Oefentoets MOLBIO Thema 1 t/m 3
Per vraag staat aangegeven hoeveel punten de betreffende vraag kan opleveren
Lees goed de instructies in de vraag, indien van toepassing.
Veel succes bij het maken van de toets.
Pagina 1/21 - Oefentoets MOLBIO - 64962.1.1
, Vraag 2 − 02: 1.1.05 – C’ nummering geven in suiker nucleotide (2 pt) − 197457.1.0
1. Vraag algemeen DNA en RNA (2 pt):
In de figuur is een nucleotide weergegeven.
Geef in de suiker de nummers van de koolstofatomen weer.
C nummers die eventueel overblijven kunnen in de prullenbak.
1 C1
2 C2
3 C3
4 C4
5
4
5 C5
1
3 2
Vraag 3 − 03: 1.2.01 – prokaryoten geen organellen en circulair DNA (2 pt) − 197459.1.0
2. Vraag algemeen DNA en RNA - multiple choice 1 antwoord kiezen (2 pt)
Welk van onderstaande beweringen zijn juist:
1. prokaryoten hebben wel, door membranen omsloten, organellen
2. prokaryoten hebben geen, door membranen omsloten, organellen
3. prokaryoten hebben altijd circulair dubbelstrengs DNA
4. prokaryoten hebben circulair of lineair dubbelstrengs DNA
A Bewering 2 + 3
B Bewering 1 + 3
C Bewering 2 + 4
D Bewering 1 + 4
Pagina 2/21 - Oefentoets MOLBIO - 64962.1.1
, Vraag 4 − 04: 1.2.07 – verklaar hoeveelheid mRNA tov rRNA (4 pt) − 197458.1.0
3. Vraag algemeen DNA en RNA (4 pt):
Meer dan 90% van onze genen coderen via mRNA voor eiwitten en minder dan 10% van onze
genen hebben RNA als eindproduct. Toch hebben we maar 5% mRNA en ongeveer 80% rRNA in
onze cellen? Geef twee verklaringen voor dit verschil in hoeveelheid.
Beoordelingsvoorschrift
Criterium 1 (Aantal punten: 4)
Antwoord 2 van de 3 redenen noemen (2 pt per goed antwoord, max 4 pt)):
- Niet al onze genen die via mRNA voor eiwitten coderen worden in alle cellen afgeschreven,
terwijl rRNA in iedere cel wordt gemaakt
(is nodig in ribosomen)
- Voor transcriptie van rRNA zitten hele efficiënte promoters, waardoor continue productie van
rRNA
- Er zijn meerdere genen die coderen voor hetzelfde rRNA
- Halfwaardetijd
Vraag 6 − 06: 2.1.09 – euk S fase, ORC, ORI termen en def (3 pt) − 197462.1.0
4. Vraag replicatie (3 pt)
Sleep de juiste definities van rechts naar de bijbehorende termen links
S fase Periode tijdens een eukaryote celcyclus,
waarin het DNA gerepliceerd wordt.
G1 fase
mitose
origin recognition complex Groot multimeer eiwitstructuur dat
gebonden is aan de origin of
replication van het DNA in eukaryote
chromosomen gedurende de celcyclus.
chaperon eiwitten
TFII complex
origin of replication Speciale DNA sequentie waar de DNA
replicatie begint.
promoter
start codon
Pagina 3/21 - Oefentoets MOLBIO - 64962.1.1
Per vraag staat aangegeven hoeveel punten de betreffende vraag kan opleveren
Lees goed de instructies in de vraag, indien van toepassing.
Veel succes bij het maken van de toets.
Pagina 1/21 - Oefentoets MOLBIO - 64962.1.1
, Vraag 2 − 02: 1.1.05 – C’ nummering geven in suiker nucleotide (2 pt) − 197457.1.0
1. Vraag algemeen DNA en RNA (2 pt):
In de figuur is een nucleotide weergegeven.
Geef in de suiker de nummers van de koolstofatomen weer.
C nummers die eventueel overblijven kunnen in de prullenbak.
1 C1
2 C2
3 C3
4 C4
5
4
5 C5
1
3 2
Vraag 3 − 03: 1.2.01 – prokaryoten geen organellen en circulair DNA (2 pt) − 197459.1.0
2. Vraag algemeen DNA en RNA - multiple choice 1 antwoord kiezen (2 pt)
Welk van onderstaande beweringen zijn juist:
1. prokaryoten hebben wel, door membranen omsloten, organellen
2. prokaryoten hebben geen, door membranen omsloten, organellen
3. prokaryoten hebben altijd circulair dubbelstrengs DNA
4. prokaryoten hebben circulair of lineair dubbelstrengs DNA
A Bewering 2 + 3
B Bewering 1 + 3
C Bewering 2 + 4
D Bewering 1 + 4
Pagina 2/21 - Oefentoets MOLBIO - 64962.1.1
, Vraag 4 − 04: 1.2.07 – verklaar hoeveelheid mRNA tov rRNA (4 pt) − 197458.1.0
3. Vraag algemeen DNA en RNA (4 pt):
Meer dan 90% van onze genen coderen via mRNA voor eiwitten en minder dan 10% van onze
genen hebben RNA als eindproduct. Toch hebben we maar 5% mRNA en ongeveer 80% rRNA in
onze cellen? Geef twee verklaringen voor dit verschil in hoeveelheid.
Beoordelingsvoorschrift
Criterium 1 (Aantal punten: 4)
Antwoord 2 van de 3 redenen noemen (2 pt per goed antwoord, max 4 pt)):
- Niet al onze genen die via mRNA voor eiwitten coderen worden in alle cellen afgeschreven,
terwijl rRNA in iedere cel wordt gemaakt
(is nodig in ribosomen)
- Voor transcriptie van rRNA zitten hele efficiënte promoters, waardoor continue productie van
rRNA
- Er zijn meerdere genen die coderen voor hetzelfde rRNA
- Halfwaardetijd
Vraag 6 − 06: 2.1.09 – euk S fase, ORC, ORI termen en def (3 pt) − 197462.1.0
4. Vraag replicatie (3 pt)
Sleep de juiste definities van rechts naar de bijbehorende termen links
S fase Periode tijdens een eukaryote celcyclus,
waarin het DNA gerepliceerd wordt.
G1 fase
mitose
origin recognition complex Groot multimeer eiwitstructuur dat
gebonden is aan de origin of
replication van het DNA in eukaryote
chromosomen gedurende de celcyclus.
chaperon eiwitten
TFII complex
origin of replication Speciale DNA sequentie waar de DNA
replicatie begint.
promoter
start codon
Pagina 3/21 - Oefentoets MOLBIO - 64962.1.1