Waar bevallen:
o Thuis, poliklinisch of speciale zorghotels.
o Nadeel thuisbevallingen: Aanrijd tijd ambulances nemen toe vanuit thuissituatie naar
het ziekenhuis toe, ook het aantal ambulances nemen af. Huis moet ook verbouwd
worden, bed met steunen ed.
o Voordeel thuisbevalling: Eigen omgeving.
Prenatale zorg (zorg voor de bevalling, tijdens de zwangerschap):
o Controles, bijvoorbeeld het gewicht, zwangerschapsdiabetes of hypertensie.
o Voedings-leefwijzen.
o Verloop zwangerschap.
o Zwangerschapsverschijnselen.
o Cursussen, bijvoorbeeld het leren puffen.
o Regelen kraamzorg/kraamhotel.
o Regelen van kraamproducten/babykamer. Vanaf 7 maanden moet dit in orde zijn.
o Manier van bevallen.
o Verloop van bevallen.
Wat doet de verloskundige:
o Geeft voorlichting aan de zwangere en omgeving.
o Doet de bevalling zonder complicaties, ook geen meerling.
o Alles wat met baring te maken heeft.
Gynaecoloog:
o Bij gecompliceerde bevallingen, zwangerschapsdiabetes. Bij eerste
probleembevalling blijf je bij een tweede zwangerschap bij deze gynaecoloog.
Kraamverpleegkundige:
o Opgeschaalde zorg die de kraamvrouw of kind nodig heeft. Die zit altijd intramuraal,
kan eventueel thuiskomen bij bevalling met problemen.
Kraamverzorgende:
o Bij probleemloze bevallingen komt de kraamverzorgende hierna bij je thuis.
De zwangere:
o Lichamelijke en psychische veranderingen zoals hormonen.
o Ziekten: Gestosen. Dat zijn ziekten door zwangerschapshormonen zoals hypertensie
of zwangerschapsdiabetes.
o (Dreigende) miskraam:
- Curettage, baarmoeder schoonzuigen.
- Partus immatures, vervroegde bevalling.
- Perinatale sterfte, overlijden van de baby.
- Abortus.
De bevalling: