Verzorgen van kinderen.(pedagogisch werk 1 blz.133)
Ongeletterdheid en laaggeletterdheid
Ongeletterdheid : analfabetisme – kan niet lezen of schrijven
Laaggeletterdheid: als iemand wel kan lezen en schrijven maar daar heel veel moeite mee heeft.
Gevolgen laaggeletterdheid:
- Problemen in de maatschappij
- Op het werk
- In het dagelijks leven
vb. invullen formulieren, voorlezen, geld pinnen, lezen van bijsluiters van medicijnen.
Actieplan ‘geletterdheid in Nederland’ hierin staan maatregelen beschreven die ervoor moeten
zorgen dat het aantal laaggeletterden in Nederland daalt.
Enkele doelen zijn:
- Het is duidelijk zichtbaar op welk niveau een leerling de Nederlandse taal en het rekenen
beheerst
- Taal- en rekenonderwijs wordt op alle scholen zo veel mogelijk op dezelfde manier
aangeboden
- Scholen gebruiken dezelfde woorden en begrippen om het niveau van leerlingen aan te
geven
- Lesmethodes voor taal en rekenen starten in het basisonderwijs en lopen door tot het einde
van het voortgezet onderwijs
Om de doelen te bereiken is er een referentiekader ontwikkeld. Hierin staat beschreven welk taal en
reken niveau je moet hebben op bepaalde momenten in je (school)loopbaan.
Die niveaus noemt men de fundamentele niveaus (F)
5 vakken schijf van 5:
-dranken
-groente en fruit
-smeer- en bereidingsvetten
-zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei
-brood, graanproducten en aardappelen
, PESTEN!
Risicofactor pester :
- weinig of geen aandacht of betrokkenheid of toezicht van ouders
- mishandeling
- opgroeien in een achterstandsbuurt(met armoede of criminaliteit, drugs)
- opgroeien in een onvolledig gezin of groot gezin
Risicofactor slachtoffer:
- kinderen met weinig zelfvertrouwen
- hebben geen of weinig vrienden en voelen zich eenzaam
het is de vraag of deze kenmerken veroorzaakt zijn door het pesten of dat deze het pesten
juist uitlokt
sommige kinderen zijn extra kwetsbaar door:
- vroeggeboorte
- lichamelijke en/of verstandelijke beperking
- gedragsproblemen
- fysieke/emotionele afhankelijkheid van ouders
zondebok fenomeen:
vijandig gedrag tegen een onschuldig, hulpeloos slachtoffer. Dit verschijnsel komt vaak voor bij
mensen en dieren die frustratie en onvermogen afreageren op de zwaksten in de groep. Eén persoon
of minderheidsgroep krijgt telkens weer ergens de schuld van.
De assistent:
Iemand die de Pester in zijn gedrag aanmoedigt vanaf de zijlijn.
De meeloper:
Een kind dat zwijgend of lachend onbewust de acties van de pester goedkeurt, ook al pest het zelf
niet zichtbaar mee. Meelopers zijn vaak onzeker en bang voor de pester. Ze zorgen ervoor dat zij
geen slachtoffer worden. Door mee te lachen, horen ze erbij.
De zwijgers:
Kinderen die wel weten dat er gepest wordt, maar er niets tegen doen.
Zij lachen niet, kijken niet toe, maar negeren het pesten en zeggen er niets van uit angst zelf
slachtoffer te worden. Zij tolereren zo feitelijk(onbewust) het gedrag van de pester en zijn assistent.
De verdediger:
In een groep is altijd wel minstens 1 kind dat een steun kan zijn voor het slachtoffer. Dit kind durft af
en toe op te komen voor de gepeste, maar zal waarschijnlijk niet optreden tegen de pester. Ondanks
de groepsdruk gaat hij wel met het slachtoffer om en is hij, als de pester uit beeld is, een grote steun
voor het slachtoffer.