentie van NL.
ECLI:NL:HR:2016:2356 = Care4Care (week 2)
Er zijn twee partijen, het ziekenhuis en C4C.
Tussen wn en wg zijn concurrentiebedingen overeengekomen. Wg is failliet verklaard
en de concurrentiebedingen worden gematigd tot een klantenbeding voor 0,5 jaar in
plaats van 1,5 jaar. In het kader van een doorstart zijn sommige wn aangenomen
binnen een andere vennootschap. Wn vorderen tenietdoening dan wel schorsing van
het non-concurrentiebeding. De curator verzet zich hiertegen, omdat als het zou
worden toegewezen, wn bij klanten van hun oude wg aan de slag konden gaan en
werkzaamheden van doorstartende onderneming zouden kunnen bedreigen.
Van de 0,5 jaar zijn reeds 3 maanden verstreken van het non-concurrentiebeding.
Kantonrechter stelt vast dat indien wn de klanten van de onderneming zouden
benaderen, zou dit de doodsteek van de onderneming zijn. Onder deze
omstandigheden komt het voor rekening en risico van de werknemers dat zij ervoor
hebben gekozen om niet in dienst te treden van de doorstartende onderneming.
Gelet ook op het feit dat de non-concurrentiebedingen reeds aanzienlijk gematigd
zijn, dient in deze zaak het belang van de curator de doorslag te geven.
Brabant/van Uffelen (week 1)
Van Uffelen is in dienst getreden als assistent-makelaar bij Brabant. Er is toen een
concurrentiebeding opgenomen. Daarna is van Uffelen als mededirecteur in haar
dienst benoemd. Bijna 3 jaar later zegt van Uffelen zijn functie tot mededirecteur op
en heeft Brabant hier mee toegestemd.
Was het concurrentiebeding dat hij heeft getekend voor de functie assistent-
makelaar geldig toen hij werd benoemd als mededirecteur? Er werd namelijk geen
nieuw concurrentiebeding overeengekomen.
Bij de beantwoording van die vraag is van belang:
Enerzijds de wijziging die de benoeming tot mededirecteur in het gegeven geval
heeft gebracht in de arbeidsverhouding tussen partijen;
Anderzijds de bijzondere plaats die het concurrentiebeding daarbij inneemt.
Wat het concurrentiebeding betreft, art. 7:653 beperkt het de werknemer in zijn recht
om na het einde van zijn dienstbetrekking werkzaam te zijn op de wijze die hem
goeddunkt en kan hem dus treffen in een zwaarwegend belang, namelijk de wijze
waarop hij in zijn levensonderhoud voorziet.
De wet heeft voor het aangaan van zo’n streng beding strengere voorwaarden
gesteld dan voor de arbeidsovereenkomst in het algemeen. Deze strengere
voorwaarden dienen ook te gelden indien de wijziging in de arbeidsverhouding van
zo’n grijpende aard is, dat het concurrentiebeding aannemelijk zwaarder is gaan
drukken, hetgeen dan medebrengt dat de in het vereiste van geschrift gelegen
bijzondere waarborg, dat de werknemer de consequenties van dit voor hem
bezwarende beding goed heeft overwogen, hier opnieuw op zijn plaats is.
De vraag is door het Hof ontkennend beantwoord.
Wanneer een functiewijziging plaatsvindt en een concurrentiebeding dat is
overeengekomen met betrekking tot de eerste functie zwaarder gaat drukken, heeft
deze geen gelding wanneer er eveneens geen concurrentiebeding is
overeengekomen voor de tweede functie. Met andere woorden: het
, concurrentiebeding verliest zijn geldigheid na functiewijziging als het niet
opnieuw schriftelijk overeengekomen wordt, indien zich een ingrijpende
wijziging voordoet waardoor het concurrentiebeding zwaarder gaat drukken.
AVM-arresten (week 1)
Twee werknemers van AVM, een advies- en accountancy bureau.
De Hoge Raad heeft bepaald dat het concurrentiebeding niet direct komt te vervallen
indien komt vast te staan dat de arbeidsverhouding ingrijpend is gewijzigd. De
rechter zal namelijk eerst moeten motiveren of het concurrentiebeding door die
ingrijpende wijziging aannemelijk zwaarder is gaan drukken.
Het feit dat de functie ingrijpend is gewijzigd, is dus niet meer voldoende voor het
verlies van de geldigheid van het concurrentiebeding, anders dan onder de tot dan
bestaande leer wel werd genomen. Of de functiewijziging een belemmering vormt
voor de werknemer om een nieuwe vergelijkbare werking te vinden, zal de rechter
bekijken aan de hand van een vergelijking van de arbeidsmarktpositie van de
werknemer voor en na de functiewijziging.
Ook hoeft het beding niet in zijn geheel vernietigd te worden, maar kan het ook
gedeeltelijk in stand blijven.
ECLI:NL:RBONE:2013:BZ5108 (week 2)
Door omstandigheid waarin de gemeente Enschede een rol speelt. Door
bezuinigingen kon het werk bij de gemeente niet meer worden voortgezet.
Gemeente heeft een payroll club die geeft dan personeel aan de gemeente. De
werving en selectie werd dan ook gedaan met de gemeente en dat is ook degene
niet gezag heeft over de wn. Verder was de gemeente niet in beeld.
Gemeente heeft geen mensen meer nodig en maakt gebruik van art. 7:671b.
(ontbinding)
“Ik wil de arbeidsovereenkomst ontbinden van deze mensen omdat die worden
uitgeleend aan de gemeente en zij hebben geen werk meer voor ze. En ons reden
van bestaan is dat wij mensen uitlenen aan de gemeente, dit is ook de rede dat wij
zijn opgericht. Er is dus nu sprake van een lege arbeidsovereenkomst.”
De rechter wijst ontbinding af, omdat de vraag is: wie is de wg?
Arbeidsovereenkomst kan ontbonden worden tussen wg en wn. Als “u” payroll niet
de baas bent, dan kan ik niet de arbeidsovereenkomst ontbinden. We kijken naar de
uitvoering (gezag, functioneringsgesprekken, werving en selectie). Uiteindelijk is er
een vso getekend door de wn en gemeente.
Advocaat wn zegt dat het bullshit is, omdat het een bedrijfje is dat is opgericht ten
behoeve van de gemeente. Het is dus niet het bij elkaar brengen van vraag en
aanbod, zoals bedoeld. Rechter oordeelt dat en zegt dat er sprake is van een
schijnfunctie. Gemeente is wg.
Dit is het begin van de payroll jurisprudentie van NL.
ECLI:NL:HR:2016:2356 = Care4Care (week 2)
Er zijn twee partijen, het ziekenhuis en C4C.