SAMENHANG TUSSEN LEIDERSCHAPSSTIJLEN EN ANGSTIGE HECHTING
De samenhang tussen leiderschapsstijlen en werkgerelateerde angstige hechting
Student: Ilsevd
Studentnummer: 85…….
Adres:
Email:
Cursus: PB0802 Onderzoekspracticum Cross-sectioneel Onderzoek
Begeleider:
Examinator:
Inleverdatum: 09-08-19
, SAMENHANG TUSSEN LEIDERSCHAPSSTIJLEN EN ANGSTIGE HECHTING
De samenhang tussen leiderschapsstijlen en werk gerelateerde angstige hechting
Om te onderzoeken in hoeverre er een relatie is tussen leiderschap en hechting binnen de
werksfeer, kan er een vergelijking worden gemaakt met de relatie tussen leiderschap en
hechting binnen de familiesfeer. De relatie tussen leidinggevende en werknemer is namelijk
vergelijkbaar met de relatie tussen ouder en kind (Popper& Mayseless, 2003). Voor
werknemers is het van belang dat ze zich veilig voelen op hun werk, omdat het hun inzet
bevorderd als ze zich competent en autonoom voelen. Motivatie hangt dus samen met
competentie en autonomie en deze twee componenten zullen zich eerder voordoen als er
binnen een organisatie sprake is van een veilige basis. Deze basis dient geboden te worden
door de leidinggevenden ter bevordering van de ontwikkeling van de werknemers. Dit blijkt
ook het geval te zijn als het gaat om de relatie tussen ouder en kind. Zo is de hechting tussen
kind en ouder uiterst belangrijk voor een goede emotionele ontwikkeling van het kind. Het
belang van deze goede en veilige hechting werd in de hechtingstheorie van Bowlby (1989)
benadrukt.
Volgens de hechtingstheorie komt de band die een kind met zijn of haar primaire
verzorgers heeft gehad, op latere leeftijd tot uiting in veilige dan wel onveilige
hechtingspatronen of –stijlen binnen de affectieve relaties met nabije anderen (Strydom,
2015). Het hebben van een hechtingsband met de ouders zal een kind in de toekomst tot nut
zijn. Zo ontwikkelen kinderen met een veilige hechting vaak een positief zelfbeeld.
Daartegenover staat dat kinderen die deze veilige hechting niet hebben vaak een angstige
hechting ontwikkelen (Houtmans, 2014). Dit kan hen in de toekomst belemmeringen geven
voor het aangaan van een band met een ander. Zij hebben daarom vaak niet alleen een
negatief zelfbeeld, maar ook een negatief beeld van de ander. Dit in tegenstelling tot
individuen die een veilige hechting hebben ervaren in hun vroege jaren. Onveilig gehechte
individuen hanteren veelal specifieke hechtingsstrategieën in reactie op nonresponsiviteit of
insensitiviteit van nabije anderen. Hierbij valt te denken aan een geïntensiveerd (angstig)
zoeken naar steun of bescherming, ofwel de vermijding van intimiteit waarbij de pogingen om
steun of bescherming te verkrijgen, volledig worden opgeven (Strydom, 2015).
Hechtingsrepresentaties werden volgens Strydom (2015) lange tijd gezien als vrij
stabiele constructen, ook wel bekend als trait-hechting. Het tegendeel (state-hechting) is
inmiddels echter bewezen, aangezien hechting veranderlijk blijkt te zijn bij verloop van tijd
en over verschillende soorten relaties heen. Het blijkt dat individuen hun gedrag richting de
ander onbewust afstemmen op de manier waarop de ander met hen omgaat en de bijbehorende
, SAMENHANG TUSSEN LEIDERSCHAPSSTIJLEN EN ANGSTIGE HECHTING
hechting. De zojuist beschreven relatie op het gebied van hechting tussen ouder en kind valt te
vergelijken met de relatie op het gebied van hechting tussen leidinggevende en werknemer.
Wanneer de leidinggevende een veilige hechting biedt aan de werknemer zal dit de
ontwikkeling van de werknemer ten goede komen. Wanneer deze veilige hechting niet
geboden wordt, kan er sprake zijn van angstige hechting.
