100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Biologie Nectar vwo 5 H15 en 16

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
5
Subido en
28-06-2024
Escrito en
2023/2024

Deze overzichtelijke samenvatting bevat informatie van Biologie Nectar vwo 5 H15 en 16.

Nivel
Grado

Vista previa del contenido

Bio SE 1 vwo 6

15.1

 Ecosysteem van de heuvels van Lachay
- Wisselwerking tussen organisme onderling (biotische factor) en de omgeving (abiotische factor)
- Lager gelegen gebieden krijgen in de ochtend vocht door de mist en hierdoor leven er blauwalgen die
alleen in de winter actief zijn
- Hoger groeien bolgewassen
- Nog hoger is er nog meer mist en er groeien kruiden, bloemen, bomen, insecten, vogels en zoogdieren
- Aan de niet-zee kant komt bijna geen mist en daar begint de woestijn met cactussen

 In elk ecosysteem gebruiken organismen energie om organische stoffen te vormen (element c en h atoom)
- Door fotosynthese en zonlicht maken planten glucose (C6H12O6) uit co2 en H2o (dit zijn anorganische
stoffen zonder C-H binding)
- De energie wordt gebruikt door organismen

 Producenten = organismen die energie vastleggen in organische verbindingen
 Planten = foto autotrofe organismen = door licht organische stoffen uit anorganische stoffen maken
 Consumenten zijn heterotrofe organismen die organische stoffen gebruiken uit hun voedsel als bouwstof en
brandstof en wordt verbruikt en omgezet in warmte
 Reducenten = schimmels en bacteriën = leven van gestorven organismen en staan aan het einde van een
voedselketen waardoor er anorganische stoffen overblijven

 Bodem leven bacteriën (autotroof) van chemische energie dat vrijkomt bij de oxidatie van NH4+ en No2- =
chemosynthese
 Nitrosomonas is zo’n nitrietbacterie die chemo-autotroof zijn en stikstof hergebruiken
 Nitraat bacteriën hebben NO3- als afvalstof dat planten opnemen waardoor ze eiwitten maken wat na rotting
weer opgenomen wordt door nitriet bacteriën
 Het mist gebied in Peru wordt nu steeds minder en het word bedreigd

15.2

 Mutualisme = ++ = beide soorten profiteren
 Commensalisme = +o = één profiteert en één wordt niet aangetast
 Parasitisme = + - = één voordeel en ander het nadeel
 Symbiose = 2 verschillende soorten met een langdurige relatie
 De niche = rol van een organisme in het ecosysteem (natuurlijke selectie)
 Habitat = leefomgeving
 Biotoop = geografisch gebied van een organisme (zonder eisen)
 Fitness = vermogen om bepaalde allelen door t e geven aan de volgende generatie
 Inteelt = paren met familieleden (dit lijdt tot lichamelijke gebreken)
 Predatie = het vangen, doden en opeten van een organisme
 Parasiet = doodsoorzaak van een organisme
 Populaties nemen af door sterfte en emigratie
 Populaties groeien door geboorte en immigratie
 Een eiland / land heeft meestal meer Habitats en ecologische niches dan een klein eiland (kan veranderen)
 Gradiëntecosysteem = gebied tussen verschillende ecosystemen (hoog > laag, nat > droog)
 Eilandtheorie = verband tussen biodiversiteit en eiland factoren (grootte bijv.)
 Uitsterving en geen toppredator ontstaat een lege niche, dit wordt opgevuld door een nieuw organisme
 Dynamisch evenwicht = wanneer de soorten niet veranderen
- Grootte (factor) = klein eiland > minder soorten > sneller uitsterven
- Afstand (factor) = korte afstand vaste land > makkelijk emigratie
 Binnen Habitats en niches is concurrentie tussen de soorten

,  Draagkracht = maximale grote van een populatie waarbij goed te leven valt (evenwicht)
 Founder effect = door emigratie is de allelen samenstelling minder gevarieerd dan de samenstelling in het
oorspronkelijke gebied (gekleurde balletjes uitleg)
 Flessenhals effect = verandering in allelen frequentie na een epidemie, brand, ziektes waarbij het aantal
individuen is afgenomen en de allelen samenstelling in de nieuwe populatie zal anders zijn
 Genetic drift = kleine populatie in een groot gebied, waardoor paren minder makkelijk gaat en de allelen van
deze dieren verdwijnen en de populatie verarmt

15.3

 Extremofielen = organismen die leven onder extremen omstandigheden (hoge temp, hoge/lage pH)
 Adaptie = een verandering in de leefwijze van een soort, vaak gekoppeld aan een mutatie in het DNA
 De tolerantiegrens van het organisme schuift naar boven
 Warmte heeft ook voordelen = bij het nestelen blijven de eieren warmte en het broeden gaat sneller
 Exoten = soorten afkomstig uit een ander gebied die zich vestigen in een nieuw ecosysteem
 Plaagorganismen = planten of dieren die schadelijk of ongewenst zijn
 Invasieve exoot = soort die oorspronkelijk niet in een gebied voorkomt, zich snel vermeerdert en verstoring
veroorzaakt in het nieuwe ecosysteem
 In Nieuw Zeeland verwijderen ze zwavel uit het water
 In Nederland verwijderen ze stikstof, fosfaat en zware metalen
 Er zit 140 ton geneesmiddelen in ongezuiverd water in nl en 17 ton gewasbescherming
 Waterzuivering = oppervlakte water opslaan in spaarbekkens > kalk toevoegen > viezigheid naar de bodem >
schonere water naar de duinen > door fijne zeven > door chemische reacties en uv-lampen gaan er ionen uit
> filter met actieve kool > smaak en geur verbeteren
 Eutrofiëring = vermesting waardoor er een groene laag op het water komt (komt door het lozen van riool
water in een rivier)
 Rioolwaterzuiveringsinstallatie scheiden ze het grote afval en daarna volgt de biologische reiniging
 Biologische reiniging = binas 93G begrijpen (filmpje kijken eventueel)
 Denitrificerende bacteriën zetten NO3- om in N2 gas dat naar de atmosfeer verdwijnt
 Anaerobe = zonder zuurstof
 Aerobe = met zuurstof

15.4

 Door boomkapping wordt de habitat van de dieren aangetast en de biodiversiteit neemt af in dat gebied
 In het ecosysteem palmplantage leven nu schimmels, mieren en insecten
 Biobrandstoffen kunnen de Co3 uitstoot verlagen = verwachting
- 1e generatie biobrandstoffen = koolzaad en suikerbieten kosten veel energie en landbouwgrond en veel
pesticiden (gewasbescherming)
- 2e generatie = restafval en hout, het heeft een hogere productie en door chemische bewerking of
verhitting ontstaat biodiesel of bio-ethanol
- 3e generatie = algen en zeewier en algen nemen weinig ruimte in beslag, want ze leven in grote tanks, ze
groeien snel maar het is wel heel duur
 Frituurvet gebruikt Nederland ook al om biodiesel te maken
 Nl = 60 miljard kg afval per jaar
 Recycling kan doordat wij afval scheiden, dit is het hergebruik van de grondstoffen
 Hoge biodiversiteit = minder kans op uitsterving, want het hangt van veel meer factoren af
 Hoe minder de biodiversiteit hoe kleiner de voedselketen




15.5

Escuela, estudio y materia

Institución
Escuela secundaria
Nivel
Grado
Año escolar
5

Información del documento

Subido en
28 de junio de 2024
Número de páginas
5
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

$7.98
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
diannherder

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
diannherder Saxion Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
6
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
0
Documentos
36
Última venta
1 mes hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes