Recht van de Europese Unie
tentamenrijtjes
,Inhoud
Week 1: Inleiding tot de interne markt en vrij verkeer van goederen.....................3
Vrij verkeer van goederen (art. 34 VWEU)..........................................................3
Week 2: Vrij verkeer van diensten, vestiging en kapitaal.......................................5
Vrij verkeer van diensten (art. 56 VWEU)...........................................................5
Vrij verkeer van vestiging (art. 49 VWEU)..........................................................6
Vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU)............................................................7
Week 3: Vrij verkeer van werknemers en unieburgers...........................................8
Vrij verkeer van werknemers (art. 45 VWEU).....................................................8
Belemmeringen unieburgerschap (art. 18, 20 en 21 VWEU)............................10
Week 4: Mededingingsrecht................................................................................. 12
Week 5: Besluitvormingsprocedures, bevoegdheidsuitoefening en fundamentele
rechten................................................................................................................. 13
Week 6: Effecten in de nationale rechtsorde........................................................14
Week 7: Rechtsbescherming................................................................................ 15
,Week 1: Inleiding tot de interne markt en vrij verkeer
van goederen
Vrij verkeer van goederen (art. 34 VWEU)
1. Is er sprake van een goed?
- Geld waardeerbaar voorwerp vatbaar voor handelstransacties
- Tastbare fysieke eigenschappen
2. Is er sprake van een grensoverschrijdend effect?
- Geen sprake van een zuiver interne situatie
3. Is er sprake van rechtstreekse werking (art. 34 VWEU)?
- Verticale werking (horizontale werking is NIET mogelijk bij art. 34 VWEU)
- Schmidberger: de staat moet actief optreden om vrij verkeer van
goederen te waarborgen
- Alle vrije verkeersregelingen hebben rechtstreekse werking doordat deze
voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zijn = Van Gend en Loos
Tussenconclusie: Doordat deze drie stappen voldaan zijn, vallen de
maatregelen binnen de reikwijdte van art. 34 VWEU
4. Is er sprake van een beperking?
- Tarifaire beperking (art. 30 en 110 VWEU) = GELD
o Art. 30 VWEU: heffing van gelijke werking = Outukumpu
o Art. 110 VWEU: binnenlandse belastingen
Eerste alinea (gelijksoortige goederen) = Humblot
Tweede alinea (concurrerende goederen) = Commissie VK
NB. EEN TARIFAIRE BEPERKING KAN NOOIT WORDEN
GERECHTVAARDIGD!
- Non-tarifaire beperking (art. 34 VWEU) – maatregel van gelijke werking
o Dassonville: alle handelingen die de handel tussen lidstaten
beperken (definitie MGW)
o Cassis de Dijon: alle producteisen, want beginsel van
wederzijdse erkenning, dus MGW
o Krantz: niet te indirecte regels
o Familieapress: geen verkoopmodaliteit, omdat de inhoud van het
product gewijzigd moet worden (producteis), dus MGW
o Keck en Mithouard: introductie van verkoopmodaliteiten,
bepaalde verkoopmodaliteiten zijn MGW (r.o. 16). Als iets een
verkoopmodaliteit is, is het een uitzondering en mag het wel (dus
geen MGW).
Van toepassing op alle marktdeelnemers
En werkt niet discriminerend
• Direct discriminerend
• Indirect discriminerend (Gourmet International:
algeheel alcoholreclameverbod)
o Italiaanse aanhangwagens: gebruiksverboden vallen onder
MGW
o Scotch Whisky Association: regels over verkoopprijzen is MGW
5. Kan de beperking worden gerechtvaardigd?
- Geen harmonisatie, geen schending fundamentele rechten (Familiapress)
- Art. 36 VWEU (ook voor directe discriminatie)
o Geen willekeurige discriminatie (Conegate)
o Geen verkapte handelsbeperking
- Op grond van het verdrag zelf?
- Op grond van een dwingende reden van algemeen belang = Cassis
rechtvaardiging (alleen indirecte discriminatie)
- Evenredigheidstoets
o Geschikt – bereikt het zijn doel?
