Stedelijke geografie week 3 – Wederopbouw en hoogmoderniteit (bart)
Modernisme
Modern en modernisme is niet hetzelfde. Modern = eigentijds / …isme = een leer,
overtuiging.
Modernisme
- Ontstond aan eind van 19e eeuw
- Geloof in het eigentijdse
- Als antwoord op industrialisatie
- Een breuk met traditie
Grote ontwikkelingen van begin 20e eeuw die rol spelen
- Verstedelijking als gevolg van industrialisatie
- Aandacht voor gezonde leefomgeving (hygiënisme)
- Aandacht voor emancipatie (o.a. verheffing van de arbeider)
- Opkomst van suburbanisatie (door groeiende mobiliteit)
- Ontwikkeling van ruimtelijke planning als zelfstandige discipline
- Opkomst van sociaalwetenschappelijk onderzoek
- Rationalisering van de bouwproductie
Hygiënisme
- Licht, lucht, ruimte
- Introductie van groenvoorzieningen en parkstructuren in steden
- Creëren van betere woonomstandigheden
- Functiescheiding
Emancipatie (van arbeiders)
- Socialisme en communisme
- Opkomst van de middenklasse
- Verzuiling (=geloofsovertuigingen werden gescheiden)
Rationalisering van de bouw
- Bouwen zoals in een fabriek (serieproduct vs. Ambacht)
- Wonen zoals in een machine (zonder poespas, strak, functioneel)
- Vormgeving zoals een auto of een vliegtuig
- Minimalisme (less is more)
- Functionalisme (form follows function)
Algemene kenmerken van modernistische wijken
Stedenbouw
- Etagebouw
- Functiescheiding
- Ruim baan voor infrastructuur
- Openbaar groen
- Lineair grid (rechte lijnen)
- Einde van het bouwblok
, Ontmanteling van het bouwblok
Fase 1: Ook binnenin de blokken werden huizen gebouwd, achter een ander huis.
Fase 2: Bouwblok moest opengebroken worden.
Fase 3: Er worden rijen gebouwd
Fase 4: Rijtjeshuizen > Licht, lucht en ruimte kan hier goed doorheen. Alle woningen staan
zelfde kant op; allemaal zelfde voor- en nadelen; iedereen heeft evenveel recht dus krijgt
zelfde huis.
Architectuur
- Licht (glas, wit) > ruimte lijkt groter
- Ruimte (leeg, weinig meubels)
- Functioneel
- Weinig materiaal, geen versieringen
- Kolommen
- Rechte vormen, platte daken
Van vroegmodern naar hoogmodern
- Wereldoorlogen als breekpunten
- Vanaf 1945; wederopbouw
- Vanaf jaren ’60: hoogmoderniteit
Wederopbouw
- Herstel van oorlogsschade
- Hoge productie, weinig franje
Modernisme
Modern en modernisme is niet hetzelfde. Modern = eigentijds / …isme = een leer,
overtuiging.
Modernisme
- Ontstond aan eind van 19e eeuw
- Geloof in het eigentijdse
- Als antwoord op industrialisatie
- Een breuk met traditie
Grote ontwikkelingen van begin 20e eeuw die rol spelen
- Verstedelijking als gevolg van industrialisatie
- Aandacht voor gezonde leefomgeving (hygiënisme)
- Aandacht voor emancipatie (o.a. verheffing van de arbeider)
- Opkomst van suburbanisatie (door groeiende mobiliteit)
- Ontwikkeling van ruimtelijke planning als zelfstandige discipline
- Opkomst van sociaalwetenschappelijk onderzoek
- Rationalisering van de bouwproductie
Hygiënisme
- Licht, lucht, ruimte
- Introductie van groenvoorzieningen en parkstructuren in steden
- Creëren van betere woonomstandigheden
- Functiescheiding
Emancipatie (van arbeiders)
- Socialisme en communisme
- Opkomst van de middenklasse
- Verzuiling (=geloofsovertuigingen werden gescheiden)
Rationalisering van de bouw
- Bouwen zoals in een fabriek (serieproduct vs. Ambacht)
- Wonen zoals in een machine (zonder poespas, strak, functioneel)
- Vormgeving zoals een auto of een vliegtuig
- Minimalisme (less is more)
- Functionalisme (form follows function)
Algemene kenmerken van modernistische wijken
Stedenbouw
- Etagebouw
- Functiescheiding
- Ruim baan voor infrastructuur
- Openbaar groen
- Lineair grid (rechte lijnen)
- Einde van het bouwblok
, Ontmanteling van het bouwblok
Fase 1: Ook binnenin de blokken werden huizen gebouwd, achter een ander huis.
Fase 2: Bouwblok moest opengebroken worden.
Fase 3: Er worden rijen gebouwd
Fase 4: Rijtjeshuizen > Licht, lucht en ruimte kan hier goed doorheen. Alle woningen staan
zelfde kant op; allemaal zelfde voor- en nadelen; iedereen heeft evenveel recht dus krijgt
zelfde huis.
Architectuur
- Licht (glas, wit) > ruimte lijkt groter
- Ruimte (leeg, weinig meubels)
- Functioneel
- Weinig materiaal, geen versieringen
- Kolommen
- Rechte vormen, platte daken
Van vroegmodern naar hoogmodern
- Wereldoorlogen als breekpunten
- Vanaf 1945; wederopbouw
- Vanaf jaren ’60: hoogmoderniteit
Wederopbouw
- Herstel van oorlogsschade
- Hoge productie, weinig franje