Er zijn verschillende soorten hechting. Ainswort (1978) beschrijft drie vormen van hechting:
veilige hechting, angstig-vermijdende hechting en angstig-ambivalente hechting. Batholomew
en Horowitz (1991) hebben deze hechtingstheorie uitgebreid naar vier vormen van
hechtingsstijlen: 1) veilige hechting: het individu heeft een positief zelfbeeld en beeld van de
ander. Het individu voelt zich gewaardeerd en staat positief tegenover de omgang met en
acceptatie van anderen; 2) vermijdende hechting: het individu heeft een positief zelfbeeld,
maar een negatief beeld van de ander. Dit leidt ertoe dat het individu contact met de ander
vermijdt en zich onafhankelijk opstelt; 3) angstige hechting: het individu houdt anderen op
afstand omdat hij er moeite mee heeft om de ander te vertrouwen. Het individu is namelijk
bang om gekwetst te worden. Desondanks is deze persoon niet graag alleen; 4)
gepreoccupeerde hechting: het individu is open over zijn gevoelens, maar vindt meestal dat de
ander meer afstand houdt dan noodzakelijk. Het individu vindt vertrouwen erg belangrijk en
waardeert het contact met de ander. Het individu is echter onzeker over het feit of de ander
het contact andersom ook waardeert (Houtmans, 2014).
Leiderschapsstijlen
De leidinggevende kan verschillende stijlen van leiding geven hebben en het is van belang dat
deze genuanceerd worden. Leiderschapsstijlen kunnen worden onderverdeeld en weergegeven
door middel van 2 modellen, namelijk het transformationele- en het transactionele
leiderschapsmodel (de Hoogh, den Hartog & Koopman, 2004). Bij transformationele
leiderschapsmodellen staat een andere manier van leiding geven centraal dan bij
transactionele modellen. Bij eerstgenoemde gaat het om het enthousiasmeren van de
werknemers door het werk betekenisvol te maken. Dit versterkt de motivatie van de
werknemers. Bij transactionele modellen gaat het om de wisselwerking tussen de
leidinggevende en de werknemer. Leidinggevenden ontvangen werk en werknemers
ontvangen in ruil daarvoor een beloning.
De verschillende dimensies van leiderschap zijn in beeld te brengen door middel van
een opgestelde vragenlijst: Charismatisch Leiderschap in Organisaties (CLIO). Een onderzoek
van De Hoogh et al. (2004) heeft deze vragenlijst ontwikkeld. De vragenlijst richt zich op de
De samenhang tussen leiderschapsstijlen en werkgerelateerde angstige hechting
Student: Ilsevd
Studentnummer: 85…….
Adres:
Email:
Cursus: PB0802 Onderzoekspracticum Cross-sectioneel Onderzoek
Begeleider:
Examinator:
Inleverdatum: 09-08-19
, SAMENHANG TUSSEN LEIDERSCHAPSSTIJLEN EN ANGSTIGE HECHTING
De samenhang tussen leiderschapsstijlen en werk gerelateerde angstige hechting
Om te onderzoeken in hoeverre er een relatie is tussen leiderschap en hechting binnen de
werksfeer, kan er een vergelijking worden gemaakt met de relatie tussen leiderschap en
hechting binnen de familiesfeer. De relatie tussen leidinggevende en werknemer is namelijk
vergelijkbaar met de relatie tussen ouder en kind (Popper& Mayseless, 2003). Voor
werknemers is het van belang dat ze zich veilig voelen op hun werk, omdat het hun inzet
bevorderd als ze zich competent en autonoom voelen. Motivatie hangt dus samen met
competentie en autonomie en deze twee componenten zullen zich eerder voordoen als er
binnen een organisatie sprake is van een veilige basis. Deze basis dient geboden te worden
door de leidinggevenden ter bevordering van de ontwikkeling van de werknemers. Dit blijkt
ook het geval te zijn als het gaat om de relatie tussen ouder en kind. Zo is de hechting tussen
kind en ouder uiterst belangrijk voor een goede emotionele ontwikkeling van het kind. Het
belang van deze goede en veilige hechting werd in de hechtingstheorie van Bowlby (1989)
benadrukt.
Volgens de hechtingstheorie komt de band die een kind met zijn of haar primaire
verzorgers heeft gehad, op latere leeftijd tot uiting in veilige dan wel onveilige
hechtingspatronen of –stijlen binnen de affectieve relaties met nabije anderen (Strydom,
2015). Het hebben van een hechtingsband met de ouders zal een kind in de toekomst tot nut
zijn. Zo ontwikkelen kinderen met een veilige hechting vaak een positief zelfbeeld.