, o Noodzakelijk – minder ingrijpend alternatief?
o Evenredigheid scricto sensu – belangenafweging?
tentamenrijtjes
,Inhoud
Week 1: Inleiding tot de interne markt en vrij verkeer van goederen.....................3
Vrij verkeer van goederen (art. 34 VWEU)..........................................................3
Week 2: Vrij verkeer van diensten, vestiging en kapitaal.......................................5
Vrij verkeer van diensten (art. 56 VWEU)...........................................................5
Vrij verkeer van vestiging (art. 49 VWEU)..........................................................6
Vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU)............................................................7
Week 3: Vrij verkeer van werknemers en unieburgers...........................................8
Vrij verkeer van werknemers (art. 45 VWEU).....................................................8
Belemmeringen unieburgerschap (art. 18, 20 en 21 VWEU)............................10
Week 4: Mededingingsrecht................................................................................. 12
Week 5: Besluitvormingsprocedures, bevoegdheidsuitoefening en fundamentele
rechten................................................................................................................. 13
Week 6: Effecten in de nationale rechtsorde........................................................14
Week 7: Rechtsbescherming................................................................................ 15
,Week 1: Inleiding tot de interne markt en vrij verkeer
van goederen
Vrij verkeer van goederen (art. 34 VWEU)
1. Is er sprake van een goed?
- Geld waardeerbaar voorwerp vatbaar voor handelstransacties
- Tastbare fysieke eigenschappen
2. Is er sprake van een grensoverschrijdend effect?
- Geen sprake van een zuiver interne situatie
3. Is er sprake van rechtstreekse werking (art. 34 VWEU)?
- Verticale werking (horizontale werking is NIET mogelijk bij art. 34 VWEU)
- Schmidberger: de staat moet actief optreden om vrij verkeer van
goederen te waarborgen
- Alle vrije verkeersregelingen hebben rechtstreekse werking doordat deze
voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zijn = Van Gend en Loos
Tussenconclusie: Doordat deze drie stappen voldaan zijn, vallen de
maatregelen binnen de reikwijdte van art. 34 VWEU
4. Is er sprake van een beperking?
- Tarifaire beperking (art. 30 en 110 VWEU) = GELD
o Art. 30 VWEU: heffing van gelijke werking = Outukumpu
o Art. 110 VWEU: binnenlandse belastingen
Eerste alinea (gelijksoortige goederen) = Humblot
Tweede alinea (concurrerende goederen) = Commissie VK
NB. EEN TARIFAIRE BEPERKING KAN NOOIT WORDEN
GERECHTVAARDIGD!
- Non-tarifaire beperking (art. 34 VWEU) – maatregel van gelijke werking
o Dassonville: alle handelingen die de handel tussen lidstaten
beperken (definitie MGW)
o Cassis de Dijon: alle producteisen, want beginsel van
wederzijdse erkenning, dus MGW
o Krantz: niet te indirecte regels
o Familieapress: geen verkoopmodaliteit, omdat de inhoud van het
product gewijzigd moet worden (producteis), dus MGW
o Keck en Mithouard: introductie van verkoopmodaliteiten,
bepaalde verkoopmodaliteiten zijn MGW (r.o. 16). Als iets een
verkoopmodaliteit is, is het een uitzondering en mag het wel (dus
geen MGW).
Van toepassing op alle marktdeelnemers
En werkt niet discriminerend
• Direct discriminerend
• Indirect discriminerend (Gourmet International:
algeheel alcoholreclameverbod)
o Italiaanse aanhangwagens: gebruiksverboden vallen onder
MGW
o Scotch Whisky Association: regels over verkoopprijzen is MGW
5. Kan de beperking worden gerechtvaardigd?
- Geen harmonisatie, geen schending fundamentele rechten (Familiapress)
- Art. 36 VWEU (ook voor directe discriminatie)
o Geen willekeurige discriminatie (Conegate)
o Geen verkapte handelsbeperking
- Op grond van het verdrag zelf?
- Op grond van een dwingende reden van algemeen belang = Cassis
rechtvaardiging (alleen indirecte discriminatie)
- Evenredigheidstoets
o Geschikt – bereikt het zijn doel?
, o Noodzakelijk – minder ingrijpend alternatief?
o Evenredigheid scricto sensu – belangenafweging?