Public Sphere
Door Barlow & Mills
Habermas was lid van Frankfurter Schule van Kritische Theorie.
Drie manieren waarop publieke sfeer verschijnt:
Verschillende stemmen die zijn toegestaan of uitgenodigd om deel te nemen in
debatten
Traditioneel: politici, journalisten, academici, etc.
Wat we verstaan onder ‘publieke mening’
Het publiek vindt iets, maar wie heeft dat bepaald?
De groeiende neiging om de term ‘dumbing-down’ te gebruiken om tijdelijke media
te beschrijven.
Het zoeken naar goeie kijkcijfers, waardoor programma’s dommer worden
gemaakt, etc.
Media (en tv als grootste ‘sinner’) heeft gericht op lezers/luisteraars/kijkers als
consumenten/kopers i.p.v. burgers.
‘Dumbing-down’ wordt dan gezien als een proces waarvan het gevolg een slecht
geïnformeerde en gedeeltelijke publieke sfeer, waar burgerschap ondermijnd wordt.
Een andere manier van ‘dumbing-down’ zien is de suggestie dat publieke sfeer bij
het kapitalistische systeem hoort.
Fascinerend aan Habermas’ publieke sfeer:
Het stamt van een analyse over Britse, Franse en Duitse maatschappijen in de 17 e eeuw.
Concept het uitleggende en visionaire potentie in 21 e eeuw.
Omdat het een unieke manier biedt om relatie tussen media, staat, bedrijven en
gewone mensen te bekijken.
Jürgen Habermas – The Structural Transformation of the Public Sphere: An inquiry into a
category of bourgeois society (1962)
Werd pas in 1989 vertaald naar het Engels, omdat:
Habermas’ werk werd gezien als nieuwe manier van denken over media tijdens het
val van communisme in Oost-Europa.
Kapitalisme was booming in GB en VS.
Habermas beschrijft publieke sfeer als concept.
Garnham (1986) als theorie.
Hjarvard (1993) als een ideaal.
Boyd-Barrett (1995) als een discourse.
Publieke sfeer Een deel van ons sociale leven waarin een publieke mening kan
worden gevormd.
Toegang voor alle burgers.
Individuen komen bij elkaar om een publieke groep te vormen.
Gedragen zich als groep en debatteren over zaken van algemeen
belang.
Tegenwoordig: kranten, tijdschriften, radio en tv zijn media van
publieke sfeer.
Door Barlow & Mills
Habermas was lid van Frankfurter Schule van Kritische Theorie.
Drie manieren waarop publieke sfeer verschijnt:
Verschillende stemmen die zijn toegestaan of uitgenodigd om deel te nemen in
debatten
Traditioneel: politici, journalisten, academici, etc.
Wat we verstaan onder ‘publieke mening’
Het publiek vindt iets, maar wie heeft dat bepaald?
De groeiende neiging om de term ‘dumbing-down’ te gebruiken om tijdelijke media
te beschrijven.
Het zoeken naar goeie kijkcijfers, waardoor programma’s dommer worden
gemaakt, etc.
Media (en tv als grootste ‘sinner’) heeft gericht op lezers/luisteraars/kijkers als
consumenten/kopers i.p.v. burgers.
‘Dumbing-down’ wordt dan gezien als een proces waarvan het gevolg een slecht
geïnformeerde en gedeeltelijke publieke sfeer, waar burgerschap ondermijnd wordt.
Een andere manier van ‘dumbing-down’ zien is de suggestie dat publieke sfeer bij
het kapitalistische systeem hoort.
Fascinerend aan Habermas’ publieke sfeer:
Het stamt van een analyse over Britse, Franse en Duitse maatschappijen in de 17 e eeuw.
Concept het uitleggende en visionaire potentie in 21 e eeuw.
Omdat het een unieke manier biedt om relatie tussen media, staat, bedrijven en
gewone mensen te bekijken.
Jürgen Habermas – The Structural Transformation of the Public Sphere: An inquiry into a
category of bourgeois society (1962)
Werd pas in 1989 vertaald naar het Engels, omdat:
Habermas’ werk werd gezien als nieuwe manier van denken over media tijdens het
val van communisme in Oost-Europa.
Kapitalisme was booming in GB en VS.
Habermas beschrijft publieke sfeer als concept.
Garnham (1986) als theorie.
Hjarvard (1993) als een ideaal.
Boyd-Barrett (1995) als een discourse.
Publieke sfeer Een deel van ons sociale leven waarin een publieke mening kan
worden gevormd.
Toegang voor alle burgers.
Individuen komen bij elkaar om een publieke groep te vormen.
Gedragen zich als groep en debatteren over zaken van algemeen
belang.
Tegenwoordig: kranten, tijdschriften, radio en tv zijn media van
publieke sfeer.