Daartegenover staat dat kinderen die deze veilige hechting niet hebben vaak een angstige
hechting ontwikkelen (Houtmans, 2014). Dit kan hen in de toekomst belemmeringen geven
voor het aangaan van een band met een ander. Zij hebben daarom vaak niet alleen een
negatief zelfbeeld, maar ook een negatief beeld van de ander. Dit in tegenstelling tot
individuen die een veilige hechting hebben ervaren in hun vroege jaren. Onveilig gehechte
individuen hanteren veelal specifieke hechtingsstrategieën in reactie op nonresponsiviteit of
insensitiviteit van nabije anderen. Hierbij valt te denken aan een geïntensiveerd (angstig)
zoeken naar steun of bescherming, ofwel de vermijding van intimiteit waarbij de pogingen om
steun of bescherming te verkrijgen, volledig worden opgeven (Strydom, 2015).
Hechtingsrepresentaties werden volgens Strydom (2015) lange tijd gezien als vrij
stabiele constructen, ook wel bekend als trait-hechting. Het tegendeel (state-hechting) is
inmiddels echter bewezen, aangezien hechting veranderlijk blijkt te zijn bij verloop van tijd
en over verschillende soorten relaties heen. Het blijkt dat individuen hun gedrag richting de
ander onbewust afstemmen op de manier waarop de ander met hen omgaat en de bijbehorende
, SAMENHANG TUSSEN LEIDERSCHAPSSTIJLEN EN ANGSTIGE HECHTING
hechting. De zojuist beschreven relatie op het gebied van hechting tussen ouder en kind valt te
vergelijken met de relatie op het gebied van hechting tussen leidinggevende en werknemer.
Wanneer de leidinggevende een veilige hechting biedt aan de werknemer zal dit de
ontwikkeling van de werknemer ten goede komen. Wanneer deze veilige hechting niet
geboden wordt, kan er sprake zijn van angstige hechting.
Er zijn verschillende soorten hechting. Ainswort (1978) beschrijft drie vormen van hechting:
veilige hechting, angstig-vermijdende hechting en angstig-ambivalente hechting. Batholomew
en Horowitz (1991) hebben deze hechtingstheorie uitgebreid naar vier vormen van
hechtingsstijlen: 1) veilige hechting: het individu heeft een positief zelfbeeld en beeld van de
ander. Het individu voelt zich gewaardeerd en staat positief tegenover de omgang met en
acceptatie van anderen; 2) vermijdende hechting: het individu heeft een positief zelfbeeld,
maar een negatief beeld van de ander. Dit leidt ertoe dat het individu contact met de ander
vermijdt en zich onafhankelijk opstelt; 3) angstige hechting: het individu houdt anderen op
afstand omdat hij er moeite mee heeft om de ander te vertrouwen. Het individu is namelijk
bang om gekwetst te worden. Desondanks is deze persoon niet graag alleen; 4)
gepreoccupeerde hechting: het individu is open over zijn gevoelens, maar vindt meestal dat de
ander meer afstand houdt dan noodzakelijk. Het individu vindt vertrouwen erg belangrijk en
waardeert het contact met de ander. Het individu is echter onzeker over het feit of de ander
het contact andersom ook waardeert (Houtmans, 2014).
Leiderschapsstijlen
De leidinggevende kan verschillende stijlen van leiding geven hebben en het is van belang dat
deze genuanceerd worden. Leiderschapsstijlen kunnen worden onderverdeeld en weergegeven
door middel van 2 modellen, namelijk het transformationele- en het transactionele
leiderschapsmodel (de Hoogh, den Hartog & Koopman, 2004). Bij transformationele
leiderschapsmodellen staat een andere manier van leiding geven centraal dan bij
transactionele modellen. Bij eerstgenoemde gaat het om het enthousiasmeren van de
werknemers door het werk betekenisvol te maken. Dit versterkt de motivatie van de
werknemers. Bij transactionele modellen gaat het om de wisselwerking tussen de
leidinggevende en de werknemer. Leidinggevenden ontvangen werk en werknemers
ontvangen in ruil daarvoor een beloning.
De verschillende dimensies van leiderschap zijn in beeld te brengen door middel van
een opgestelde vragenlijst: Charismatisch Leiderschap in Organisaties (CLIO). Een onderzoek
van De Hoogh et al. (2004) heeft deze vragenlijst ontwikkeld. De vragenlijst richt zich op de