- Mediaan = middelste getal, wanneer alle getallen op volgorde staan. (even- en oneven
aantallen)
- Modus = getal dat het vaakste voorkomt
- De modale klasse = de klasse waar de scores het sterkst geconcentreerd zijn.
- Frequentieverdeling = hoe vaak wordt een bepaald antwoord gegeven.
- Bestedingsbedrag - Frequentie
in €
- 10 -< 20 euro - 20
- 20 -< 30 euro - 24
- 30 -< 40 euro - 25
- 40 -< 50 euro - 30
- 50 -< 60 euro - 26
- Totaal - 125
, Berekening voor mediaan:
Meetniveaus herhaling:
- Nominaal: de variabele is ingedeeld in categorieën en er is geen volgorde tussen deze
categorieën.
- Ordinaal: de variabele is ingedeeld in categorieën en er is een logische volgorde (ordening)
tussen de categorieën.
- Ratio: variabelen die niet in categorieën worden gemeten en waarbij je met de mogelijke
scores berekeningen kunt uitvoeren.
Aankoopbedrag in € Frequentie
1000 - < 1500 60
1500 -< 2000 50
2000 -< 2500 54
2500 -< 3000 36
Totaal 200
a. Bereken het gemiddelde , de median en de modus van het bestedingsbedrag in euro’s.
Gemiddelde = ((1250 x 60) + (1750 x 50) + (2250 x 54) + (2750 x 36)) / 200 = 1915
Modus = in de klasse 1000 tot 1500. Deze score komt het vaakst voor.
Mediaan:
L=1500
r= 100-60= 40 (linkergrens mediaan – frequentie van voorgaande klasse(n))
b= 2000-1500
f=50