HOOFDSTUK 52: BEHAVIORAL ECOLOGY
Concept 52.1
Altruism
Altruïsme: gedrag dat de fitness van een individu verminderd, maar de fitness van andere
individuen van de populatie verhoogt
Inclusive fitness
Hoe kan altruïsme ontstaan tijdens evolutie?
● Wanneer ouders hun eigen welzijn opofferen om nakomelingen te produceren en te
helpen, verhoogt deze handeling feitelijk de fitheid van de ouders omdat het hun
genetische representatie in de bevolking maximaliseert. Door deze logica kan
altruïstisch gedrag worden gehandhaafd door evolutie, hoewel het de overleving en
het reproductieve succes van de zelfopofferende individuen niet verbetert.
Inclusieve fitness: het totale effect dat een individu heeft op het verspreiden van zijn genen
door het produceren van nakomelingen en door het bieden van hulp dat ervoor zorgt dat
naaste familieleden ook nakomelingen kunnen krijgen
Hamilton’s rule and kin selection
Volgens Hamilton zijn er 3 variabelen bij altruïsme:
1. Het voordeel voor de ontvanger (B)
→ het gemiddelde nummer extra nakomelingen dat de ontvanger produceert door
altruïsme
2. De kosten voor de altruïst (C)
→ hoeveel nakomelingen minder de altruist produceert
3. De coëfficiënt van verwantschap (r)
→ de fractie van genen die gemeenschappelijk zijn
Hamilton’s regel: natuurlijke selectie verkiest altruïsme als rB > C
Kin selectie: natuurlijke selectie die altruïstisch gedrag bevordert door het reproductieve
succes van familieleden te vergroten
Reciprocal altruism
Wederzijds altruïsme: altruïstisch gedrag tussen niet verbonden individuen, waarbij het
altruïstische individu in de toekomst voordeel heeft wanneer de begunstigde een wederpartij
is.
Tit for tat strategie: een individu behandelt een ander op dezelfde manier waarop hij is
behandelt de vorige keer
Concept 52.1
Altruism
Altruïsme: gedrag dat de fitness van een individu verminderd, maar de fitness van andere
individuen van de populatie verhoogt
Inclusive fitness
Hoe kan altruïsme ontstaan tijdens evolutie?
● Wanneer ouders hun eigen welzijn opofferen om nakomelingen te produceren en te
helpen, verhoogt deze handeling feitelijk de fitheid van de ouders omdat het hun
genetische representatie in de bevolking maximaliseert. Door deze logica kan
altruïstisch gedrag worden gehandhaafd door evolutie, hoewel het de overleving en
het reproductieve succes van de zelfopofferende individuen niet verbetert.
Inclusieve fitness: het totale effect dat een individu heeft op het verspreiden van zijn genen
door het produceren van nakomelingen en door het bieden van hulp dat ervoor zorgt dat
naaste familieleden ook nakomelingen kunnen krijgen
Hamilton’s rule and kin selection
Volgens Hamilton zijn er 3 variabelen bij altruïsme:
1. Het voordeel voor de ontvanger (B)
→ het gemiddelde nummer extra nakomelingen dat de ontvanger produceert door
altruïsme
2. De kosten voor de altruïst (C)
→ hoeveel nakomelingen minder de altruist produceert
3. De coëfficiënt van verwantschap (r)
→ de fractie van genen die gemeenschappelijk zijn
Hamilton’s regel: natuurlijke selectie verkiest altruïsme als rB > C
Kin selectie: natuurlijke selectie die altruïstisch gedrag bevordert door het reproductieve
succes van familieleden te vergroten
Reciprocal altruism
Wederzijds altruïsme: altruïstisch gedrag tussen niet verbonden individuen, waarbij het
altruïstische individu in de toekomst voordeel heeft wanneer de begunstigde een wederpartij
is.
Tit for tat strategie: een individu behandelt een ander op dezelfde manier waarop hij is
behandelt de vorige keer